Hamsterwoede

Das&Boom werkt aan een fokprogramma voor hamsters. De Faunabescherming is daar sterk tegen. `Dat bevestigt het idee dat je de natuur kunt manipuleren.'

Een steil weggetje voert omhoog de Wylerberg op, naar de villa in Beek (Gelderland) van de vereniging Das&Boom. Die houdt hier dassen en sinds kort hamsters. De hamsters (Cricetus cricetus), vooral bekend onder hun Limburgse naam `korenwolven', maken deel uit van een fokprogramma dat de soort van de ondergang moet redden. De laatste veertien hamsters – volgens de telling van Das&Boom – die in Limburg rondliepen, zijn met dat doel gevangen. Om het risico op rampen (ziekte, brand) te spreiden, zijn zeven dieren in Blijdorp ondergebracht. De andere verblijven in zeven hokken in een garage onderin het pand van Das&Boom. Ze hebben zich allemaal verstopt onder het stro. Toch zijn twee heuse hamsters te zien in het aangrenzende vertrek, een kelder die zij delen met twee dassen. De hamsters bewonen een namaakburcht achter glas en als het licht aanfloept blijken ze tegen elkaar aan te zitten dutten. Een harige bol, vier oogjes glinsteren boven vier hamsterwangen. Ze hebben een goudbruine vacht met donkere plukjes en witte vlekken. ``Dit zijn Tsjechen'', vertelt Das&Boom-voorzitter Jaap Dirkmaat. ``Hierheen gehaald voor de voorlichtingsfilm van Natuurmonumenten.''

Stichting de Faunabescherming moet niets hebben van dat fokken van hamsters. Faunabeschermer Harm Niesen vindt het ``een illusie dat je het aantal hamsters precies kunt vaststellen, laat staan roepen dat ze op uitsterven staan. Als er voor het fokken toch hamsters uit Duitsland of België gehaald moeten worden, laat die laatste Limburgse beesten dan met rust. Dat het slecht gaat met de hamster komt door biotoopverlies, zoals het verdwijnen van kleinschalige, door houtwallen omgeven korenvelden. Je moet de oorzaak wegnemen, anders los je niets op. En kun of wil je niet voor geschikt leefgebied zorgen, dan is er in het Nederlandse landschap kennelijk geen plek meer voor die beesten. Laten we dat gewoon toegeven. Dat vangen, fokken en uitzetten bevestigt het idee dat je de natuur kunt manipuleren.''

Het ministerie van LNV en de provincie Limburg lieten afgelopen zomer burchten tellen. Dirkmaat: ``Ze vonden er achttien. Binnen de kortste keren waren acht burchten omgeploegd. De overgebleven tien zaten allemaal bij Heer, waar wij toen die wake hielden. We vingen daar twaalf hamsters, waarvan slechts één ouder dan een jaar. De rest waren jongen van dit jaar, waarvan zes te klein waren om in het wild een winterslaap te overleven. Die jongen moeten van dat ene vrouwtje zijn dat we tijdens die wake in mei hebben gezien, maar niet gevangen hebben. Van de drie gevangen hamsters ging er een dood aan kanker. Net als twee van de veertien levende hamsters had hij gebitsproblemen. Dat wijst op inteelt. Daarom zijn Duitse of Belgische hamsters nodig. LNV heeft beloofd dat te regelen maar tot dusver hebben ze nog niets gedaan. De dieren moeten hier snel zijn, want de eerste hamsters gaan al in winterslaap. Vijftig procent overleeft die niet. Voortplanting in het wild is nu dus bullshit.''

BIOTOOPVERLIES

Als biotoopverlies de oorzaak van de hamsternood is, kun je dan niet beter daar wat aan doen? Dirkmaat: ``We hebben in 1996 een brandbrief naar LNV gestuurd over de noodzaak van hamsterreservaten. Op tachtig hectare hebben ze met hamstervriendelijk beheer geëxperimenteerd, maar boeren mochten er nog steeds ploegen, gif spuiten en ze waren niet verplicht elk jaar een gewas te telen dat hamsters lekker vinden. De hamsters verdwenen er. Twintig hectare mochten wij inrichten. Dat deden we met vier soorten graan met akkeronkruid. Niet alles werd geoogst, de resten lieten we liggen voor dekking, bijvoorbeeld tegen roofvogels, en voedselreserve. Dat zijn die akkers bij Heer waar de laatste hamsters zaten.''

