Mengele heeft ons geweten gescherpt

Op de drempel van de 21ste eeuw blikken vijf Nederlanders terug op hun leven. Deze week: Herman de Boer, `vader' van de transgene stier Herman.

Hij is een halve blaarkop. Gronings ras. Kijk maar eens naar die zwarte vlekken rond zijn ogen en die rustige tekening. Moet hij van zijn moeder hebben, want zijn vader kennen we. Dat was een gewone zwartbonte van het k.i.-station.

,,Herman is de oudste stier van Nederland. Negen jaar. Zie je hoe groot ie is? Twaalfhonderdvijftig kilo. Die houd je niet achter een slootje en al helemaal niet achter prikkeldraad. De mensen denken: hij is genetisch gemanipuleerd, daarom is hij zo groot. Dat is niet zo. Wie ziet er nog wel eens een volgroeide stier in het weiland staan? De meeste stieren gaan na een jaar naar het slachthuis.

,,Stieren krijgen vanaf hun tweede jaar te veel ego, maar Herman is altijd zachtaardig gebleven. Een lief dier. Gek om hem weer te zien, vijf jaar na mijn vertrek bij het biotechnologiebedrijf GenePharming. Ik ben heus niet emotioneel geraakt of zo. Kom nou. Wat denk je wel van een boerenzoon?

,,Ik ben gauw bang voor paarden. Die draaien hun kont naar je toe en meppen achteruit. Kippen, nee niks. Maar koeien heb ik altijd mooi gevonden. Mijn vader was veeboer in Nijelamer, tussen Heerenveen en Wolvega. Hij had 30 koeien. Een goed boer, in 1949 kocht hij een tractor, als eerste van het dorp.

,,'s Ochtends voor ik naar school ging, moest ik mijn vaste klus doen: staarten wassen en goten schrobben. Als ik klaar was, bond ik de koeienstaarten aan een touwtje vast aan het plafond; dan hingen ze niet meteen weer in de poep.

,,Zwartbonte Friese koeien waren het, ze bestaan amper meer. Kleiner dan de Amerikanen die je nu ziet lopen. Ze werden gefokt op uiterlijk. Als de tekening maar mooi was. Geen boer fokt meer op uiterlijk, alleen op speenplaatsing, gebruiksvriendelijkheid en sterke poten. Wie zich niet wil laten melken, vliegt eruit, wie slechte poten heeft ook.

,,Voor, in het woonhuis, was de gereformeerde kerk de baas. Achter, in de stal, de coöperatie. Coöperatie De Takomst, de toekomst, was de gewonnen klassenstrijd van de boeren. Het dogma van mijn vader. Het kwam niet in hem op om een druppel melk te verkopen aan een particulier zuivelbedrijf – al kreeg hij daar twee cent meer per liter.

,,Pronkstuk van de woonkamer was het harmonium. Daarop lagen Het psalmenboek van Johannes de Heer en 150 Psalmen van J. Worp – na de Bijbel de belangrijkste boeken van het huis. Mijn twee oudste zussen namen les. Ze speelden elke avond hele en halve noten in vierkwartsmaat. Dat was het zo'n beetje. Een piano was ondenkbaar. De buren waren onkerkelijk. Zij speelden piano in driekwartsmaat. Walsen van Strauss, Eine kleine Nachtmusik. Ik wist niet wat ik hoorde.

,,De wereld was zo geborgen als maar zijn kon: het huis, de boerderij, het geloof. Ik zat op de School met de Bijbel en op zondag moest ik twee keer naar de kerk. Voor de rest mocht ik niet zoveel: zwemmen was er niet bij. Mijn ouders stemden ARP, lijst 4, Zijlstra. Nooit iets anders. Ik herinner me de affiches nog op de elektriciteitspalen in de wei.'

Ik wilde bouwboer worden. Op de hogere landbouwschool in Leeuwarden schreef ik een scriptie over de evolutieleer. Dat was een raar onderwerp – mijn klasgenoten beperkten zich tot het leven op en rond het boerenerf. Ik las De realiteit van het geloof van de theoloog Kuitert en de boeken van bioloog Jan Lever en ineens zag ik dat de wereld niet was geschapen in zeven dagen, maar in vierenhalf miljard jaar. Dit verhaal was veel fascinerender dan het hocus-pocusgedoe uit het boek Genesis, en toch waren beide lezingen niet met elkaar in tegenspraak. Mijn Godsbeeld bleef overeind. Ik fietste door Leeuwarden en ik zweefde.

,,Mijn vader zei: `Ik laat die jongen studeren en hij komt thuis met deze stront'. Mijn moeder zei: `Jongen, zeg maar niks'. Elke keer als mijn vader zijn beurs trok, rakelde hij het conflict op. Toen heb ik bij het ministerie van Onderwijs een renteloos voorschot gevraagd, uit het fonds voor verstoten kinderen. Ik was niet verstoten, maar ik had me bevrijd.

