Geloven als tijdelijke gekte

Het is met de nodige scepsis dat je kennis neemt van een nieuwe serie over spiritualiteit als die wordt gemaakt door mensen van wie je bijna zeker weet dat ze weinig op hebben met het onderwerp. Wat te denken van een reeks documentaires over het geloof die is bedacht door een hoogleraar moderne letterkunde, Ton Anbeek – die wij in zijn carrière op veel hebben kunnen betrappen, maar niet op zin in religie – en gemaakt door twee jonge zelfverklaarde agnosten. Hun speurtocht naar de homo spiritualis aan de hand van vijf portretten van religieuze mensen wordt bovendien uitgezonden door de VPRO en die omroep was er decennia lang toch vooral trots op nooit een woord aan dit soort zweverigheid vuil te maken, met uitzondering van satirisch commentaar.

Het VPRO-reliproject benadert het onderwerp zoals het weldenkende intellectuelen aan het einde van ons millenniumpje betaamt, dat wil zeggen met een geamuseerd soort afstandelijkheid. De reeks beoogt verschillende stadia van geloven aan de orde te stellen; van het twijfelen door een beginner in het bahai-geloof, via het fanatisme van een evangelist tot de afvalligheid van een Jehova's getuige. Dat suggereert dat geloven geen log fenomeen is dat bevorderd dan wel bestreden dient te worden, maar veeleer een psychologisch verklaarbare vlaag van bewustzijnsvernauwing, een tijdelijke gekte in tijden van crisis. Een verfrissende kijk op religie.

De eerste aflevering gaat over de achttienjarige Rudy die net zijn eindexamen havo heeft gedaan en op het punt staat zich officieel in te schrijven als bahai. De documentairemakers delen droogjes mee dat bahai mensen zijn die streven naar wereldvrede en niet aan drank, drugs, vooroordelen en seks buiten het huwelijk doen, en dat er in Nederland vijftienhonderd van zijn. Het is alsof je een bordje voor een hok in de dierentuin leest, maar goed.

In korte tijd wordt duidelijk hoe pijnlijk eenvoudig Rudy's hang naar God psychologisch verklaard kan worden. Bij een portret van godsdienstige mensen krijg je meestal ingepeperd dat wat hen drijft uiteindelijk een mysterie is, maar daar is hier geen sprake van. Het is heel simpel: Rudy zoekt in religie de zekerheid die hij is verloren toen zijn vader uit huis verdween, een militair met strenge regels in de opvoeding. En dat hij zich zo sterk tot bahai aangetrokken voelt, komt eigenlijk vooral door de vriend met wie hij gerust een nacht lang over het onderwerp discussieert. Nee, zo diep kan Rudy's overtuiging niet geworteld zijn, horen we de makers van de documentaire Jorien van Nes en Saskia Diesing denken, zo'n jongen wil gewoon wat geborgenheid, hij zal binnenkort wel weer tot het gilde der heidenen terugkeren. Religie is helemaal niet zo'n big deal. Misschien hebben ze gelijk.

Ingodsnaam, zondag, Ned.3, 20.25-21.00u.

    • Arjen Schreuder