Beleggen zonder nadenken

`Ik ben een huisvrouw. Wat ik aan het eind van de week overhoud, stort ik in een wereldwijd beleggend fonds, tegen 0,4 procent transactiekosten. Ik vraag mij twee dingen af. Is het verstandiger om eerst een wat groter bedrag te sparen en dit daarna te storten? Levert het winst op om alles in mei te verkopen en half september terug te kopen? Denkend aan het gezegde sell in may and go away, but remember to come back in september.' Aldus een lezeres uit Arnhem.

Het automatisch overschrijven van een vast bedrag per maand (kwartaal) is de eenvoudigste manier om deel te nemen in een beleggingsfonds. Daarmee sluit je iedere twijfel uit. Oppotten biedt geen soelaas, scheelt niets in de kosten en lijdt wellicht tot uitstel. Het sprookje van mei en september, gaat voor veel combinaties van maanden op. Het verwoordt dat je op een hoogtepunt moet verkopen (winstnemen) en op een dieptepunt moet terug kopen. Maar wie kent die ijkpunten nou van te voren? Die benadering botst met de strategie middelen, een vaste, periodieke inleg; beleggen zonder na te denken.

Een lezeres uit Lieshout verdeelde twee jaar lang van tijd tot tijd wat geld gelijkelijk over twee beleggingsfondsen van twee banken, omdat ze niet wist welke het meest op zou leveren. Nu weet ze dat wel. Bij de een staat ze op 40 duizend gulden en bij de ander op 34 duizend; daar heeft ze inmiddels haar geld teruggevraagd. Zij vindt dat die bank in gebreke is gebleven en wil deze verantwoordelijk voor stellen. Heeft dat zin?

Protesteren heeft geen zin. Iedere belegger draagt zelf het beleggingsrisico, tenzij er sprake is van wanprestatie. Of wanneer de fondsbeheerder garanties biedt, zoals een clickfonds doet – aandelen in combinatie met put-opties. Je geld uit zo'n fonds halen is het enige wat je kan doen. Er speelt hier meer.

De beoordelingsperiode van twee jaar is wat kort. De prestaties van de fondsen over weer twee jaar, dus gerekend over vier jaar, kunnen anders uitkomen. Dat hangt mede af van de portefeuille. Daar moet een beheerder een beetje geluk mee hebben. Beleggen is geen wetenschap, maar meer een soort kunst(je).

Verder vergelijkt de lezeres appels met peren. Het ene fonds belegt wereldwijd in aandelen en is genoteerd aan de beurs. Het andere zonder notering belegt in obligaties, keert dividend uit en richt zich op risicomijdende mensen die hun dividendvrijstelling willen benutten. Geen wonder dat de groei achterblijft bij een aandelenfonds. Wil mevrouw een afweging maken, dan verdienen vergelijkbare fondsen de voorkeur. Hoewel domweg alles in één aandelenfonds tot nu toe veel opleverde.

Met die laatste bewering gaat een lezeres uit Zwolle niet mee. Zij middelt 500 gulden per maand in het wereldwijde beleggingsfonds van een bank, en bezit 20 duizend gulden in aandelen. Dat fonds blijft met 4,1 procent over de maand oktober achter bij de andere, blijkt haar uit de fondsoverzichten op de pagina Geld telt.

`Moet ik trouw blijven aan zo'n achterblijver', vraagt zij bezorgd. Dat is wel erg streng geredeneerd. Het fonds maakte over de afgelopen vijf jaar gemiddeld 23,6 procent rendement per jaar. Ze weten dus wel iets van beleggen. Als je deelneemt in een fonds moet je vertrouwen op de beheerder en er niet te veel over nadenken.

Als zij nog tien jaar doorgaat met 500 gulden per maand, en het fonds maakt 20 procent per jaar (wat niet het geval zal zijn), zit er straks 187 duizend gulden in de pot, en over 15 jaar ruim een half miljoen. Laten we maar uitgaan van 10 procent netto per jaar: over tien jaar ruim een ton, en over vijftien jaar circa twee ton. Wellicht voldoende voor een aanvullend pensioen.

Dan ontvangt mevrouw binnenkort 100 duizend gulden. Wat moet ze daarmee doen? Dat is een lastig te beantwoorden vraag. Een veilige strategie is deze. Zet die ton voorlopig een half jaar op een spaarrekening. Verhoog de periodieke storting naar bijvoorbeeld 600 of 700 gulden per maand, en ga er nog twintig jaar mee door. Houdt die 20 duizend gulden in aandelen aan en kijk er niet te veel naar om.

Een lezer uit Burgwerd wil weten welke beleggingsfondsen de afgelopen 30 jaar het best presteerden, om zo een indruk van hun toekomstige prestaties te krijgen. Misschien dat het bedrijf Soliditas in Haarlem (tel. 023 - 529 38 33) hem kan helpen. Maar maatgevend is het verleden van die fondsen vast niet.

De Amerikaanse professor Jeremy Siegel (bron: Visie Magazine, november 1999, van MeesPierson) heeft berekend dat aandelen over een periode van 30 jaar maximaal 10,6 procent en minimaal 2,6 procent opleveren en obligaties 7,4 en 2 procent. Metingsperiode: 1802 - 1997! In één jaar tijd fluctueerden de rendementen maximaal tussen: aandelen 38,6 en 66,6 procent en obligaties 15,5 en 35,1 procent.

    • Adriaan Hiele