Zijn kaak leeft voort

Karel V was geen groots maecenas. Toch kennen we de vorst dankzij de kunstenaars die hem in volle glorie hebben vereeuwigd.

Het woord propaganda heeft een ongunstige bijklank. Toch is een groot deel van de westerse cultuur niets anders dan propaganda. Dat geldt voor de religieuze kunst – en het grootste deel van de kunst van de afgelopen tweeduizend jaar behoort daartoe –, maar evengoed voor de wereldlijke kunst. Eeuwenlang hebben Europese vorsten zich moeite getroost om hun persoon, hun wereldbeeld, hun grote daden en nobele bedoelingen uit te dragen. Het ideaal van de goede vorst moest worden ingeprent in de hoofden van hun onderdanen en liefst nog vele generaties daarna. Dat is niets nieuws en het is een verschijnsel dat wij, bewust of niet, nog dagelijks toegeleverd krijgen, al zijn de media veranderd.

De hofschilders en de prentmakers hebben plaatsgemaakt voor portretfotografen, filmmakers en televisieploegen. Waar ooit de hagiograaf en de lofdichter zijn brood verdiende met welluidend gefleem, kennen we nu de `geautoriseerde' biografie van vorst en industrieel. Dat wij nu nog weten wie de leidende figuren uit de twintigste eeuw zijn, is niet vreemd, het is onze eigen tijd. Dat we ook de leiders uit een vroeger verleden nog kennen is veel merkwaardiger. Van Alexander de Grote tot Julius Caesar en van Karel de Grote en Filips II tot Napoleon. Al die mannen roepen associaties op met macht, verstand en energie. En dat is te danken aan de kracht van hun propaganda en de mythevorming die daaruit is voortgekomen.

Dat geldt ook voor keizer Karel V, die 500 jaar geleden in Gent geboren werd en aan wie daar een omvangrijk herdenkingsprogramma is gewijd. Ook al is hij al viereneenhalve eeuw dood en al ligt zijn rijk al lang aan gruzelementen, toch weet de man nog steeds te fascineren. En dat is mede te danken aan de kunstenaars die hem hebben geportretteerd. Het hele uiterlijke leven van Karel was geregisseerd. Alles wat we over hem lezen is door de molen van de retorica gegaan of ontstaan via de artistieke codes van zijn tijd. Karel V werd wel omschreven als de vorst `in wiens rijk de zon nooit ondergaat'. Men zou hem nog het beste kunnen omschrijven als `manager van de wereld'. Dankzij een handige huwelijkspolitiek en een reeks gunstig uitpakkende sterfgevallen kreeg hij zowat de halve wereld onder zijn beheer. In 1515 werd hij landsheer van de Bourgondische Nederlanden, een jaar later koning van Castilië en Aragon en uiteindelijk keizer van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie.

Karel werd in korte tijd dus de heerser over de grootste delen van Europa en, als onvoorzien aanhangsel daarvan, ook nog eens van de nieuw veroverde gebieden in Amerika. Wat wenst een vorst zich nog meer? Zijn ideaal was een centraal georganiseerd rijk met uniforme wetten, en dat alles binnen één geloof, het rooms-katholicisme. Maar alleen al over de gebiedsdelen waarover hij de wettige heerschappij voerde was dat politiek en organisatorisch een vrijwel onmogelijke opgave. Daar kwam nog zijn permanente, doch vergeefse strijd bij tegen het in Duitsland uiterst succesvolle lutheranisme.

Dit alles betreft dan nog de gebieden waarover hij de soeverein was. Buiten zijn rijk dreigden nog twee andere gevaren. Met de Franse koning Frans I, die zich bedreigd voelde door de hem omringende Habsburgse macht, voerde hij vier oorlogen. Ook tegen de oprukkende Turken in de Balkan en in Noord-Afrika moest Karel als verdediger van het ware geloof militair optreden.

