Doorzichtig wonder

DE KUNSTLENS bestaat 50 jaar. Het gouden jubileum van dit kleine doorzichtige wonder verdient een terugblik. De kunstlens is de kroon op de moderne staaroperatie, zij vervangt de troebele ooglens. Voor zover we weten, was de eerste die de mogelijkheid van een lensimplantatie heeft overwogen de rondtrekkende oogarts Tadini uit de achttiende eeuw. In 1766 ontmoette Casanova hem in Warschau. Tadini liet hem toen een doos met kogeltjes zien die op lenzen leken. De oculist beweerde zo'n kogel in het oog te kunnen plaatsen ter vervanging van een troebele lens. Casanova betwijfelde of Tadini die operatie ooit echt had gedaan.

Rond 1795 verrichtte de Dresdener hofoogarts Caramata daadwerkelijk een dergelijke operatie, die mislukte omdat de kunstlens meteen op de bodem van het oog viel. Gedurende de anderhalve eeuw, die daarop volgde gebeurde er op dit gebied niets dat het ver melden waard is.

En dan wordt er ineens geschiedenis gemaakt. In de herfst van 1949 werd aan Harold Ridley, een Londense oogarts, na afloop van een routinestaaroperatie, door een medisch student gevraagd, waarom hij de zieke, ondoorzichtige lens niet door een nieuwe had vervangen. Deze kritische en cruciale vraag was voor Ridley, voor wie Tadini en Caramata onbekenden waren, aanleiding om zich bezig te houden met de mogelijkheid van lensimplantatie, als alternatief voor de zware staarbril die toen algemeen werd voorgeschreven na verwijdering van een troebele lens. Een schoolvoorbeeld van hoe onderwijs en onderzoek hand in hand kunnen gaan.

Als materiaal bood zich acrylglas aan. In de Tweede Wereldoorlog hadden namelijk ettelijke piloten en schutters van de luchtmacht oogletsel opgelopen door beschietingen van met name Spitfire-cockpitten, waarvan de raampjes van plexiglas waren. Het was Ridley opgevallen dat de perpex splinters in het oog, ook na genezing van de wond, geen weefselreactie vertoonden. ``Oorlog is de enige echte school van de chirurg'', schreef Hippocrates al in Wonden aan het hoofd.

De eerste perspex lens werd in het St. Thomas ziekenhuis in Londen door Ridley geïmplanteerd op 20 november 1949, in de lenskapsel, die hij eerder geopend had om de troebele lens eruit te halen. Ridley had daartoe geen enkele voorafgaande dierproef gedaan. Dat zou nu ondenkbaar zijn en natuurlijk ook ontoelaatbaar voor bijvoorbeeld een ethische commissie van een ziekenhuis. Ridley deed honderden lensimplantaties bij staarlijders. Slechts enkele bleken ook op de lange termijn een goed resultaat te boeken.

De tweede generatie intra-oculaire lenzen werd niet áchter, maar vóór de iris geplaatst. En de derde generatie werd ontwikkeld in Terneuzen, in Zeeuws Vlaanderen, in splendid isolation, door de oogarts wijlen dr. Cees Binkhorst. Zijn lens, de iris-clip-lens, werd als een manchetknoop in de pupil gezet en boekte als eerste een wereldwijd succes.

Zo werd de kunstlens in Londen uitgevonden, en later in Terneuzen – zonder universitaire context – ontwikkeld van een experimenteel en bijna obscuur geworden ontwerp tot een veilige en klinisch geaccepteerde oogprothese.

De huidige generatie kunstlenzen wordt weer in de lenskapsel gezet, zoals Ridley dat 50 jaar geleden deed. Ridley leeft nog. Hij werd aan staar geopereerd en kreeg toen moderne lensjes in zijn kapsels.

    • Pek van Andel