Moderne mythes

Over de match van tien partijen die Emanuel Lasker en Karl Schlechter in 1910 in Wenen en Berlijn om het wereldkampioenschap speelden, is veel gespeculeerd. Ging het wel echt om het wereldkampioenschap? En was het niet vreemd dat Schlechter met een punt voorsprong in de laatste partij remise uit de weg ging? Hij verloor die partij en bij 5-5 bleef Lasker wereldkampioen.

Betekende dat soms dat er een geheime clausule was dat Schlechter met twee punten verschil moest winnen om wereldkampioen te worden? Of was het een vorm van ridderlijkheid van Schlechter? Hij had de vijfde partij met geluk gewonnen en de rest remise gemaakt. Misschien wilde hij op die manier geen wereldkampioen worden. Als hij de laatste partij ook zou winnen, dan zou hij een waardig wereldkampioen zijn.

Een nuchtere verklaring zou zijn dat Schlechter de remise in de laatste partij gewoon niet zag, omdat het een heel ingewikkelde partij was. Maar het voorhanden zijn van een nuchtere verklaring heeft romantische speculaties nooit in de weg gestaan.

Vorig jaar verscheen de roman Carl Haffners Liebe zum Unentschieden van de Oostenrijker Thomas Glavinic. Haffner was de artiestennaam van Schlechters grootvader, een musicus. We mogen Haffner wel met Schlechter identificeren, want de roman blijft dicht bij de werkelijkheid. Als Schlechter op het hoogtepunt van de strijd in de tiende partij 35...Txf4 speelt, speelt de romanfiguur Haffner ook 35...Txf4.

Schlechter wordt in de roman beschreven als een volstrekt wereldvreemde man die eigenlijk niet wil winnen. Alleen als hij in de tiende partij met remise wereldkampioen kan worden, dan wil hij opeens wel winnen, uit ridderlijkheid. Een vreemde schaker, zou je zeggen. Glavinic heeft de vreemdheid wel erg sterk aangezet, maar hij is toch niet de bedenker van de Schlechter-mythe. Die komt uit de gewone schaakliteratuur.

De roman is in de schaakwereld over het algemeen goed ontvangen. Er was één krachtige tegenstem. De Duitse grootmeester Robert Hübner schreef: ,,Smakelozer laat zich het thema niet meer behandelen.''

De wetenschapsman Hübner wil de mythe bestrijden en hij deed het op de voor hem karakteristieke grondige wijze. In het maandblad Schach schreef hij een serie van vijf lange artikelen over de match Lasker-Schlechter. Hij onderzocht alle partijen opnieuw. Zijn analyses van de dramatische tiende partij beslaan negentien bladzijden. Overtuigend toont hij aan dat er geen grond is voor de mythe die het voorstelt alsof Schlechter opzettelijk remise uit de weg ging.

Hübner is classicus. Aan het eind van zijn serie vraagt hij zich af wat het verschil is tussen de moderne mythe van Glavinic, die hij verachtelijk vindt, en de Griekse mythes, waar hij van houdt.

In de oude mythes, schrijft Hübner, zijn de uiterlijke omstandigheden fantastisch. Er zijn wezens die half mens en half dier zijn, uit drakentanden groeien gewapende krijgers, enzovoort. Daarentegen wordt de innerlijke werkelijkheid van een mensenleven in deze mythes subtiel en nauwkeurig weergegeven.

In de moderne mythes is het net omgekeerd. Door het verdorren van de fantasie houdt men zich wat de uiterlijke omstandigheden betreft aan de werkelijkheid. Maar wat het innerlijk leven betreft, geeft men zich aan de meest zwakzinnige bedenksels over. De bedenksels die de moderne mens graag hoort: dat de helden eigenlijk arme wormen zijn. De moderne mens wil niet weten dat er mensen zijn die begaafder zijn en intensiever leven dan de doorsnee mens en daardoor grote prestaties leveren. Hij ziet Mozart liever als een grove gevoelsarme wilde en Schlechter als een onnozele hals.