Op reis

In- en externe bedreigingen, reguliere staatszaken die permanent de aandacht vroegen, de enorme schulden die hij maakte door de eindeloze oorlogen, voortdurend op reis om zijn gezag te handhaven, hoe kon deze betrekkelijke kleine man het volhouden? Bij zijn troonsafstand somde hij nog eens op wat hij allemaal aan reizen ondernomen had: `negenmaal was ik in Duitsland, zesmaal in Spanje, zevenmaal in Italië, viermaal in Frankrijk, tweemaal reisde ik naar Engeland, twee keer naar Afrika, ontelbare keren doorkruiste ik de weidse gebieden van mijn verschillende landen, acht keren ben ik de Middellandse Zee overgestoken, tweemaal de Spaanse zee'. En dat alles ongemakkelijk en langzaam te paard over slechte wegen of per schip over onbetrouwbare zeeën. Het is een wonder dat deze man niet bezweken is onder de zorgen en de fysieke ongemakken, waarbij zich ook nog eens de syfilis en de jicht aandienden. Ontspanning vond hij hoogstens op een hofbal, tijdens de jacht, bij feestelijke schranspartijen, bij een maîtresse of in de kunsten.

Maar anders dan zijn grootvader Maximiliaan van Oostenrijk te Wenen, zijn tante Margareta van Oostenrijk, zijn zuster Maria van Hongarije met hun prachtvolle hof te Mechelen, zijn zoon Filips II later in Madrid of zijn achterneef Rudolf II van Praag, staat Karel V niet te boek als een groots maecenas. Natuurlijk, hij liet kerken en kloosters bouwen, zijn paleizen waren luxueus ingericht en bij de hele hofcultuur hoorden een bewegelijk en vergankelijke pracht en praal. Dat werd vooral zichtbaar tijdens de `Blijde incomsten' in de steden. De burgers beloofden daarbij hun vorst trouw en omgekeerd bevestigde de vorst de oude rechten en privileges. Daar verrezen kunstig ontworpen erepoorten, werd muziek uitgevoerd en werden toneelspelen georganiseerd. Al die artistieke uitingen maakten deel uit van het ceremonieel van de macht. Maar een gericht maecenaat, een stimulering van een aantal schilders, het aanleggen van een collectie uitgelezen schilderijen, daar is het bij Karel nooit van gekomen. Waarschijnlijk ook omdat hij eigenlijk altijd op reis was.

Toch is Karel V blijven doorleven mede dankzij de beeldende kunsten. Dat is te zien op de tentoonstelling Carolus, keizer Karel V 1500-1558 in de Sint Pietersabdij te Gent. Men heeft hier willen tonen hoe Karel V de wereld heeft beleefd en wel volgens een concentrisch concept waarbij telkens een wijdere kring rond Karels geboortestad getrokken wordt. Zo komen achtereenvolgens aan bod Gent, de Nederlanden, Europa en ten slotte de wereld.

In het eerste gedeelte krijgt de bezoeker een indruk van de stad Gent en wordt de haat-liefde-verhouding tussen stad en keizer duidelijk door middel van kaarten en schilderijen en van de uitgebeelde feestelijkheden die losbarstten na zijn geboorte. Maar ook is er aandacht voor de opstand van deze stad tussen 1537 en 1540 tegen de zware belastingen van het centrale gezag. De burgers van Gent dolven het onderspit, werden gestraft wegen `ongetrauheyt', `onghehoorsaemhet', `inbrake (dwz schending) van tractaten', `seditie', `rebellie' en majesteitsschennis. De trotse stad werd genadeloos vernederd en voorgoed geknakt.

Van Gent gaat het naar de rest van de Nederlanden, langs de steden waar Karel een bezoek heeft gebracht en waar hij zijn `blijde incomsten' hield. Vervolgens treedt men in de afdeling `Europa' met aandacht voor de vele culturele vernieuwingen in de eerste helft van de zestiende eeuw: boekdrukkunst, geografie, medische wetenschap, kosmografie en natuurlijk humanisme, Reformatie en de hervonden belangstelling van de noordelijke kustenaars voor Italië.

Met schilderijen, beeldhouwwerk en geschreven en gedrukte teksten wordt iets getoond van de medespelers van Karel op dat Europese toneel: portretten van Luther, van Frans I, van de Engelse koning Hendrik VIII, een mooie houtsnede van Suleiman de Grote, maar ook van de leidende intellectuelen van die tijd, o.a. Thomas More. Van hen liggen ook relevante teksten in de vitrines, zoals het traktaat uit 1516 van Erasmus over de opvoeding, de rechten en de plichten van de vorst. Daartussendoor hangen weer schilderijen van veldslagen en kampementen. Het laatste hoofdstuk van deze tentoonstelling behandelt de reactie van de Europeanen op de ontdekking van de Nieuwe Wereld. Kaarten en reisbeschrijvingen zijn opgesteld, maar ook etnografica van Inca's en Azteken, geroofd door de conquistadores.

