`Zorgelijkheid is moralisme'

Architect Rem Koolhaas is bezig met Schiphol in de Noordzee en met een nieuw hoofdkwartier voor Universal in Hollywood. In Rotterdam is zijn plan voor Almere te zien.

Ik ontmoet Rem Koolhaas - 55, lang, dun, zachte stem, snelle spreker - in het kantoor van het in 1974 mede door hem opgerichte Office for Metropolitan Architecture, kortweg OMA, gevestigd in een nietszeggend bedrijfsverzamelgebouw in een nietszeggende buurt in Rotterdam. In de lange, rechte ruimte staan tientallen tafels vol computers en maquettes. Zo'n vijftig uit de hele wereld afkomstige, jonge mannelijke en vrouwelijke architecten zwermen er als werkbijen omheen. Zij zijn afgekomen op de reputatie en ideeënrijkdom van `Coolhouse' zoals Engelstaligen Nederlands bekendste hedendaagse architect noemen. Hij woont in Londen en bouwde onder meer de Kunsthal in Rotterdam, het Danstheater in Den Haag, het IJ-plein en Byzantium in Amsterdam. In zijn portefeuille zitten de bouw van de Nederlandse ambassade in Berlijn, het concertgebouw in Porto en de openbare bibliotheek in Seattle.

Koolhaas is de laatste paar jaar een cultfiguur geworden, `de David Bowie van de gebouwde omgeving', zoals een Britse krant recentelijk schreef en dat zou wel eens meer door zijn publikaties dan door zijn gebouwen kunnen komen. Met name het tweeëneenhalve kilo zware, in het Engels geschreven boek S,M,L,XL bracht hem wereldfaam. Nog steeds ligt het zilverkleurige blok, dat in 1995 tegelijk verscheen in Amerika en Europa in de boekhandels van vele metropolen. Het documenteert in woord en beeld de projecten van OMA, maar biedt tegelijk via dagboekachtige notities, citaten, essays en foto's vlijmscherpe observaties van onze tijd. Alles wat Koolhaas schrijft, is apodictisch en bevlogen tegelijk, alsof de schrijver geëmotioneerd wordt door zijn eigen onverbiddelijke analyses van de wereld.

Op zijn werktafel liggen tussen plannen voor Schiphol in de Noordzee en de inrichting van het stadscentrum van Almere, boeken waarin hij zijn ideeën uiteenzet over zijn nieuwe projecten in Rotterdam, Seattle en Hollywood.

Een Europese architect die mag bouwen in Hollywood, zeg ik, het is alsof de Amerikanen de Rocky Mountains hebben afgestaan.

Koolhaas: ,,Het gaat om het hoofdkwartier van Universal, een gigantisch entertainmentbedrijf dat kort geleden PolyGram heeft aangekocht zodat ze nu ook een enorme muziekafdeling hebben. Behalve het feit dat we nog nooit op zo'n schaal in Amerika hebben gewerkt, is het voor ons ook een belangrijk project omdat we met een totaal nieuwe context te maken hebben, die van de entertainmentindustrie. Door voortdurende uitbreiding is een groot bedrijf als Universal de laatste paar jaar wat het imago betreft instabiel geworden. De snelle economische en sociale veranderingen dwingen hen om zichzelf ieder half jaar opnieuw uit te vinden. Wij moeten daarom als architecten met iets komen dat dwars door die instabiliteit heen eenheid suggereert.''

Ik kijk naar de tekeningen en maquettes van het Universal hoofdkwartier, een rechthoekig blok dat door vier hoge torens wordt doorstoken.

Koolhaas: ,,De torens hebben ieder hun eigen functie en maken dat nieteen verdieping hetzelfde is. Ze brengen telkens het specifieke in het algemene. Daarnaast kan aan een kant van het gebouw de hele gevel opengeklapt worden, zodat je in de openlucht kunt werken, iets wat met het mooie klimaat daar heel goed kan.''

De architect als vormgever van de wereld?

