Een grote sporthal vraagt om veel publiek

De finales van de Nederlandse kampioenschappen boksen zijn vandaag, morgen en maandag het eerste evenement dat in het nieuwe Topsportcentrum in Rotterdam wordt gehouden. ,,Hier gaat sport altijd voor lingerieshows en duivententoonstellingen.''

Het Topsportcentrum in Rotterdam, gelegen naast het Feyenoord-stadion, beschikt over een capaciteit van 2.500 plaatsen. Dat is heel groot voor de basketballers van Gunco en volleyballers van Cadenz Nesselande, die met ingang van januari hun thuiswedstrijden in de nieuwe accommodatie gaan spelen. In hun huidige zaaltjes, respectievelijk de Zadkinehal en dorpshuis Swanla, trekken ze gemiddeld niet meer dan zo'n 500 toeschouwers per duel. ,,Natuurlijk zijn we bang dat we straks in een lege zaal staan te spelen'', zegt een volleyballer dan ook.

Voor Nesselande is de verhuizing een extra grote onderneming. De ploeg verlaat Zevenhuizen en moet in Rotterdam een nieuwe supportersschare opbouwen. Thuis is lang niet iedereen blij met het vertrek van het eerste mannenteam, dé trots van het Zuid-Hollandse dorp. Voorzitter Gerard van der Wende kan zich het protest goed voorstellen. ,,Als je mij als inwoner van Zevenhuizen in mijn hart kijkt, vraag ik me ook af: moet dit nou? Maar we konden deze kans niet laten liggen. Het is een noodzakelijke stap voor een club, die naar de Europese top wil. Om te kunnen groeien heb je een betere en grotere accommodatie nodig.''

Nesselande krijgt de mooiste speelplaats in de volleybal-eredivisie. De hal in Rotterdam is vooral veel hoger dan die van de andere clubs. ,,Je krijgt zo een ander soort volleybal'', vindt Nesselande-aanvoerder Ferry van Hal. ,,Als je in een gewone zaal in Nederland een bal verdedigt, dan moet je uitkijken dat hij niet tegen het plafond vliegt. Daar hoef je hier in Rotterdam niet bang voor te zijn.'' Ook de verende vloer en de verlichting vallen in de smaak van de spelers. Coach Gert Timmer zegt ,,likkebaardend'' naar de trainingen van zijn selectie in Rotterdam te kijken.

Bij Hans den Oudendammer wekt de aanblik van de nieuwe hal ,,diepe emoties'' op. De directeur van de stichting Rotterdam Topsport zette zich als wethouder van sport vol overgave in voor de verwezenlijking van de accommodatie, die 24 miljoen gulden kostte. ,,We willen ons onderscheiden als dé sportstad van Nederland en dan heb je zo'n moderne zaal nodig. Anders mis je in de slag om de organisatie van een bepaald soort evenementen.'' Den Oudendammer typeert het Topsportcentrum als ,,een tussenhal''. Rotterdam heeft ook sportpaleis Ahoy', maar die accommodatie is te groot voor nationale kampioenschappen en competitiewedstrijden.

De oud-wethouder kan zich voorstellen dat voor grote evenementen soms beide hallen worden gebruikt, bijvoorbeeld met de voorronden in het Topsportcentrum en de finales in Ahoy'. De twee accommodaties liggen met de auto op nauwelijks tien minuten rijden van elkaar. De samenwerking zal geen problemen opleveren. De organisatie van Ahoy' is ook de exploitant van de nieuwe hal naast De Kuip. Topsport Rotterdam wil dat er elke maand minstens één aansprekend nationaal sportevenement (meestal een NK of open NK) in de stad is.

Den Oudendammer vindt het reëel om in de beginfase bij de thuiswedstrijden van Gunco en Nesselande minimaal duizend toeschouwers te verwachten. ,,De Rotterdammers houden van topsport. Kijk naar Feyenoord, kijk naar de Rotterdam Marathon.'' Een basket- of volleybalwedstrijd in de nieuwe hal moet volgens Den Oudendammer voor de bezoekers een avondje-uit zijn. Bewust is bij de bouw van de accommodatie veel aandacht besteed aan het comfort van de toeschouwers voor, tijdens en na de wedstrijden. ,,De sport moet wel centraal staan en zal in deze hal altijd voorrang hebben op lingerieshows en duivententoonstellingen'', zegt Den Oudendammer.

Hij verwacht vooral veel van het basketbal in het Topsportcentrum. ,,Dat moet na het voetbal de tweede sport van Rotterdam worden'', meent Den Oudendammer. Hij denkt dat basketbal bij uitstek een tak van sport is voor de allochtonen in de stad. ,,Die moeten we proberen naar de zaal te krijgen. Je ziet bij sportwedstrijden in Rotterdam voornamelijk blanke toeschouwers, zelfs bij Feyenoord. Er is één uitzondering, het honkbal bij Neptunus. Daar komen veel Antilliaanse mensen.''

De twee bespelers van de nieuwe hal voeren volop acties om de Rotterdammers warm te krijgen voor hun sport en hun club. De aandacht wordt vooral gericht op de jeugd. Zo bezoeken spelers van Nesselande vier ochtenden per week basisscholen in de regio. Gunco werkt al geruime tijd mee aan een basketbalklas voor scholieren. Een andere markt met potentiële belangstellenden is de aanhang van de grote buurman Feyenoord. Om de veertien dagen komen zo'n 25.000 mensen langs het Topsportcentrum op weg naar het voetbal. Op een groot bord kunnen ze zien welke evenementen er zijn. De betrokkenen onderkennen de risico's. Want zo kunnen ook mensen naar de zaal komen die zich minder goed gedragen.

Nesselande gaat zijn thuiswedstrijden vooral op vrijdagavond spelen, Gunco op zaterdagavond. Wanneer Feyenoord gelijktijdig in De Kuip speelt, zullen de basketballers en volleyballers incidenteel terugkeren naar hun oude zaal. Overigens worden de supporters uit Zevenhuizen dit seizoen gratis vanuit het dorp per bus naar de wedstrijden van hun ploeg in Rotterdam vervoerd.

Veel van de populariteit van de clubs hangt af van de prestaties. Niemand wordt aanhanger van een verliezende ploeg. Nesselande staat momenteel tweede in de volleybal-eredivisie, Grunco gedeeld zesde bij het basketbal. De ploegen spelen respectievelijk op 14 en 6 januari hun eerste competitiewedstrijd thuis in het nieuwe centrum. De vuurdoop voor Nesselande is al over twee weken. Dan organiseert de club een kwalificatiepoule van het toernooi om de CEV Cup. Met man en macht wordt gewerkt om via acties in regionale kranten en op de radio de zaal in die drie dagen goed gevuld te krijgen.

    • Hans Klippus