Het concept van deze tentoonstelling is goed, er zijn mooie zaken te zien, maar er hangt en staat toch wel veel werk van kwalitatief minder niveau, vooral nogal wat kopieën van schilderijen die geen schaduw zijn van het origineel. De hele mise-en-scène van de tentoonstelling is braaf en droog. De thema's worden eerder aangestipt, dan dat ze nu door duidelijke teksten en een evocatieve presentatie tot de verbeelding gaan spreken.

Zelfbeheersing

Dat Karel ondanks zijn geringe bemoeienis met de kunsten toch zo vaak en zo goed vereeuwigd is, is te danken aan zijn adviseurs, die heel goed doorhadden wat propaganda vermocht en de aanwezigheid, vooral in de Zuidelijke Nederlanden van uitstekende kunstenaars. Juist in Karels tijd ontwikkelde zich de portrettraditie van de wijze, evenwichtige en nimmer versagende vorst, die een stoïcijnse zelfbeheersing tentoonspreidt. Karels regerende tijdgenoten hadden uitstekende portrettisten aan hun hof verbonden: Holbein werkte bij Hendrik VIII, Jean Clouet bij Frans I en Lucas Cranach voor de protestantse keurvorst Johan Frederik van Saksen. Allen zijn vertegenwoordigd op deze expositie. De schilder die bij uitstek Karels beeld voor de toekomst heeft vastgelegd is Titiaan. Dat deed hij onder andere na diens overwinning op de verenigde Duitse protestantse staten bij Mühlberg in 1547. Het is een imposant ruiterportret dat nu in het Prado hangt: een slagvaardig vorst in volle wapenuitrusting, dynamisch en toch waardig tegen een vurige achtergrond die herinnert aan de zojuist gewonnen slag. Helaas hangt er alleen een kleine kopie van dat werk. Daar staat tegenover dat er wel een ander imponerend portret door Titiaan hangt, dat minsten zo bekend is geworden. De keizer staat martiaal ten voeten uit, een grote hond aan zijn zijde. Volgens de één een Engelse windhond, volgens andere kynologen een `Ulmer dog', in ieder geval een trouw symboliserend, maar tamelijk opdringerig dier. Ook de beelden van brons, albast of aardewerk en verder de munten en penningen met Karels beeltenis, die in elk van de tentoonstellingsthema's opduiken geven weer hoe goed en indrukwekkend het ideaal van de vorst kon worden weergegeven zonder dat de individuele trekken verloren gingen. Het portret van Karel werd massaal verspreid en hing in stadhuizen en kwam op munten en penningen letterlijk onder ieders handbereik. Doorgaans gebeurde dit in samenhang met zijn persoonlijk logo, dat bestond uit het devies, `plus ultra', (altijd verder), geslingerd rond de twee Zuilen van Hercules, die de Straat van Gibraltar symboliseerden. Ook op stadspoorten en in de gevels van openbare gebouwen kwam men portret en logo tegen.

IJzersterk

Viereneenhalve eeuw na zijn dood blijkt het geflatteerde portret van een door de pokken gehavende en door zijn beroemde vooruitstekende onderkaak gekarakteriseerde keizer ijzersterk. De Habsburgse propaganda heeft een onverwoestbaar beeld geschapen. Karels raadsheren en de vele ingeschakelde kunstenaars zouden nog steeds tevreden kunnen zijn. Op de tentoonstelling en in de hele 367 pagina's tellende catalogus komt over de keizer dan ook geen kritisch woord voor.

Carolus. Keizer Karel V 1500-1558. Tot 30/1 in de Sint-Pietersabdij te Gent; alle dagen geopend van 10-18 uur; op dinsdag tot 22 uur. Op 1 december opent in het Museum voor Schone Kunsten de tentoonstelling `Mise-en-Scene' over de beeldvorming van Karel V in de negentiende eeuwse schilderkunst. Inl: Toerisme Vlaanderen-Brussel, tel. 070-4168110.

    • Roelof van Gelder