Van aangezicht tot aangezicht

Niet op het pleintje met het fonteintje maar in de Bijenkorf bij de parfum – daar is het goed.

Wat ik nooit begrepen heb is wat er nou toch zo leuk en mooi en geweldig is aan al die pittoreske straatjes in kleine dorpen of oude stadscentra, vooral die in het buitenland, waar je voor je lol naar toe gaat, in Frankrijk, Italië of Spanje. Reisgidsen zijn er altijd vol van en lyrisch over. Parkeer uw auto daar en daar, volg de borden, de lange trappen op, bewerkte poort door, kerk uit de dertiende eeuw. Het proza is zo meeslepend dat ik er altijd weer intrap. En wie weet – dat speelt ook altijd mee – sta ik straks opeens voor een fresco of schilderij waarop de ogen van de heilige mij blijven volgen vanuit welke hoek van de ruimte ik hem ook aankijk, zodat ik eindelijk zal weten hoe het is om te zien zoals ik gezien word en te kennen zoals ik gekend word, niet via een duistere spiegel in raadselen, maar direct, van aangezicht tot aangezicht.

Dus rijd ik weer op het heetst van de dag, wanneer iedereen aan tafel zit of siësta houdt, langs een eindeloze weg vol haarspeldbochten omhoog naar een dorp of stadje dat – wanneer je er eenmaal bent en je de auto braaf daar en daar hebt geparkeerd en de borden volgend de lange trappen hebt beklommen – ongeveer precies hetzelfde dorp of stadje blijkt te zijn dat je eergisteren of vorige week of vorig jaar al tig keer hebt bezocht. Met precies dezelfde kromme en steile en in een wurggreep taps toelopende kleine straatjes met huizen waar je nooit van zijn leven in zou willen wonen en winkeltjes waar je nooit van zijn leven iets zou willen kopen, hier en daar onderbroken door een pleintje met een fonteintje of een klein terras van waaruit je tussen twee onverbiddelijke bezienswaardigheden door de verten in kunt kijken waar je als het kon het liefst direct in zou willen verdwijnen, alleen: het kan niet.

Het gevoel is niet dat van een simpel déjà-vu, maar eerder alsof je met schrik tot de ontdekking komt dat dit het dorpje of het stadje is waar je die nacht van gedroomd hebt dat je ervan droomde dat je er niet uit weg kon komen. Begrijp me goed, er is niets mis met meer van hetzelfde, over het algemeen krijg ik daar niet gauw genoeg van, maar ik loop niet graag in de val – ook al heb ik die dan zelf opengezet. Wat mijn bezoekjes aan die stadjes en dorpjes met hun leuke oude straatjes en pleintjes en kerkjes meer dan wat ook zo eenvormig maakt is precies dat allesoverheersende gevoel van `zie je wel, ik wist het wel!' Je gaat er heen en dan ben je daar en dan wat?

Het is net als met films waarin de handeling zich van begin tot eind in een en dezelfde ruimte blijkt af te spelen of, om in vakantie-termen te blijven, als met zo'n tussen rotswand en zee ingeklemde weg om een schiereiland heen. Er is weinig te beleven, je weet al snel hoe het verder gaat en ook hoe het afloopt, maar vooral: je kunt geen kant op, er is no way out, nergens een buiten en dat betekent voor mij zoveel als: geen wereld. Of, zoals een vriend van mij uit de jaren zestig altijd zei wanneer hij een kamer binnenkwam waar de vibraties volgens hem niet spoorden: ik kan hier niet zijn, weetjewel.

En over `zijn' gesproken. Wat mij daarboven temidden van al die labyrintische schilderachtigheid - en het gaat om die `achtigheid', niet om schilderkunst zelf - misschien nog wel het meest benauwt is de constatering dat wat hier ooit ook geweest moge zijn, nu is het weg. Voor het geval u er de eerste keer nog overheen las, maar vooral ook omdat ik niet nog preciezer kan zeggen wat het is en als bij een gebed of een vloek alleen door middel van de herhaling kan hopen te overtuigen, zeg ik het graag nog een keer: wat hier ooit ook geweest moge zijn, nu is het weg – en ik ontleen geen enkel plezier aan de herinnering eraan, want daar is elke vorm van belofte al uit verdampt.

