De truffelsoepeters

Daklozen mogen van burgemeester Giuliani in New York niet meer op straat slapen. Als ze het toch doen worden ze opgepakt, naar het bureau gebracht en als ze verder niets verkeerds hebben gedaan, worden ze de volgende ochtend vrijgelaten met de opdracht zich bij een tehuis voor daklozen te melden. Dat is vol. De directeur zegt: ga vannacht maar op straat slapen. Maar dat heeft de burgemeester verboden. Met de burgemeester heb ik niets te maken! De volgende nacht worden ze op straat slapend aangetroffen. Ik had je toch gezegd dat je naar een tehuis moest, zegt de agent. Dat heb ik gedaan, zegt de dakloze, maar de directeur zei dat ik vannacht op straat moest slapen. Met die directeur heb ik niets te maken! Naar het bureau! Het is Catch 22, zoals Joseph Heller het in zijn boek heeft beschreven. Wát je ook doet, het is verkeerd.

Een dakloze hier in de buurt heeft er iets op gevonden. Hij slaapt overdag, staande. Hij heeft aan de straat een soort nis gevonden die door een hekje is afgesloten. Hij heeft zich wijdbeens tegen dit hekje geplaatst, zijn rechterbeen bijna loodrecht onder zijn lichaam, en dan leunt hij met zijn bovenlichaam in een hoek van ongeveer twintig graden tegen de muur. Zijn hoofd laat hij rusten in een hoek van ongeveer 45 graden. Ik beschrijf nauwkeurig zodat u het thuis kunt proberen.

Zo staat hij daar om een uur of 10 'sochtends, en om 3 uur 'smiddags staat hij er nog. Aan zijn gezicht kun je zien dat hij soms droomt. Hij heeft een maas in de wet gevonden: op straat staand slapen is niet verboden. Als het spitsuur begint wordt hij wakker, gaat tegen de muur op straat zitten met een bekertje voor zich. Daar doen wij, de niet-daklozen, een kwartje of een dubbeltje in. Ik vraag me af of ik, in ruil voor mijn barmhartigheid hem zou kunnen vragen hoe hij 'snachts uit handen van de politie blijft, maar ik durf het niet.

Iedere grote stad heeft daklozen. De clochards zijn wereldberoemd. Als je met een fles wijn in Parijs onder een brug over de Seine woont, heb je als dakloze veel bereikt. In Amsterdam weet ik er een – ik zeg niet waar – die in de loop der jaren van zijn nachtleger bij wijze van spreken een riante openluchtbungalow heeft gemaakt, met fauteuil, slaapbank, baldakijn en drankkastje. Een andere woont achter in de tram. Hij houdt een monoloog, afwisselend in het Spaans, Engels en Nederlands. De derde zit omgeven door lege bierblikjes in de abri van de halte Leidseplein of Rembrandtplein. Voorzover ik kan zien worden ze met rust gelaten, en, heb ik eens gelezen, als ze per se onderdak willen hebben, kunnen ze het krijgen.

Hoe komt het dan dat dit in New York niet zo gemakkelijk gaat? Door de bloeiende economie van de vrije markt die het laatste kwartaal alweer harder gegroeid is dan werd verwacht. Op de televisie was een programma over een wolkenkrabber in aanbouw. Hier, zei de presentator, gaan straks de rijkste mensen van de wereld wonen. Als alles is verhuurd, is er een kapitaal opgestapeld, even groot als wat in Liechtenstein, Monaco en nog zo'n staatje ligt opgeslagen. De presentator liet zich vergezellen van een deskundige. Kunt u bedragen noemen? Natuurlijk. Hij bukte zich, wees drie vloertegeltjes aan en noemde het bedrag van het oppervlak. Me niet interesserend voor andermans geld ben ik het vergeten, maar het was groot genoeg om duizend daklozen een jaar lang een staanplaats te bezorgen. En, vroeg de presentator verder, wat eten die bewoners zoal? Om dat te zien moesten we naar de keuken van een restaurant. Kaviaar, denkt u misschien. Kaviaar is uit. Truffelsoep. Laten we dat goed onthouden.

Door de bloeiende economie stijgen de grondprijzen. De grond waarop deze wolkenkrabber staat, is de duurste. Dan, in concentrische cirkels, wordt het langzamerhand goedkoper, maar ook voor de goedkoopste grond aan de periferie moet steeds meer worden betaald. Op deze grond staan de tehuizen voor de daklozen. Dat is verlies van rendement. De tehuizen worden verkocht, de daklozen gaan de straat op. Zo ontstaat dit economisch mechanisme: hoe beter het met de economie gaat, hoe meer rijke mensen, hoe hoger de grondprijzen, en dus, hoe meer daklozen. Iedereen wil schone en veilige straten, maar de rijkste mensen hebben wat dit aangaat meer kracht van wil. De daklozen worden opgepakt, moeten naar een tehuis dat inmiddels is afgebroken of tot de nok toe vol zit en komen weer op straat terecht. De oplossing is: staand slapen. Samengevat: hoe meer truffelsoepeters, hoe meer staande slapers. Vincent van Gogh had er een mooi schilderij van kunnen maken.

Iets heel anders. Nog vóór het einde van het millennium heeft de sportwereld er een gebaar van vreugde bij. Uit het voetballen kennen we de slag in de lucht van de speler die het doelpunt heeft gemaakt, het knielen voor de tribune, het knielen met aanloop, het twee vuisten schudden, enz. Nieuw is het volgende. Men heeft in het Amerikaans voetbal een punt gescoord. Men heft de rechter bovenarm horizontaal, hand voor de kin, en maakt een maaiende beweging achterwaarts. Probeer ook dit even thuis om een idee te krijgen hoe het eruit ziet, maar let op dat er niemand naast of achter u staat. Omdat het gevaarlijk is, gaan er stemmen op, het te verbieden. Ik ben benieuwd of het tot de Nederlandse velden doordringt, en hoe lang het dan duurt voor het zo ver is.

    • S. Montag