Affaire-Leemhuis

Tot mijn verbazing nam ik kennis van een klein artikel in de krant van 23 november, inzake de kosten en de betaling van advisering door media-adviseur Mijnten, aan de commissaris der koningin J. Leemhuis-Stout bij haar aftreden wegens de bankiersaffaire bij de provincie Zuid-Holland. Niets opgestoken hebbende van deze affaire, besloot het College van Gedeputeerde Staten de gepeperde rekening van Mijnten voor Leemhuis te betalen. Dit, terwijl de rol – en daarmee de inschakeling – van Mijnten in oktober nog grote verbazing wekte bij diezelfde provincie, bij monde van de Dienst Voorlichting. Daarenboven was het niet de provincie, maar mevrouw Leemhuis die, kennelijk in privé, de media-adviseur inschakelde. Indien zij enig gevoel voor verhoudingen had gehad dan had zij erop gestaan de rekening zelf te voldoen. Het was immers niet de belastingbetaler, die de reden is geweest voor de inschakeling van deze `deskundige'. Voorts is het bevreemdend dat een dergelijk hoge declaratie voor – naar eigen zeggen van Mijnten – twee dagen `werk', ten bedrage van ƒ16.273,- zonder horten of stoten wordt voldaan. Uitgaande van een uurloon ad circa ƒ250,- per uur, houdt dit in dat in 48 uur tijd ruim 65 uren declarabel is geadviseerd. Het meest verontrustend aan deze affaire is evenwel dat een fout van een bestuurder, die de staatskas al miljoenen guldens kost, daar waar het de erkenning van de fout en de consequenties ervan betreft, ook nog eens ruim ƒ16.000,- kost! Kennelijk kan van een commissaris van een koningin tegenwoordig niet meer verwacht worden dat zij zelfstandig het boetekleed aantrekt. Zij heeft hiervoor een duurbetaalde kledingadviseur nodig.

    • Evert van den Hout