In de moderne mythe, aldus Hübner, is wat de menselijke psyche betreft ieder gevoel voor de band tussen oorzaak en gevolg opgegeven. De brave sukkel Carl Haffner die geen remise-aanbod af kan slaan, weet het tot uitdager van de wereldkampioen te brengen. Kan dat? Nee, dat kan niet, in ieder geval niet in het werkelijke leven van Karl Schlechter.

Een brave sukkel die bijna wereldkampioen wordt, dat kan in de wereld van de reclame, die het er dagelijks inhamert dat alles mogelijk is en dat tussen wens en werkelijkheid geen verschil meer is.

Hübner schrijft: ,,Ik echter beschouw een dergelijke vlucht uit de werkelijkheid, die steeds op een gebrek aan zelfkennis berust, als uiterst gevaarlijk. Ik heb mijn best gedaan om de kunstgrepen die gebruikt worden om haar tot stand te brengen, aan de hand van een onschuldig voorbeeld zo duidelijk mogelijk te maken.'' Zo wordt een nauwkeurig onderzoek naar de merites van 35...Txf4 tot een algemene cultuurkritiek.

Hübner heeft wel eens geschreven dat er in de moderne wereld geen plaats voor hem is, maar in de praktijk valt dat mee. Een tijdje geleden schreef ik over zijn formidabele blindsimultaan in Berlijn en eind vorige week werd hij in Altenkirchen kampioen van Duitsland. Daarna snel de koffers gepakt, want vandaag begint in Georgië het landenkampioenschap van Europa.

Wit Von Herman-zwart Hübner, Duits kampioenschap.

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 e7-e6 3. Pg1-f3 b7-b6 4. g2-g3 Lc8-a6 5. Pb1-d2 c7-c5 6. e2-e4 c5xd4 7. Lf1-g2 Handiger is 7. e5 Pg4 8. h3, om het paard meteen te verjagen. 7...Pb8-c6 8. e4-e5 Pf6-g4 9. 0-0 Ta8-b8 10. Tf1-e1 Lf8-c5 11. h2-h3 Want nu lukt dat niet meer. 11...Pg4-e3

Wit gaf op. Te vroeg, maar niet onbegrijpelijk.

In Den Bosch eindigt vandaag het Toernooi van de Toekomst. Een grote naam voor een klein toernooi waar de sfeer zo prettig was dat niemand er bezwaar tegen had dat de vrouw van deelnemer Ian Rogers als wedstrijdleider optrad. Na zes ronden leidde Friso Nijboer met zes punten.

Wit Hergott-zwart Rogers

1. d2-d4 Pg8-f6 2. Pg1-f3 g7-g6 3. c2-c4 Lf8-g7 4. Pb1-c3 0-0 5. e2-e4 d7-d6 6. Lf1-e2 Pb8-a6 7. 0-0 e7-e5 8. Tf1-e1 c7-c6 9. Ta1-b1 e5xd4 10. Pf3xd4 Pa6-c5 11. f2-f3 a7-a5 12. Lc1-g5 Tf8-e8 13. Le2-f1 Lc8-d7 14. Dd1-d2 Dd8-b6 15. Kg1-h1 a5-a4 16. Te1-d1 Pf6-h5 17. g2-g4 Ph5-f6 18. h2-h3 h7-h5 19. Lg5-f4 h5xg4 20. h3xg4 Pc5xe4 21. f3xe4 Pf6xe4 22. Dd2-g2 Lg7xd4 23. Pc3xe4 Kg8-g7 24. c4-c5 Te8-h8+ 25. Lf4-h2 Ld4xc5 26. Pe4xc5 Db6xc5 27. Tb1-c1 Dc5-b6 28. Td1xd6

28...Ld7xg4 29. Lf1-e2 Th8xh2+ 30. Kh1xh2 Ta8-h8+ 31. Kh2-g3 Db6-e3+ 32. Le2-f3 Lg4xf3 Wit gaf op.