Europese Unie ruziet over hulp aan Kosovo

De Europese Commissie, de lidstaten van de Europese Unie en het Europees Parlement hebben ruzie over de wederopbouw van Kosovo. Vertegenwoordigers van de drie partijen hebben donderdagnacht het overleg boos en in grote verwarring over cijfers afgebroken. De ruzie gaat over de hoeveelheid geld die volgend jaar voor Kosovo moet worden uitgetrokken en over de vraag wie dit moet opbrengen.

Op een internationale donorconferentie eerder deze maand in Brussel heeft Eurocommissaris Patten voor Kosovo totaal 500 miljoen euro toegezegd. De EU-lidstaten kwamen met 220,8 miljoen euro over de brug, waarmee het totaal van de EU op 720,8 miljoen euro kwam. De andere deelnemers aan de conferentie zegden toe gezamenlijk 281,7 miljoen euro te zullen betalen, wat het totale bedrag op ruim één miljard euro bracht.

De EU-lidstaten zeggen nu dat het niet de bedoeling was dat hun 220,8 miljoen bovenop de 500 miljoen zou komen, die de Europese Commissie heeft toegezegd. Een woordvoerder van Eurocommissaris Patten houdt echter vol dat het geld van de lidstaten naast de 500 miljoen van de Commissie is toegezegd. Bij het overleg donderdagavond heeft Eurocommissaris Schreyer (Begroting) ook volgehouden dat de 500 miljoen van de Commissie los staan van de bijdragen van de EU-lidstaten.

Het Europees Parlement vindt dat de hulp aan Kosovo gefinancierd moet worden door de begroting van de EU voor volgend jaar te verhogen. De EU-lidstaten willen daar niet van weten. Ze stellen dat op andere begrotingsposten bezuinigd moet worden. De enige post die daarvoor in aanmerking komt is ontwikkelingshulp voor Afrika en Zuid-Amerika. Maar het Europees Parlement denkt er niet over om daarop te bezuinigen.