`De drummer was pas veertien'

Yme de Jong: ,,Op een gegeven moment ben ik gevlucht uit mijn geboorteplaats Beverwijk... Ik was recalcitrant, vond het er saai...en dan die eeuwige wind...en altijd maar wind tegen! Ik hield van andere dingen: muziek, kunst... Ik zag in Den Haag een popart-tentoonstelling. Dat maakte op mij grote indruk. In Beverwijk drong daarvan niet veel door. `Maak eerst je HBS maar eens af', zeiden mijn ouders. Twee dagen voordat ik achttien werd ben ik van huis weggelopen en op de dag van mijn achttiende verjaardag heb ik me aangemeld op de Vrije Academie in Den Haag. Om toegelaten te worden moest je achttien zijn. Vanwege de naaktmodellen.

Door een vriendinnetje in Den Haag kwam ik in de Haagse kunstscene terecht. Den Haag was toch wel `the place to be': Al die bandjes! ik heb toen nog wel eens met The Golden Earrings meegezongen als `guest star'. `What time you stay here?' werd er gevraagd. Ze dachten dat ik Engels was.

In een galerie in Wijk aan Zee exposeerde ik dingen die ik op de Vrije Academie had gemaakt, Rauschenberg-achtig werk, popart dus. Er was in die omgeving een bandje actief genaamd `The Hotdogs'. Zij lazen een interview over mijn werk en mijn ideeën. Ze zagen een foto van me...ik was tamelijk extravagant moet je weten, en ze dachten: `die moeten we hebben als zanger'.

Een oefenruimte hadden ze al. Als ode aan de door mij zo bewonderde dichter Johnny van Doorn bedacht ik de naam `The Selfkick'. We studeerden vijf nummers in van de `Pretty Things' en met dat repertoire zijn we aan een talentenjacht mee gaan doen, die wonnen we, en direct daarop kregen we een platencontract bij Negram Delta.

Voor die plaat zijn we eigen nummers gaan schrijven. Het eerste singletje heette `Gosh, I'm your woman, not your wife'. Er werden tweeduizend exemplaren van geperst. Daarvan werden de meeste in Beverwijk verkocht. De Hitparade werd door de platenzaken in de grote steden samengesteld en zodoende kwamen we nooit in de Top Veertig terecht terwijl het nummer overal bekend was.

Binnen vijf maanden kwamen we al op tv. De drummer was pas veertien jaar dus die mocht helemaal niet voor de tv optreden, dus zijn leeftijd hebben we `gefaked'.

Het was 1965, de tijd van de popart, de muziek van `The Who'...alles viel op zijn plaats in die korte tijd. Het was fantastisch. Voor mij was dit alles het feest der herkenning.

Ik was toch wel de persoon die het imago van Selfkick creëerde. We droegen opvallende kleding: `Kink' broeken, truitjes met popart kleuren en symbolen. Het ging er wild aan toe; ik heb tijdens optredens wel sambaballen op mijn hoofd kapotgeslagen, dat voelde je niet hoor! Wij golden als de enige echte popart-band in Nederland.

Ik had van die Warhol-achtige filosofieën: spanning scheppen door niets...je kon het publiek opzwepen door gewoon... maar dan stond alleen de gitarist op het toneel en dan loopt zo'n dansvloer vol en de rest van de band stond gewoon aan de bar iets te drinken en het publiek weet zich dan geen houding te geven en dan gaan ze raar geforceerd dansen en wanneer dan de band op het toneel klimt en mee begint te spelen...dat wordt dan gevoeld als een soort bevrijding. Er werd in die tijd vaak tweehonderd man te veel in zo'n zaal geperst, dus ik wil maar zeggen: flauwvallen was geen probleem hoor!

Na afloop van zo'n optreden kreeg je vaak een maaltijd. Prachtig gedekte koffietafels helemaal vol met borden rosbief en frikandellen!

Maar het is ook een keer gebeurd dat er in een hotel 's morgens bij het ontbijt een kamerscherm om ons heen werd gezet zodat de andere gasten dat langharig tuig niet hoefden zien.

We konden een maand als support act met The Who door Duitsland toeren, voor honderdvijftig mark de man, `expenses paid', maar onze manager heeft dat afgewezen. Hij vond het financieel niet interessant...daar kun je toch je hele leven boos over blijven, dat dat toen niet is gebeurd?

De mooiste herinnering? Nou, de vrouwen, dat was niet slecht... Dat achterlijke platteland in die tijd...in de plaatsjes op de Veluwe moest op zaterdagavond om twaalf uur de zaal ontruimd zijn omdat er op zondag niet gespeeld mocht worden. Die jeugd werd zo kort gehouden; je had daar makkelijk succes...ze mochten niks!

Op een gegeven moment zijn we via een optreden bij Ateliers 63 in Haarlem terechtgekomen en onze act sloeg in die kringen erg aan. Vervolgens ben ik op de dichter afgestapt waar ik zo tegen opkeek: Johnny van Doorn. Of we niet iets samen konden doen? Hij voelde zich zeer vereerd en het kwam tot een vorm van samenwerking tussen Johnny the Selfkicker en the Selfkick. Samen traden we op tijdens de manifestatie `Beat and Poetry' en daarmee werd er een heel nieuw circuit aangeboord...de andere bandleden vonden het waanzinnig. Die aandacht: dat hadden ze in hun stoutste dromen niet durven dromen. Johnny was voor mij de exponent voor wat er in die tijd gebeurde, die bevestiging van waar ik mee bezig was. En ik was de link tussen die jongens uit Beverwijk en de hippe kunstenaarsscene uit Haarlem en Amsterdam. Onze samenwerking duurde totdat de band in 1968 uit elkaar ging.

Op de sologitarist en de drummer na zijn alle bandleden met een `S5' voor militaire dienst afgekeurd. Wanneer we ergens in een café ons singletje in een juke-box zagen vroegen we of hij niet op nummer S5 gezet kon worden.

Daarna ben ik Johnny altijd blijven tegenkomen. Tot zijn dood.

Ik word nog wel eens vermeld als de `dichter/zanger' Yme de Jong. Ik schreef nog wel eens teksten voor de `Bintangs'. Ik zing nog vaak, maar dan alleen voor mezelf.

We werden onlangs gevraagd om nog een keer met Selfkick op te treden. Een reünie van bandjes uit de IJmond. Het optreden werd gefilmd. Ik ging als vanouds weer helemaal uit m'n dak. De regisseur van de filmploeg kwam na afloop naar me toe. `Je was de enige die het filmen waard was', zei-die.''

Dit is de laatste aflevering van de serie `Nederbeat'.

    • Frank Dam