Gezond, mits met mate

Het Amerikaanse Department of Health and Human Services adviseert het volk sinds 1996 regelmatig een kleine hoeveelheid wijn of alcohol te drinken. Dat is goed voor de gezondheid. Wijn wordt op het ogenblik beschouwd als `health food'. Daaruit blijkt dat de opvattingen bij de Amerikaanse autoriteiten in de loop der tijden nogal gewijzigd zijn. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog kenden de VS nog een wet die alle alcoholhoudende dranken probeerde uit te bannen. Van `prohibition' of `drooglegging' is thans bepaald geen sprake meer.

Dat wijn gezond zou zijn is al een zeer oude overtuiging. In het Oude Testament en de Talmud wordt wijn als een geneesmiddel beschreven. Op een in Babylon gevonden kleitablet uit 2230 jaar v.Chr. staat de oudst bekende tekst waarin wordt beschreven dat wijn, gekookt met kruiden, kan dienen als afweermiddel tegen onder andere demonen.

Gegiste druivensap werd van oudsher gebruikt voor het desinfecteren van wonden – een zogeheten bactericide effect – en de oude Grieken beschouwden wijn niet alleen als gezondheidsdrank, maar ook als therapeuticum en wondermiddel tegen ziekten. Hippocrates, het boegbeeld van de artsenij, die rond 400 v.Chr. op Kos een medische school stichtte, zag wijn als een belangrijk medicijn dat werd voorgeschreven tegen tal van ziekten en kwalen. Dat is zo gebleven tot in de middeleeuwse kloosters en universiteiten.

In de modernere geneeskunde werd – voor zover bekend – het drinken van wijn voor het eerst rond 1928 aangeraden voor patiënten die aan angina pectoris leden. Een jaar later werd echter hoogstwaarschijnlijk voor het eerst beschreven dat het positieve effect van wijn niet alleen is toe te schrijven aan het bestanddeel alcohol. Wijn bevat meer ingrediënten, die `cardiac tonics' werden genoemd, hartversterkende geneesmiddelen. In 1936 werd de veronderstelling uitgesproken dat matig gebruik van alcohol het optreden van atherosclerose kon verminderen.

De Fransman Dougnac was de eerste epidemioloog die blijkens zijn proefschrift uit 1931 onderzoek deed naar een mogelijk verband tussen wijn en gezondheid. Hij zag dat wijndrinkende 60-plussers in de Médoc een duidelijk langere levensverwachting hadden dan de gemiddelde Fransman. Het zou tot 1980 duren voor er een omgekeerd verband werd aangetoond tussen wijnconsumptie en hart- en vaatziekten.

`Wijn is gezond en voorkomt hart- en vaatziekten' is tegenwoordig de overtuiging, zeker nadat het Amerikaanse televisiestation CBS in 1991 een uur lang een reportage uitzond over de Franse geleerde Serge Renaud, die daarin `the French paradox' besprak. Die paradox houdt in dat Fransen uit de buurt van Toulouse, die evenveel verzadigde vetten consumeren als Amerikanen, een veel kleiner risico op hart- en vaatziekten hebben. De verklaring moest in de wijnconsumptie worden gezocht.

Voor rijen wetenschappers is deze vondst toch – om zo te zeggen – iets te kort door de bocht, zo blijkt uit het boek `Is wijn gezond? De rol van alcohol' van de Wageningse emeritus-hoogleraar dr.ir. Rudolf L.M. Pierik, die inmiddels aanzien heeft verworven als `wine writer'. De titel van zijn jongste boek is niet zomaar in vragende vorm gesteld, omdat de kernvraag – is alleen de alcohol in de wijn van cruciaal belang voor de gezondheidseffecten? – nog altijd niet bevredigend is beantwoord.

Wijn als vehiculum van alcohol bevat een indrukwekkend rijtje mogelijke `medeplichtigen' aan dat zegenrijke effect. Wijn bestaat natuurlijk voor het grootste deel uit water. Naast ethylalcohol en andere alcoholen – zoals foezelalcoholen (bijvoorbeeld n-butanol, iso-butanol, n-propanol en iso-amylalcohol) – zijn er de veel besproken fenolen, organische zuren, suikers, stikstofverbindingen, aromastoffen, vitaminen en mineralen. Die fenolen hebben de afgelopen jaren sterk in de aandacht gestaan omdat wijn de enige alcoholische drank is waar ze in voorkomen. Het gaat om een zeer omvangrijke verzameling van verbindingen (waaronder kleurstoffen en tanninen), die in de vakliteratuur ook wel fenolderivaten worden genoemd, omdat ze zijn opgebouwd uit de stof fenol. Als het gezondheidseffect van wijn enkel te danken zou zijn aan fenolen, dan zou een dagelijkse pot thee, een uiengerecht of een paar appels nog beter zijn dan zes glazen rode wijn. Maar wat heet in dit verband rode wijn? Het gehalte van bijvoorbeeld resveratrol – een van de belangrijkste fenolen in wijn – is sterk afhankelijk van het druivenras. Bij Pinot Noir zeer hoog, hoog bij Cabernet Sauvignon en Merlot, laag bij Syrah en Zinfandel en zeer laag bij Cabernet Franc, Sauvignon Blanc en Chardonnay. Het gehalte aan resveratrol kan bovendien aanmerkelijk stijgen – tot 200 milligram per kilo versgewicht aan druiven – door aluminiumchloride toe te dienen aan de wijnstok.

