Slaande deuren

BEGINT DE REGERING te regeren, lopen de maatschappelijke organisaties een voor een weg. Na de vakcentrales en de werkgevers alsmede Milieudefensie eerder deze week, konden de boerenorganisaties gisteren niet achterblijven. Niet alleen de `wilde' bond van Van den Brink, maar ook de `reguliere' boerenorganisatie LTO wenst nu niet meer te overleggen met minister Brinkhorst (Landbouw) over de sanering van de varkensstapel die over drie jaar haar beslag moet krijgen.

Volgens LTO is de kloof ,,onoverbrugbaar'', omdat de minister te snel wil saneren, voorbij gaat aan wetenschappelijke studies en praktische ervaringen en evenmin rekening houdt met de verschillende omstandigheden waaronder de varkensboeren hun bedrijf voeren. Zesduizend boeren zouden dan het loodje leggen. Volgens Brinkhorst is er nog helemaal geen sprake van een gapend gat, omdat zijn mestplan gisteren niet op de agenda van het overleg stond. Niettemin moet hij zijn voornemens over een week voorleggen aan de Europese Commissie in Brussel, die vervolgens moet beoordelen of ze voldoen aan de nitraatrichtlijn ter bevordering van de kwaliteit van het Europese drinkwater.

De reacties van LTO en minister suggereren dat elk gesprek nu voorbij is. Het kabinet gaat door met zijn plannen en de boerenorganisaties kunnen hun acties beramen. De eerste partij gaat daartoe keurig naar Brussel, de tweede laat wellicht de tractoren weer uitrijden.

Het probleem schuilt allereerst in botsende karakters. Minister Brinkhorst is van nature niet gebouwd voor consensus om de consensus. Op het departement van Landbouw en Visserij trof hij een erfenis aan die hem daarin sterkte. Na een aantal rechtszaken die de boerenstand met succes tegen de staat had aangespannen waardoor de aanvankelijk radicale aanpak van de VVD'er Van Aartsen vastliep, en na de tussenperiode van zijn weifelende voorganger Apotheker acht Brinkhorst de tijd rijp voor een harde, centrale aanpak. De boeren op hun beurt weten zich gesteund door de jurisprudentie en het feit dat andere lidstaten van de EU niet zo hard lijken te lopen als Nederland. Het probleem is in andere landen dan ook minder urgent. LTO voelt ook nog de hete adem in de nek van de radicalere organisatie rond boerenleider Van den Brink.

MAAR ER IS MEER. Het mestoverschot is eveneens het resultaat van een scheefgegroeide verhouding. Meer nog dan de sociaal-economische driehoek van kabinet, werkgevers en vakbeweging is de groene sector een bolwerk waarin de boeren altijd hebben kunnen domineren. Met die traditie kan niet in een handomdraai worden gebroken. Dat Brinkhorst de verhoudingen wil corrigeren, is een lovenswaardig streven. Het kan niet zo zijn dat maatschappelijke organisaties altijd het primaat van de politiek kunnen ondermijnen.

Brinkhorst zal niet alleen verbaal maar ook politiek moeten opereren. De landbouwwoordvoerders in de Tweede Kamer toonden zich gisteren van hun behoedzaamste kant. Doet de minister dat niet, dan zou zijn voordeel (namelijk dat hij D66 vertegenwoordigt, een partij zonder wortels in de agrarische sector) wel eens snel een onoverbrugbaar nadeel kunnen worden. Met het mestoverschot als blijvend probleem.