`Laat ouders de school controleren'

Scholen moeten verantwoording afleggen aan ouders en leerlingen, en niet aan de minister van Onderwijs. Ze moeten resultaten boeken zoals beschreven in een handvest, wat bij de rechter kan worden afgedwongen.

Dit is de kern van de radicale hervorming van het onderwijsstelsel die volgens de Leidse bestuurskundige Th. Toonen noodzakelijk is. Toonen heeft het plan ontwikkeld op verzoek van inspecteur-generaal F. Mertens, hoofd van de Onderwijsinspectie. Zijn voorstel past in de visie van VVD-minister Hermans (Onderwijs), die Toonen regelmatig om advies vraagt. Hermans vindt resultaten en kwaliteit van het onderwijs belangrijker dan dat scholen bezig zijn met details uit de wet. Hij wil zich zo min mogelijk bemoeien met problemen op indviduele scholen in het land en richt zich liever op strategische lijnen.

In het huidige stelsel komt het voor dat individuele scholen jarenlang onder de maat presteren – zoals de 14e Montessorischool in Amsterdam en de christelijke basisschool in Havelterberg – terwijl ze officieel wel aan de Wet op het Basisonderwijs voldoen. Ouders en de onderwijsinspectie staan dan met lege handen.

Toonen: ,,Inspecteurs moeten nu met name controleren of de school regeltjes in de wet naleeft. Geeft u voldoende uren biologie? Heeft u de verplichte stof behandeld in uw schoolgids? Het is net het voormalige Oostblok: als je zegt hoeveel spijkers ze moeten maken, maken ze kleine spijkers. Zeg je hoeveel kilo's ze moeten maken, dan maken ze grote spijkers. Scholen beschouwen de wet nu als een minimum dat ze moeten halen. Dat stimuleert niet om onderwijs te verbeteren.''

Uitgangspunt voor het nieuwe stelsel is dat ouders, en niet de minister van Onderwijs, de belangrijkste ,,aanjagers van kwaliteit op individuele scholen zijn'', zegt Toonen. ,,Het systeem moet zichzelf organiseren en controleren.'' Ouders hebben dus een instrument nodig om die verantwoordelijkheid te nemen, op lokaal niveau. Met het handvest kunnen ze desnoods naar de rechter. Voordeel voor scholen is dat zij ,,de vrijheid krijgen die ze graag willen.''

Het handvest zou door de Tweede Kamer moeten worden vastgesteld. Het dient duidelijke onderwijsnormen te bevatten, die alle ouders kunnen inzien. Wélke kennis en vaardigheden leerlingen op een bepaalde leeftijd moeten hebben, bijvoorbeeld.

Toonen erkent dat het moeilijk wordt om consensus te bereiken over die normen; dat is nog nooit gelukt in Nederland. ,,Daar moet je goed over praten.''

Kwaliteit kun je niet centraal voorschrijven, niet per decreet en niet per wet, is de overtuiging van Toonen. ,,Het idee dat uniformiteit gelijkheid inhoudt, is onzinnig. Als er ergens iets misging, werd de centrale wet in Den Haag telkens aangepast. Waartoe dat heeft geleid, zie je nu: er is één formele werkelijkheid en vele praktijken, die enorm van elkaar afwijken.''

Als het handvest er eenmaal is, kan de inspecteur het gebruiken om de kwaliteit van scholen te beoordelen. Scholen kunnen advies krijgen van professionele begeleidingsdiensten. ,,De inspectie, die dan optreedt als een soort Algemene Rekenkamer, kan haar bevindingen bundelen waardoor de minister zicht houdt op de gemiddelde staat van het Nederlandse onderwijs.'' Want de minister blijft verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. ,,Hij hoeft zich dan alleen niet te bemoeien met elke individuele misstand, waar hij toch weinig aan kan doen. Als leerlingen in Amsterdam veel verzuimen, dan moet je niet één centrale wet wijzigen maar ter plekke, als schoolbestuur, maatregelen kunnen nemen.''

Het voordeel van een handvest is volgens Toonen dat het inhoudelijk sneller is aan te passen dan een wet. ,,Nu loopt de onderwijswetgeving altijd achter op de praktijk.'' Bovendien maakt een handvest de relaties inzichtelijker: ,,Kwaliteit van één school is de verantwoordelijkheid van die school en ouders.''

Wie grijpt dan in als de ouders niet willen of kunnen? Niet de Inspectie, zegt Toonen, maar een apart orgaan, bijvoorbeeld een Onderwijsraad. ,,De inspectie moet niet straffen maar toezicht houden, kwaliteit stimuleren en gegevens opsporen. Als zij telkens met een opgeheven vingertje op school komt, dan streven scholen er weer naar om alleen aan de formele eisen te voldoen. De inspectie kan wél klachten voorleggen aan zo'n raad. Die krijgt de bevoegdheid om scholen te straffen of juist steun voor de school te eisen.''

    • Frederiek Weeda