,,Maar zeer ten dele. Je ziet steeds meer dat architecten op het laatste moment aan een heel proces worden toegevoegd. Ik heb in 1978 in Delirious New York al geschreven dat het beeld van de architect als een soort grootheid niet meer relevant is, domweg omdat een autonome verhouding met de samenleving een fictie is. Voor mij draait het in het vak niet om het vorm geven aan statements, maar om het ontwikkelen van een bepaalde intelligente benadering van de wereld. Het is mijn doel om het vak zo'n bandbreedte te geven dat het mogelijk wordt om naast het bouwen concepten en strategieën te ontwikkelen die bepaalde maatschappelijke verschijnselen met elkaar in verband brengen. Wanneer je nu bijvoorbeeld een bibliotheek ontwerpt, moet je nadenken over de gevolgen van digitalisering, over de mate waarin een publieke ruimte openbaar is of kan zijn, over identiteit, presentatie en publieksgroepen. Wij proberen om samenhang te zien, zodat we vanzelfsprekendheden kunnen doorbreken en gedurfde lijnen uitzetten. Zo zijn we nu op verschillende niveaus betrokken bij plannen over Schiphol in de Noordzee.''

Het gesprek wordt afgebroken door de onverwachte komst van een belangrijke bezoeker. Pas een half jaar later staat het drukke leven van de architect een tweede ontmoeting toe, deze keer in een kleine conferentiekamer in het Hilton Hotel in Amsterdam. De gezichtsloze sjiek en overweldigende sfeerloosheid brengen het gesprek vanzelf op een lang essay in S,M,L,XL: The Generic City (`De algemene stad'). Koolhaas beschrijft daarin hoe in de moderne stad het karakteristieke en specifieke verdwenen zijn of totaal vercommercialiseerd. Overal rijzen gebouwen en stedelijke omgevingen op waar het onpersoonlijke en algemene heersen en waar alles de tijdloze vluchtigheid heeft van een luchthaven.

Koolhaas: ,,Ik heb met The Generic City geprobeerd iets te zeggen wat geldig is voor alle steden. Een bespottelijke ambitie natuurlijk, maar ik wilde toch zien of ik door dieper op algemene kenmerken in te gaan, een waarheid kon vinden.''

Je schetst omgevingen zonder identiteit voor mensen zonder identiteit, met de toon van iemand die observeert zonder te oordelen. Toch klinkt er ook pijn in door.

,,In het stuk zitten inderdaad pijn en verontwaardiging, maar evenzeer geheime momenten van euforie. Dat is vanuit mijn positie gezien onvermijdelijk. Ik mag dan kritisch zijn, ik wil toch een relatie aangaan met de wereld zoals hij is. Er is veel drama, maar er gebeuren ook veel uitermate fascinerende dingen.''

Weiger je wel eens een opdracht om principiële redenen?

,,We hebben tal van commerciële projecten in Amerika niet aangenomen om geen andere reden dan dat we het programma van eisen of de plek of de mensen niet interessant vonden. Als we iets weigeren doen we dat omdat we selectief zijn, en niet uit moralisme.''

Je zegt het of `principe' een vies woord is. Maar je kunt toch vinden dat iets niet kan en daarnaar handelen?

,,Ik ben niet bezig ergens iets van te vinden, ik wil begrijpen wat er gebeurt. Dat wil niet zeggen dat ik als architect aan alle ontwikkelingen meedoe. Ik zou bijvoorbeeld geen pretpark willen ontwerpen. Ten eerste kan ik dat niet, maar ik voel mij er ook oncomfortabel bij nu zo zoetjesaan de hele wereld een pretpark wordt. Het is dus een mengsel van onvermogen en tegenzin.''

Erg kritisch klinkt dat niet.

,,Een kritische mentaliteit is voor mij niet hetzelfde als het rondlopen met allerlei meningen. Dat is moralisme. Moralisme maakt kritiek juist erg onprecies omdat eerst de meningen komen en dan pas de observatie. Ik wil helder kunnen zien welke veranderingen plaats vinden en hoe dat gebeurt, om vervolgens een goede positie in te kunnen nemen.''

Waarom hecht je zo aan die positie?

,,Omdat ik fundamenteel geïnteresseerd ben in meedoen. Mijn hele creativiteit draait daarom. Ik voel me onderdeel van de samenleving en zou het erg jammer vinden om daar een marginale positie in te nemen.''