Ook Natuurmonumenten is bezig met de inrichting van hamsterreservaten van zo'n 45 hectare elk. Volgens het soortenbeschermingsplan Hamster moeten er binnen vier jaar elf, onderling verbonden reservaten zijn. ``Maar wat heb je daaraan als er geen hamsters meer zijn?'' zegt Dirkmaat. ``Te zijner tijd importeren? In België bleken vorig jaar nog honderd bewoonde burchten te zijn. Duitsland hoopt op hamster-immigratie uit Nederland. Ze telden daar wat losse burchten en één groep van tien burchten, precies op de route van een geplande snelweg. In Tsjechië zijn nog genoeg hamsters, hoewel ze daar ook achteruitgaan, maar hoogstwaarschijnlijk van een andere ondersoort. Die moet je dus niet kruisen want dan ben je de Limburgse ondersoort kwijt. Of het echt om een ondersoort gaat, zouden we genetisch willen laten onderzoeken, maar zo'n onderzoek kost twee ton en van dat geld legt men liever twee meter Betuwelijn aan. Hamsters zijn stapelvoedsel voor zeventien predatoren. Lieten we ze lopen, zouden ze opgegeten worden waar je bijstond.''

buitenren

Onlangs heeft Das&Boom een buitenren aangelegd voor het fokprogramma. Dirkmaat gaat voor in een doolhof van meidoornhagen, aangelegd voor de dassen die hier zijn opgelapt en zich voorbereiden op een bestaan in het wild. Het gras tussen de hagen is grondig omgewoeld. Steenmarters, dassen noch buizerds kunnen bij de hamsters in de ren komen. Het i5 bij 35 meter grote onderkomen is overdekt met gaas, dat anderhalve meter diep de grond insteekt. Geen hamster kan eruit, geen roofdier erin. Een paar schrikdraden leveren extra beveiliging. ``Er zitten nu een stuk of tien Tsjechische hamsters'', zegt Dirkmaat, wijzend op een holletje. ``De ren is hopelijk groot genoeg voor vijftig nog niet geslachtsrijpe hamsters. Als het fokken lukt, kunnen er steeds vijftig in om te wennen aan het buitenleven. Hiervandaan gaan ze naar de reservaten.''

Dirkmaat zegt dat Nederland zich volgens de Habitatrichtlijn in het Europese Verdrag van Maastricht, en ook volgens het Verdrag van Bern, heeft verplicht tot fok of herintroductie van met uitsterven bedreigde soorten. Maar volgens de Faunabescherming geldt die plicht tot herintroductie pas als een soort al uitgestorven is. De stichting beroept zich op de IUCN (International Union for Conservation of Nature and Natural Resources), de gezaghebbende organisatie waarvan honderden overheden en non-gouvernementele organisaties lid zijn.

Mike Jordan is docent wildlifemanagement aan het Sparsholt College in Hampshire, Engeland en knaagdierspecialist van de IUCN. Hij heeft ervaring met het fokken van hamsters voor dierentuinen en met het in het wild uitzetten van hazelmuizen en waterspitsmuizen. ``Heel eenvoudig is dat fokken niet'', vindt Jordan, ``omdat hamsters vrij agressief zijn. Maar het is best te doen. Ik zou die laatste Nederlandse hamsters zeker vangen, anders is het gedaan met ze. Het in het wild uitzetten van dieren uit de streek heeft meer kans van slagen dan van dieren die van elders komen. Die zijn misschien te veel aan een ander biotoop aangepast. Dat vangen had beter kunnen gebeuren toen er nog honderden hamsters waren, dan had je niet achter de complete populatie aangemoeten.''

    • Koos Dijksterhuis