,,Ik moest zelf gaan nadenken en het geloof werd een bron van pijn. Het veilige gevoel van: `Je leeft je leven en dan ga je naar het hiernamaals' maakte plaats voor onzekerheid en eenzaamheid. Onontkoombaar. Toch is mijn geloof in God nooit helemaal gereduceerd tot nul. De verwondering is gebleven. Verwondering over de krachten in de evolutie en de fysica.

,,Ik wilde geen bouwboer meer worden, maar bioloog. Sommige mensen gaan graven in de psyche om God te doorgronden, ik ging graven in het biologisch wezen. In het bijna-leven van de prionen, de virussen en, een stapje hoger, de bacteriën. Daar vond de schepping plaats. Ik heb de God van de Bijbel veranderd in die van de dode en de levende natuur.

,,De opdracht van God aan de mensen luidt: bewaar en bewerk het land. Meesterschap over het land: je kunt dat zo breed uitleggen als je wilt. Akkerbouwers ploegen, zaaien en oogsten. Veehouders verzorgen en melken. Biotechnologen bebouwen de akker van de erfelijkheid, het DNA.

,,Genetische manipulatie is zo oud als het fokken en selecteren. Alles wat er in de loop der eeuwen is veranderd aan de oerkoe, ligt vast in het DNA. De melkproductie, het uiterlijk, het gedrag. Koeien zijn zo gemanipuleerd als maar kan. Zo simpel is dat. Het verschil is alleen dat we bij fokken en selecteren niet precies weten hoe het transgen in het erfelijk materiaal van de koe vastligt en bij genetische manipulatie wel.

,,Als het menselijk lichaam een essentiële stof niet kan produceren, wordt het ziek. De biotechnologie maakt met behulp van planten en dieren geneesmiddelen die zulke menselijke defecten kunnen herstellen. Supplementen. De biotechnologie had zich misschien moeten scharen onder de natuurgeneeswijzen, dat klinkt vriendelijker. Of riekt dat naar kwakzalverij?'

Ik ben wel eens dokter Mengele genoemd. Mijn vroegere promotor, professor Max Gruber, kwam kort daarop bij me op bezoek. Hij was jood en zijn hele familie is tijdens de Tweede Wereldoorlog omgekomen in concentratiekampen. Hij was trots op me. Hij zei: `Ze weten niet waar ze het over hebben. Ik weet het wel. Het is goed wat je doet.'

,,Mengele heeft ons geweten gescherpt. Vóór zijn tijd werden gevangenen gebruikt voor riskante medische proefnemingen. Na zijn tijd werd elk experiment met argusogen bekeken. Genetische manipulatie was voorgoed besmet. Ik was helemaal niet voorbereid op de discussie. Vlak na de geboorte van stier Herman zat ik ineens elke avond in een zaaltje de boodschap van de transgenese te verkondigen.

,,Ik was gespannen. Ik ben altijd eerlijk geweest, dat is het makkelijkste. Als ik halve waarheden moet verkopen, voel ik me slecht op mijn gemak. De Tweede Kamer stemde in 1993 tegen de toevoeging van het in koeienmelk geproduceerde menselijke eiwit lactoferrine aan babyvoeding. Kan GenePharming geen andere toepassing verzinnen voor lactoferrine, vroeg de commissie Landbouw. Het eiwit kon ook worden ingezet bij darminfecties en bloedvergiftiging, was ons antwoord. Want het werk in het lab moest gewoon doorgaan. Ik huichelde. Acteren heb ik niet geleerd in Nijelamer.'

Ik vind dat genetische manipulatie bij huisdieren haar grenzen heeft. Je mag hun gezondheid en hun welzijn niet beschadigen. Je mag hun gedrag niet veranderen. Ik zou varkens bestendig kunnen maken tegen stress, zodat ze bovenop elkaar in een klein hok toch flink kunnen groeien. Zonder elkaars staarten af te bijten. Maar dat stuit me tegen de borst. Daar ligt mijn morele grens.

,,Genetische manipulatie van dieren moet de gezondheid van mensen ten goede komen. Koeien mogen lactoferrine produceren. Koeien mogen een bloedstollingsproduct voor hemofiliepatiënten produceren. Zolang het om fysiologisch en hormonaal neutrale eiwitten gaat, is het onschadelijk voor die beesten. Maar als je een koe hormonen als EPO en insuline laat maken, gaat-ie de pijp uit.

,,In 1980 kreeg ik een baantje bij het biotechnologiebedrijf Genentech in San Francisco. Ze hadden er net bacteriën aangezet tot productie van insuline. Er hing een opgewonden sfeer. Met de recombinant DNA-techniek was alles mogelijk. Het is de beste universiteit die ik ooit heb bezocht. Ik kon zuiver wetenschappelijk onderzoek verrichten en ik kon volledig gepatenteerde geneesmiddelen op de markt brengen. Het klonen van vee is er toegestaan en bij elke uitvinding knalden de champagnekurken.