Koolhaas bekleedt een professoraat aan de Harvard University in de Verenigde Staten dat hem in de gelegenheid stelt met afstuderende studenten onderzoek te doen naar belangrijke maatschappelijke processen. Zoals `shopping'.

Koolhaas: ,,We hebben bekeken op welke schaal het winkelen op dit moment in de wereld aanwezig is en wat dat betekent voor het hele idee van een stad. We zagen een ontwikkeling van eenvoudige, afzonderlijke delen als markten en winkels naar winkelarcades en warenhuizen. Tegenwoordig vormt het winkelen een collectief weefsel waarin een gigantische hoeveelheid activiteiten zijn opgenomen. Eigenlijk is er bijna geen activiteit meer die niet op de een of andere manier met shopping is verbonden. Het is een ontwikkeling waarbij allerlei waardes kantelen. Vliegvelden bijvoorbeeld zijn geen eenvoudig doorgangsgebieden meer, maar vormen nu complete winkel-labyrinten, met de op één na hoogste opbrengst per m2 grond. De hoogste opbrengst vind je in Amerika bij de museumwinkels. Daarom volgen die het model van het Museum of Modern Art in New York, en worden steeds meer complete shoppingcentra.''

Het Stedelijk laat een goudmijn liggen, zeg ik, maar Koolhaas, wiens woorden vaak als een razende achter zijn gedachten lijken aan te rennen, is nog op stoom. ,,En de natuur wordt ook aangepast. Er komt steeds meer fake-natuur in de winkelcentra. Palmen die gebalsemd worden zodat ze niet helemaal dood zijn, maar ook niet levend. Ze krijgen een metalen ruggegraat zodat ze in allerlei vormen gebogen kunnen worden.''

Waar doen ze dat?

,,In Las Vegas en Azië, maar ongetwijfeld hier ook. Al die dingen zijn zelden onderzocht en in één context gebracht. Daar heb ik me over verbaasd. Shopping is een fenomeen dat zich afspeelt in een soort onzichtbare zone, waar het een gigantische omvang aanneemt zonder dat ons brein het registreert. Wist je dat een aantal generaals die meededen aan de Golfoorlog direct na hun aftreden zijn toegetreden tot de directie van grote winkelbedrijven? Gewoon omdat shopping dezelfde logistieke problemen kent als oorlogsvoering. Shopping is oorlog!''

Hoe kan het dat de intelligentsia die samenhang niet heeft opgemerkt?

,,Die is verblind door moralisme. Je hoort tégen shopping te zijn, hoewel we natuurlijk allemaal gretige winkelaars zijn, en zeker gretige consumenten.''

De schok dat het kapitalisme definitief gewonnen heeft, moet waarschijnlijk nog verwerkt worden.

,,Dat zou heel goed kunnen. Overigens denk ik niet dat het kapitalisme definitief gewonnen heeft, maar dat het bij de slimheid van het systeem hoort om dat te suggereren. Ik heb in mijn leven al verschillende sociale systemen zien komen en gaan en waarom zou dit dan ineens definitief zijn. Het is in ieder geval wel duidelijk dat de meeste intellectuelen er niet mee in het reine zijn gekomen en er niet hun voordeel mee hebben kunnen doen. Ze zijn niet in staat geweest om er een nieuwe relatie mee op te bouwen.''

En jij?

,,Het is een van mijn ambities.''

Het is ook één van Koolhaas' grootste krachten. Zijn open houding ten opzichte van allerlei maatschappelijke fenomenen bezorgt hem steeds vaker opdrachten uit onverwachte hoek. De opwinding klinkt door als hij spreekt over een recentelijk beklonken, veel omvattende samenwerking met een exclusief mode-imperium, waarvan de naam nog geheim is. Zijn onderzoek naar shopping komt er uitstekend bij van pas.

,,Die mensen zijn zeer slim bezig met het managen van hun merknaam. Ze zijn begonnen op basis van een zorgvuldig gedefinieerd, welgesteld publiek en hebben nu zoveel succes dat ze de spullen niet aangemaakt krijgen. Er blijken waanzinnig veel mensen te zijn die niet tot de grote massa behoren. De vraag is dan: hoe bewaar je je distinctie? Zo'n merk moet duidelijk maken dat zoveel mogelijk verkopen geen prioriteit heeft, maar dat het met andere, meer experimentele dingen bezig is.''

