Diensten

James Fiorillo, senior analist bij ING-Barings Securities in Tokio:

`De afgelopen twee à drie jaar hebben buitenlandse financiële instellingen, van verzekeringsmaatschappijen tot effectenhuizen en vermogensbeheerders, op eigen kracht of via overnames een enorm marktaandeel veroverd in Japan. Buitenlandse vermogensbeheerders beheren nu 50 procent van het vermogen van pensioenfondsen van het particuliere bedrijfsleven, krap 400 miljard gulden. Dat is in twee jaar tijd gebeurd. Het voorlopige hoogtepunt is de overname van de Long Term Credit Bank door Ripplewood Holdings, de eerste overname van een grote Japanse bank door een buitenlands bedrijf. Bij verkoop van de [na faillissement vorig jaar genationaliseerde] LTCB maakte het Financial Supervisory Agency (FSA) gebruik van adviezen van Goldman Sachs.

Bij de verkoop van de [eveneens genationaliseerde] Nippon Credit Bank is Morgan Stanley de adviseur. Ik denk niet dat de FSA nog kijkt naar de nationaliteit van een potentiële koper, ik denk dat ze tegenwoordig vooral denken aan verstandig gebruik van het belastinggeld dat sanering kost. Tegenwoordig zijn de mogelijkheden voor binnen- en buitenlandse spelers in de Japanse financiële sector gelijk.

Al deze ontwikkelingen zijn te danken aan de `Big Bang' in de financiële sector die de regering drie jaar geleden aankondigde. Directe reden was dat men bang was dat Tokio terrein zou verliezen op andere Aziatische financiële centra als Hong Kong en Singapore. Nu spreken we nog steeds over het rijtje New York, Londen, Tokio. Maar zonder de Big Bang was dat niet zo geweest.

De internationale overeenkomst van 1995 over financiële diensten is een factor geweest in die ontwikkeling. De Japanse markt was zeer gereguleerd en zulke markten creëren geen bedrijven met concurrentiekracht. Door het akkoord moest men buitenlandse instellingen meer toegang geven. Zonder de markt te dereguleren en Japanse instellingen te dwingen concurrerender te worden zou het resultaat van die buitenlandse instroom voor de Japanse banken dramatisch zijn geweest. Daarom is de deregulering van de Big Bang goed nieuws voor buiten- èn binnenlandse banken geweest.

Japanse banken hebben zich inmiddels massaal uit de Amerikaanse markt moeten terugtrekken. De managers weten nu dat ze moeten veranderen, dat ze een nieuwe manier van zakendoen moeten ontwikkelen. Belangrijk, maar pas het halve werk. Het is als de dikke man die weet dat hij te dik is, maar nu de stap moet nemen om op dieet te gaan. Probleem daarbij is dat in Japan, in tegenstelling tot westerse banken, er geen wisseling van management is. Dezelfde mensen die tien jaar terug fouten hebben gemaakt, zitten nu nog steeds aan de top en willen als het even kan erkenning van vroegere fouten vermijden.'

    • Hans van der Lugt