Bepaalde dingen snapt een mens niet

De schipper: ,,Na de oorlog was er geen geld en ik was de oudste jongen, dus er werd op mij gekeken. Ik moest pa gaan helpen. Maar ik deed het graag.''

Zijn vrouw: ,,Maar moest ge een keuze hebben gehad, ge zoudt...''

De schipper: ,,Ja, moest ik een keuze hebben gehad, dan was ik het juridische vak in zijn gegaan. Daar was ik als jongeman nogal van gecharmeerd, nog niet wetende dat advocaten vaak zelf ook bandieten zijn. Ik had een droom van voor de rechter mensen vrijpleiten. Maar ik ben nooit verder gekomen dan zeven jaren lagere school, punt uit. Tot mijn vierentwintigste heb ik als stuurman gevaren en nadat ik getrouwd was, ben ik vijf jaren zetschipper geweest – 40 procent voor jezelf, 60 procent voor de eigenaar – en daarna hebben we zelf een schip laten bouwen.''

Zijn vrouw: ,,Als meisje zijnde zei ik altijd tegen mijn moeder: ik trouw met een boer of met een schipper.''

De schipper: ,,Ik was de man van haar keuze. Ach, hoe gaat dat? Je kwam elkaar 's zondags na kerk tegen op straat. Iedereen liep buiten, de meisjes zorgden dat ze snoep bij zich hadden en dan speelden we toffees gooien. En van het een kwam het ander.''

Zijn vrouw: ,,Als ik later weleens klaagde zei mijn moeder: je wou het toch zelf?''

De schipper: ,,Dat was in de tijd dat de kinderen naar school moesten. Ik beschouw dat als de zwartste periode van mijn leven. Breng maar eens zo'n kindje van zes op zondagavond naar het internaat in de wetenschap dat je het de hele week niet meer ziet.''

Zijn vrouw: ,,En op de wal kon ik niet blijven.''

De schipper: ,,Het werk aan boord staat of valt met de inzet van de vrouw. Je vaart achttien uur per etmaal, bemanning is te duur, dus je eet om de beurt, je slaapt om de beurt, je bent volledig van elkaar afhankelijk.''

Zijn vrouw: ,,Ik heb weleens willen weglopen hoor. Maar dan kon ik er niet af. En tegen de tijd dat ik er wel af kon, was het over.''

De schipper: ,,Ons eerste schip was een spits, 340 ton, 150 duizend gulden. We voeren op Kortrijk en Doornik, zand erheen en dikwijls leeg weer terug. Toen werkte ik nog met bevrachters. Je belde en dan gaven ze je werk. Nu werk ik al tweeëntwintig jaar in relatieverband voor één vaste firma. We laden grind in Duitsland en dat lossen we in Amersfoort. Ons tweede schip was een Kempenaar van 600 ton, 300 duizend gulden. En waar we nu mee varen, dat is een 70-meterschip van 858 ton, een investering van een miljoen.''

Zijn vrouw: ,,Groter en groter en groter.''

De schipper: ,,Dat is de trend van de tijd. Bepaalde dingen snapt een mens niet. In één leven maakt men een ontwikkeling van zeilschip naar die razendsnelle schepen van nu mee. Maar een goede verklaring daarvoor weet ik niet.''

Zijn vrouw: ,,En nu ziet ge dat de vrouwen aan wal gaan.''

De schipper: ,,Omdat in de particuliere binnenvaart nu het verschijnsel van het koppelverband komt opzetten. Je laat met z'n vieren een schip bouwen, je werkt twee aan twee en dan hoop je maar dat het goed blijft gaan.''

Zijn vrouw: ,,Voor ons is geen plaats meer.''

De schipper: ,,En daardoor zal alles veranderen, want de kinderen krijgen de liefde voor het schip nu niet meer met de paplepel ingegoten. De jonge generatie denkt veel meer economisch. Maar ik hóu van mijn schip. Ik kan dromen van de kop, de brug, het hele aanzien, de motor...''

Zijn vrouw: ,,Ik dacht al, ge zult de motor toch niet overslaan.''

De schipper: ,,De motor is mijn tweede vrouw. De motor leeft. Ik heb niet zo'n nieuwerwetse, die gesloten is. Ik heb nog een ouderwetse, waarin je alles kunt zien bewegen.''

Zijn vrouw: ,,Wat wel erg is dat ons schip in prijs gehalveerd is.''

De schipper: ,,Ik ben zesenzestig, ik zou nu weleens willen ophouden. Maar ons pensioen zit in ons schip en niemand heeft nog belangstelling voor een schip van minder dan 1000 ton. Wie had dat ooit kunnen denken? Werkendeweg ben ik alleen maar armer geworden. Toen ik het kocht, heb ik 50 procent gefinancierd met een hyoptheek. Alles is keurig afgelost. Maar de centjes zijn verdwenen.''

Zijn vrouw: ,,En wat moeten we nou?''De schipper: ,,We moeten blijven varen.''

    • Jannetje Koelewijn