Waarom komen ze bij jou?

,,Ze hebben gezien dat er weerstand in ons werk zit, en daar voelden ze zich toe aangetrokken. Dat zoeken ze ook voor zichzelf.''

Kun je een voorbeeld geven?

,,De Kunsthal. Een moeilijk gebouw en in mijn ogen nog steeds een van de beste dingen die we gemaakt hebben. Het bestaat uit rauwe materialen die op een complexe manier aan elkaar zijn geklonken. Bovendien volg je door het hele gebouw heen een parcours dat het idee van verschillende verdiepingen doorbreekt. Je vraagt je steeds af: is er samenhang of niet? Het gebouw mikt niet op populariteit, dat bedoel ik met weerstand bieden. We hebben ons altijd systematisch verzet tegen het maken van al te mooie of al te verteerbare dingen.''

De anti-esthetische houding van de kunstenaar?

,,Ja. Ik zie het als een soort arte povera.''

Ik begrijp nog steeds niet waarom een modebedrijf zich daartoe aangetrokken voelt.

,,Ze hebben begrepen dat die onverteerbaarheid de mogelijkheid inhoudt dat iets wel eens langer dan twee of drie jaar zou kunnen blijven intrigeren.''

Er is je bij de Kunsthal maar ook bij andere gebouwen in Nederland een gebrek aan detaillering verweten. `No money, no details', zei je toen. Je zit nu dicht op het grote geld. Komen er meer details?

,,Details ter verfraaiing interesseren ons niet. Dat is ongelooflijk moeilijk. Detaillering moet voor ons een extreme werking hebben. Zo hebben we voor een verlamde particulier in Bordeaux een huis gebouwd waarin een enorme lift middenin in de woning de hele architectuur bepaalt. Van dat soort elementen wordt iets niet mooier, wel intenser.''

OMA heeft de laatste tijd verschillende grote opdrachten in Nederland gekregen: een groot gebouw met gemengde functies op de Kop van Zuid in Rotterdam, de inrichting van het stadscentrum in Almere.

Koolhaas: ,,Voor het eerst zijn we in Nederland programmatisch bezig, met gemeentes en projectontwikkelaars samen. Dat laatste is opmerkelijk. We zien dat ook in ons land het initiatief van de overheid verschuift naar particuliere ondernemingen. Er ontstaan steeds meer constructies waarbij overheden en particuliere ondernemingen tot nieuwe organisatievormen komen.''

Betekent dit niet dat aan de architectuur steeds commerciëlere eisen worden gesteld?

,,Het heeft zeker een enorme invloed, omdat de gebouwen niet langer alleen maar mooi, goed en moreel verdedigbaar kunnen zijn, maar geld moeten opbrengen. De entertainment- of spektakelwaarde van architectuur zal onherroepelijk worden opgevoerd.''

Maak je je daar zorgen over?

,,Ik probeer me nergens zorgen over te maken omdat ik zorgelijkheid een vorm van moralisme vind. Het is in mijn ogen zinvoller om een redenatie op te zetten die maakt dat het beroep kan inspelen op dit soort verschijnselen.''

Meebewegen dus. Ik kom steeds meer mensen tegen die die houding aannemen. Er lijkt een sfeer van optimisme te ontstaan.

,,Kort geleden vroeg een agent van Steven Spielberg, die wist dat ik scenarioschrijver ben geweest, of ik mee wilde schrijven aan een scenario voor Spielbergs volgende film. Uitgangspunt was de vraag: `Wat gaat er gebeuren als alles goed gaat?' Ik realiseerde me toen dat we verslaafd zijn geraakt aan het apocalyptisch perspectief. We zijn allemaal virtuoos in het bedenken van wat er gebeurt als alles tenonder gaat.''

''Ja, maar op een aardige manier. Als ik daar logeerde dan vergat ik wel eens wat. Dan stuurde ze me een briefkaart en daar stond op: Evapietje je hebt weer eens iets laten liggen.''

Rem Koolhaas/OMA: Het stadscentrum van Almere. T/m 6/2 in het Nederlands Architectuur Instituut, Museumpark 25 in Rotterdam. Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie `Dutchtown - OMA's meesterproef in Almere'.

    • Anna Tilroe