Bladeren

`De blaren vallen in de gele grachten', dichtte J.C. Bloem. Een mooie eerste regel van een subliem gedicht, maar het probleem is dat de meeste bladeren naast de gele grachten of sloten vallen. En wat bij mij wel in de sloten terecht komt, kan ik er beter uit halen, anders slibt de boel dicht en komt de waterafvoer in gevaar.

Ieder najaar weer word je verrast door die verbluffende bladerenmassa die veelal geruisloos neerdwarrelt. Een paar jaar terug, kan ik mij herinneren, dacht ik, toen ik vertwijfeld al dat blad van mijn paden harkte, het lijkt wel of het ieder jaar meer wordt. Een poosje later had ik een brain wave.Maar natuurlijk, het lijkt niet of het ieder jaar meer wordt, het wordt ieder jaar meer, want de bomen groeien steeds door.

Toen dat inzicht mij deelachtig was geworden, nam ik een koen besluit. Altijd had ik gezegd: zo'n bladerenblazer, dat is iets voor rijke stinkerds, voor gemakzuchtelingen. Het zijn bovendien ondingen die loeien als Boeings. In mijn afkeer ervan werd ik bevestigd door twee jongens die ik op de buis smartelijk mis: Koot & Bie. Zij maakten een keer VVD'ers met bladerenblazers belachelijk.

En in de Consumentengids verscheen midden in de zomer, toen de blaadjes overal nog netjes op hun plaats aan de bomen zaten, een artikel waarin werd betoogd dat zo'n bladerenblazer helemaal niet nodig was. Een beetje harken, en alles was weg.

Helaas, zo simpel is het niet. Bij mij valt het meeste blad op plekken waar het rustig mag blijven liggen. Op de grindpaden echter moet het opduvelen. Het is niet dat ik schone paden wil hebben, maar blad composteert, wordt kortom omgezet in vruchtbare grond. Daar waar het in hoopjes op je grind lag, tiert het jaar daarop welig tussen je grind het onkruid. Wil je je zwaar schoffelen besparen, dan moet je je blad dus van het grind verwijderen.

Ik ben overstag gegaan. Ik heb zo'n bladerenblazer gekocht. Niet zo een die je op je rug gespt, nee, meteen een akelig dure op twee wielen. Ik geloof niet dat ik ooit iets heb aangeschaft waar ik zoveel plezier aan beleefd heb. Het hele jaar door zie ik uit naar het najaar om al die bladeren van m'n paden te blazen.

Vooral die enorme gele zakdoeken die van de kastanjebomen vallen – ach, wat een feest om die weg te wervelen. En heb je ze weggewerveld, dan kun je ze vervolgens in het gras nog weer dichter opeen blazen, om ze vervolgens naar je composthoop te transporteren.

Niet al het blad geeft zich zomaar gewonnen. De bladeren van de Es bijvoorbeeld moet je, zodra ze gevallen zijn als de bliksem van je paden blazen.

Het zijn samengestelde bladeren. Op een hoofdsteel zitten weer een aantal kleine blaadjes. Die kleine blaadjes verwelken snel, en maken zich, terwijl dus het hele blad al gevallen is, na verloop van tijd los van de hoofdsteel. En die hoofdsteel blijft dan hardnekkig als een los sprietje op je pad liggen, hoe bars je ook tekeer gaat met je bladerenblazer. Alleen vers gevallen essenblad kun je derhalve met hoofdsteel en al van je pad blazen. En toch: hoezeer ik al die jaren al de les heb geleerd: pak het essenblad meteen in de kraag – niettemin ben ik meestal de hele winter door bezig om die ellendige essenbladsteeltjes van m'n paden te rapen. Waar die stiekemerds allemaal vandaan komen, ik weet het niet, maar ze weten zich ieder jaar weer te manifesteren.

Een groot voordeel van essenblad is wel dat het vee er zo dol op is. M'n aanloopbokje en m'n lease-geitje doen er een moord voor. Laat ik ze dezer dagen los lopen dan drentelen ze bij voorkeur over de grindpaden om al het liggende essenblad op te peuzelen. Waar ze hun neus hoog voor ophalen is eikenblad. Eikenblad is een ramp. Het verteert niet, het verdwijnt niet, het ligt er maar. Het wordt bruin en leerachtig. Op de composthoop – waar het dus niet thuishoort – vormt het een ondoordringbare laag. Als al het andere blad volledig verteerd is, blaakt het eikenblad nog van gezondheid. Tot diep in februari hoor je het scherp ritselen als een driftige merel naar voedsel zoekt.

Het eigenaardige is: van de ene op de andere dag blijkt het opeens voorbij te zijn. Zo blaas je twee, drie keer per dag al die bladeren weg, en zo is het opeens gedaan. Geen blaadje meer aan de bomen te zien. De winter is echt begonnen.

    • Maarten het Hart