Uit de literatuur die Pierik bestudeerde wordt duidelijk dat het positieve effect van alcohol voornamelijk betrekking heeft op het voorkómen van hart- en vaatziekten. Dat veelomvattende begrip bestaat eigenlijk uit een trits van achtereenvolgende gebeurtenissen. Het begint met atherosclerose, wat vroeger aderverkalking werd genoemd. De kransslagaders bij het hart slibben eerst geleidelijk dicht door de afzet van het kwaaie LDL-cholesterol en kalkhoudende plaques. De bloedplaatjes (trombocyten) gaan klonteren, er volgt trombose (een bloedprop sluit de ader af), angina pectoris (pijn in de hartstreek door een tekort aan bloed), daardoor een tekort aan zuurstof in de hartspier en uiteindelijk een al dan niet fataal infarct. Het positieve effect van alcohol op dit proces wordt meestal toegeschreven aan een vermindering van de bloedklontering, een verhoging van het gehalte aan het `goede' HDL-cholesterol en een verlaging van het vermaledijde LDL. Naast epidemiologisch onderzoek is ook na autopsie vastgesteld dat alcoholconsumptie tot een vermindering van atherosclerose leidt.

Pierik beschrijft de heilzame effecten van alcoholgebruik op de bloedvaten en de bloeddruk, op mogelijke beroerten, galstenen, lichaamsgewicht, vruchtbaarheid, zwangerschap, botontkalking, kanker, verkoudheid, suikerziekte en seniele dementie. Maar dat geeft allemaal geen antwoord op de hamvraag: `Is wijn gezond?'

Pierik wijst erop, dat bij de interpretatie van onderzoeksresultaten steeds een rol speelt dat wijndrinkers in het algemeen een gezondere levensstijl hebben, beter zijn opgeleid, minder roken en een betere toegang hebben tot de gezondheidszorg dan bieradepten of liefhebbers van jonge klare. Dat zou de meerwaarde van `wijn' boven die dranken kunnen verklaren. Wijn wordt bovendien bij de maaltijd gedronken, bier in mindere mate en gedistilleerd in het geheel niet. Daarnaast zijn er andere verschillen die in een `faire' beoordeling moeten worden betrokken, zoals verschillen in eetgewoonten, leeftijd, geslacht, roken en life-style.

Het grootste onderzoek rond alcohol en gezondheid (wijn, bier en borrel) is verricht door een Deense onderzoeksgroep, die gedurende twaalf jaar de sterftecijfers in Kopenhagen heeft bestudeerd. Het ging om 6.051 mannen en 7.234 vrouwen tussen dertig en zeventig jaar oud. Wordt het sterftecijfer van de controlegroep (de niet-alcoholdrinkers) gesteld op 1,0, dan daalt dit cijfer tot 0,51 bij een dagelijkse consumptie van drie tot vier glazen wijn. Bij bier (drie tot vijf glazen per dag) daalt het sterftecijfer ook, maar in veel mindere mate. Bij een zeer matige consumptie van gedistilleerd wordt de sterftekans relatief zwak, maar wel significant verlaagd. Bij matig borrelen is er geen effect. Het dagelijks drinken van drie à vier borrels leidt tot stijging van het sterftecijfer van 1,0 (controlegroep) tot 1,34. Het zeer gunstige effect van wijn ten opzichte van bier en borrel heeft zowel betrekking op de totale sterfte als op de sterfte ten gevolge van hart- en vaatziekten.

Pierik haalt het onderzoek niet voor niets aan. Hoewel niet afdoende bewezen, meent Pierik dat matig wijngebruik gezond is, al was het alleen al wegens de alcohol. Maar hij waarschuwt wel meteen: ga nou niet meteen drie tot vijf glazen wijn per dag drinken, want een geringer aantal heeft ook al een positief effect.

Rudolf Pierik: Is wijn gezond? De rol van alcohol. Uitg. Ad. Donker, Rotterdam, 93 blz., ongeïll., prijs ƒ22,50. ISBN 90 6100 479 9.

    • Bram Pols