Op de knieën

Het was mij eerder opgevallen: de zaadlozing is nooit ver weg als de camera rond zijn kale kop begint te zoemen. Jan Marijnissen van de Socialistische Partij mag dan wel het hart links dragen, hij houdt zich steeds minder bezig met beleid en stort zich steeds meer op zichzelf. Een ijdeltuit in plunje, zeg maar.

Als Marijnissen spreekt, hoor je wie de anderen zijn, niet wie hijzelf is. Hij koketteert graag als gewetenspoliticus voor wie het gaat om het bruto nationaal geluk. Uiteraard is de zwakkere medemens die in het poldermodel niet kan rekenen op het vangnet van vergevingsgezindheid zijn boezemvriend. Aan het onderdanige gezwijmel van weduwen en wezen ontleent hij zijn autoriteit. Marijnissen lijkt pretentieloos, maar eigenlijk kraait hij Stanislaw Jerzy Lec na: `Wie anders dan ik moet de mens van zijn bestaan op de hoogte stellen?'

Van zo'n bevlogen herder verwacht je niet dat hij zich zorgen maakt over de pretindustrie die de natie bij tijd en wijle kleur en klank geeft. Een broodexistentialist heeft wel wat anders te doen dan voetbal, wielrennen, erotiek en Big Brother te herkauwen in academische beschouwingen. Hij hoort regen en valwind in Terneuzen te trotseren, waar de arbeiders van Philips aan een hopeloos gevecht zijn begonnen. Hij hoort te waken bij neergelaten luiken in het industriële landschap.

Maar wat las ik deze week in de krant? Jan Marijnissen vindt dat Rijkaard weg moet als bondscoach van het Nederlands elftal. De SP-leider is zeer teleurgesteld over Oranje. ,,Nog niet eens vanwege de resultaten als wel vanwege het vertoonde spel.'' Marijnissen biedt de natie een offer aan: hij wil een handtekeningenactie starten om Johan Cruijff binnen te halen. ,,Het is nu nog tijd om Cruijff te interesseren. We moeten meer op de knieën voor hem.''

Op de knieën!

Je zult het Kok en Bolkestein niet horen zeggen. Zij mogen in het dagelijkse leven dan een stuk minder dogmatisch dan Marijnissen zijn, de premier en de Euro-commissaris willen de mens rechtop houden. Zij weten nog hoe het er tijdens de inquisitie aan toeging toen, behalve de prelaten, zowat iedereen tot een knieval was gebannen. Het succes van het Nederlands elftal is Kok, en in mindere mate Bolkestein, ook veel waard, maar het volk en zijn instituties op de knieën dwingen voor een multimiljonair gaat hen te ver. Er zijn grenzen aan de brutalisering van uitkeringsgerechtigden, zelfs voor liberalen en neo-liberalen.

Wat weet Marijnissen eigenlijk van voetbal? Hij bezoekt wel eens een wedstrijd van TOP Oss, waar hij zich in de kantine graag laat trakteren op koffie en gebak. Of hij een echte fan is, is niet duidelijk. Ik hoor dat hij in en rond het stadion wel eens ronddoolt met de burgemeestertic: Ecce homo! Meer bedacht op stemmen dan op doelpunten.

De aanval van Marijnissen op Frank Rijkaard is veel trivialer dan de liefde voor het spel. De SP-leider schurkt aan tegen de onderbuik van de natie waar de driften van winst en verlies klonteren in irrationele afrekeningen en verwachtingen. De goeroe van de zwakkeren wil de hand reiken aan de goeroe van het succes. Om zelf succesrijk te zijn?

Demagogie heeft vele gezichten. Maar de oekaze van Marijnissen – zijn appèl aan het instinct van het volk – is zo misselijk dat de vergelijking met het gevaarlijke populisme van een Le Pen niet eens om verbeelding vraagt. Marijnissen parasiteert op het collectieve onbehagen van een voetbalnatie die bang is dat het Nederlands elftal haar de glorie van de primus inter pares zal onthouden.

Dat het ontslag van Rijkaard de eenzijdige verbreking van een arbeidscontract zou betekenen, is voor deze socialistische vuurvreter opeens van geen betekenis meer. Hoe kan zo'n man, in de Tweede Kamer, nog ooit met enige geloofwaardigheid fulmineren tegen het arsenaal geniepigheden van sociaal onfatsoen? Kortom, Marijnissen heeft zichzelf ontmaskerd. Hij is een ordinaire politicus die, net als zijn collega's van de grote partijen, de nationale volkssporten misbruikt om in het gevlei van de massa te komen.

Leve Frank Rijkaard, exit Jan Marijnissen.

    • Hugo Camps