Voetbalclub betaalt voor inzet politie

Voor de inzet van politie bij voetbalwedstrijden moet worden betaald. Zo luidt een advies van de commissie-Mans, die in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken een onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheid om politiekosten door te berekenen.

De voorzitter van de commissie, burgemeester Mans van Enschede, heeft het rapport `Geld speelt (g)een rol' gisteren aangeboden aan minister Peper (Binnenlandse Zaken).

De commissie stelt dat het in rekening brengen van de kosten voor de inzet van politie ,,slechts wenselijk is in situaties waarbij de balans tussen het (grote) particuliere belang en de kosten zoek is''. Dat is volgens het rapport van toepassing op wedstrijden in het betaald voetbal, waarvoor regelmatig massale inzet van politie nodig is. Minister Peper beloofde ,,erover na te zullen denken''. Een meerderheid in de Tweede Kamer is tegen doorberekening van politiekosten.

De meestal ,,excessieve inzet'' van politie komt voor het grootste deel ten goede aan ,,het private belang'', aldus het rapport. Ook wanneer als uitgangspunt dient dat de politiezorg niet te koop is, vindt de commissie het alleszins redelijk om de helft van de kosten, gemiddeld elfduizend gulden en bij risicowedstrijden 55.000 gulden, door de organiserende clubs te laten betalen. In haar rapport zegt de commissie dat deze inzet van politiepersoneel tegelijk een algemeen belang dient en daarom zou maximaal de helft van de kosten aan de clubs in rekening moeten worden gebracht. Volgens het rapport moet dat geld rechtstreeks ten goede komen aan het politiekorps in de betreffende regio, bijvoorbeeld om er materieel van te kopen.

De commissie-Mans pleit voor een wettelijke regeling met daarbij een `limitatieve' lijst van evenementen die voor deze doorberekening in aanmerking komen. Voorlopig komen alleen voetbalwedstrijden in aanmerking. Voor interlands van het Nederlands elftal kunnen weer afzonderlijke tarieven worden gehanteerd. In de toekomst kunnen daar ook wielerwedstrijden en muziekevenementen aan worden toegevoegd.

De tarieven zouden landelijk moeten worden vastgesteld om te voorkomen dat organiserende clubs gaan `shoppen' bij verschillende gemeenten. Maar de commissie pleit ervoor om tevens ruimte te laten voor ,,lokaal maatwerk''. Ook zou onderscheid kunnen worden gemaakt naar het risicogehalte van de wedstrijden. De burgemeester van de gemeente waar de wedstrijd wordt gespeeld zou op basis van de vastgelegde tarieven de definitieve tegemoetkoming moeten vaststellen. De korpsbeheerder in de regio moet de incasso regelen.