,,Mij werd gevraagd het rundergroeihormoon tot expressie te brengen. Maar terwijl ik de ene succesvolle proef na de andere deed, voelde ik me steeds ongemakkelijker. Dit hormoon zou worden gebruikt voor het oppeppen van koeienmelk. Middelmatige boeren konden zo hun gebrekkige productie compenseren met de injectiespuit.

,,Ik stond alleen. Het is bij Genentech niet zo dat je vrijmoedig over ethische bezwaren kunt praten. Laat staan dat ik tegen het management zou zeggen: `Barst maar, ik doe het niet'. Dan zie je gauw de achterkant van de deur. Korte tijd later vertrok ik naar de universiteit van Leiden waar ik een aanstelling kreeg als hoogleraar Biotechnologie aan de faculteit wis- en natuurkunde en mijn eigen bedrijf GenePharming opzette.

,,Bij GenePharming kwam ik vijf jaar geleden in eenzelfde situatie terecht. Ik had contact gelegd met een biotechnologiebedrijf in Finland dat probeerde EPO – een stof die de aanmaak van rode bloedlichaampjes stimuleert – te produceren in transgene muizen en koeien. De laboratoriummuizen hadden rode pootjes. Gewoon zielig. Ik zei niet: jongens, dit kan niet. Je trekt niet meteen je mond los hè? En de EPO-markt is hartstikke aantrekkelijk.

,,Ik ben daar ambivalent over geweest en dat is me verweten. Maar die ethische gedachtevorming heeft tijd nodig. Ik ben een pionier in de technologie. Uiteindelijk heb ik me van het EPO-onderzoek gedistantieerd.

,,In 1993 ben ik met veel ophef vertrokken bij mijn GenePharming. Daar hadden mijn morele bezwaren over roodpotige muizen niets mee te maken. Onder de nieuwe algemeen directeur moest er steeds meer productie worden gedraaid, terwijl ik als directeur Research&Development vooral geïnteresseerd was in de pionierskant van het onderzoek.

,,Ik wilde een rationele aanpak van elk transgenetisch proces. Niet hup, micro-injecteren en dan maar hopen dat een van de kalfjes transgeen zal zijn. We behandelden transgene koeien met protocollen die waren ontwikkeld voor muizen. Dat doe je niet. Daarover ontstond een conflict. Ach, we konden gewoon niet met elkaar door één deur.'

Het was mijn eigen bedrijf. Ik voelde me een boer die van zijn erf wordt gezet. Heer en meester over land en vee. Het was voor GenePharming beter geweest als ze me niet hadden laten gaan. De jaren erna heeft het een financieel dieptepunt doorgemaakt. Ik was de enige die het bedrijf kende: van de moleculaire biologie tot de veeverzorging. Met mij verdween de kennis in één hand.

,,Tot vorig jaar heb ik me niet meer met Pharming – zo heet het bedrijf tegenwoordig – bemoeid. Er zijn inmiddels runderprotocollen en binnenkort komen de eerste geneesmiddelen waarnaar ik onderzoek heb gedaan op de markt. Er is een wederzijdse verzoening tot stand gekomen tussen mij en de algemeen directeur. Ik vind het wel goed zo.

,,Ik heb een grote innerlijke overtuiging. Een soort boerenkoppigheid. Zonder dat ik op ruzie uit ben, zoek ik de controverse. Het moet. Eerst met mijn vader, later met de politiek en de dierenbescherming. Het kan me niet schelen wat in Nederland correct wordt gevonden en wat niet. Hoe de heersende mening luidt. Mijn maatschappelijke ongevoeligheid stelt me in staat mijn zin door te drijven.

,,Pas toen mijn ouders oud en mellow waren geworden, vond ik ze weer terug. Ik had nooit een klopje op mijn schouder gekregen, ook niet toen ik promoveerde. Maar toen stier Herman werd geboren, waren ze opgetogen. Het wetenschappelijk onderzoek dat ik verrichtte, hadden ze vroeger zeker afgekeurd. Ik had in hun ogen de autoriteit gekregen die vroeger was voorbehouden aan de dominee, Zijlstra en de coöperatie. Vlak voor zijn dood zei mijn vader: `Als jij het doet, zal het wel goed zijn'.'

Kleurenfoto

De foto bij het artikel Mengele heeft ons geweten gescherpt (in de krant van zaterdag 27 november, pagina 35) toonde in een deel van de oplage Herman de Boer met een ongezonde kleur. Door een technische storing was bij de druk geen magenta gebruikt.

    • Jutta Chorus