Mondain

Niets is er dan ook mooier dan de weg terug, uit de engten van het hooggelegen historische dorp of stadje terug het dal in, liefst via een industrieel niemandsland terug naar de mondaine kust. Ruimte, licht én ruimte - dat zijn de twee zekere richtingwijzers voor het paradijs. En beweging is de derde: opgenomen en als het even kan ook gedragen te worden door de stroom.

Die van het verkeer bijvoorbeeld. Puur op instinct, bijna blindelings en op de maat van de muziek uit de autoradio (vooral Thelonious Monk komt goed van pas) zonder ooit snelheid te hoeven minderen, van rijbaan wisselen, afslagen nemen, stoplichten verslaan en dan opeens: Stop! We zijn er al! En je stapt uit in weer een andere stroom: die van de mooie mensen op de boulevard of in de winkelstraat waarvan de reisgids beweert dat je er niets te zoeken hebt als je niet genoeg credit cards op zak hebt om er een spelletje patience mee te kunnen spelen. Maar ik hoef helemaal niets te kopen, sterker nog: het zou zonde zijn om iets weg te halen van een plek als deze waar alles zo volmaakt op zijn plaats is. Ik wil er alleen maar even tussendoor kunnen lopen, tussen al die droomspullen, liefdevol aangemoedigd door de zachte muziek van de verkoopsters in deze balzalen van de weelde, even mijn wang tegen een zijden jurk of kalfsleren tas aan kunnen vlijen en als een zwemmer die te lang onder water is gebleven mijn longen volzuigen met de champagne-geur van dure stoffen, airconditioning, parfum en eeuwige belofte.

So this is Christmas. Tegenwoordig zijn het vaak jonge vrouwen, meisjes zelfs, maar in mijn herinnering waren het vroeger juist al wat oudere, maar dodelijk elegante dames die, omringd door fel verlichte vitrines als zeemeerminnen op een glazen eiland, op de begane grond van de Bijenkorf cosmetica verkochten. `De Moeders' noem ik ze nog steeds, met dezelfde nadruk waarmee je kunt spreken over `De Strijders' of `De Wachters'. En `verkopen' is niet het juiste woord voor wat ze daar staan te doen (staan doen ze ook al niet echt, eerder drijven ze wat rond, engelen op leeftijd, zwevend in het vloeibare licht dat hen omsluit). Voor de vorm vragen ze wat geld voor de flesjes en potjes en tubes die ze glimlachend aan hun dankbare klanten overhandigen, maar de adviezen die ze verstrekken hebben betrekking op een schoonheid die geheel los staat van de merkprodukten die zij zogenaamd vertegenwoordigen.

De meeste mensen ontgaat dit.

Die denken dat het kerstgevoel te vinden is in de dingen die te koop zijn op de hogergelegen etages en lopen straal voorbij aan wat op een dag wel eens hun enige kans op verlossing kan blijken te zijn geweest, met als gevolg dat straks, wanneer ze naar het witte licht aan het eind van de tunnel zijn opgestegen, niemand hen daar staat op te wachten. `De Moeders' zelf zitten daar niet mee, wisselen hoogstens over de zee van slecht geknipte, zwetende en niet of verkeerd opgemaakte koppen heen een meewarige blik van verstandhouding met elkaar. En wanneer het warenhuis sluit, nemen zij hun genade weer in een plastic tas van de zaak mee terug naar huis.

Ik heb ooit een paar maanden verkering gehad met een dochter van een van deze Moeders en elke keer dat ik er op bezoek kwam was het Kerstmis. Hand op mijn hart. Ik belde aan, zij deed open en het was alsof ik een plaatje uit het kerstnummer van een exclusief glossy tijdschrift binnenstapte - en dat terwijl er voor een willekeurige inbreker weinig te halen viel. Ze kuste de lucht naast mijn wang en direct werden alle geluiden van buiten gedempt alsof er net een dikke laag sneeuw was gevallen.

En elke keer dat ik in de slaapkamer van haar dochter tussen de lakens gleed was het alsof er iets van onnoemelijk grote waarde aan mij werd terugbezorgd - en ik wist niet eens dat ik het ooit verloren had.

    • Roel Bentz van den Berg