Poldervoetbal

Het NOS-Journaal opende deze week al twee keer met het dramatische nieuws dat het poldermodel ons dreigt te ontvallen. Gelukkig bleef Philip Freriks er besmuikt bij lachen, alsof het hem allemaal niet écht kan schelen, wat vermoedelijk ook zo is – pas als een onderwerp over Utrecht gaat, zoals over het Utrechtse museum, wil de guitige presentator er `als ex-Utrechter' graag voor uitkomen dat hij er persoonlijke belangstelling voor heeft.

Zelf heb ik andere zorgen dan het poldermodel. Daarmee kon het nog wel eens meevallen. Lodewijk de Waal mag dan de indruk wekken dat hij Wim Kok graag ten val brengt, misschien wil hij nog wel veel liever straks minister van Sociale Zaken in Paars III worden.

Nee, waar het werkelijk erg mis mee gaat, is dat andere product van onze nationale trots: het voetbal. Bij het aanbreken van het nieuwe millennium dreigen we op dit gebied af te zakken naar de status van een dwergstaat. Kijkend naar het uitzichtloze geploeter van Feyenoord en Ajax kwamen dezer dagen heel oude herinneringen bij me boven. Het was alsof we waren teruggekeerd naar de ijstijd van het nationale voetbal: de jaren vijftig.

Uit die periode kan ik me nog goed herinneren dat je altijd in een kring van bezorgde gezichten naar de radioverslagen van Dick van Rijn en Leo Pagano zat te luisteren. De stemmen van de reporters hadden bij het verslaan van interlandwedstrijden meestal een watersnoodramp-timbre. Onze mannen waren moedig, maar ze stonden met de rug tegen de muur. Ze deden wat ze konden, maar helaas was dat niet erg veel.

Hier de resultaten van het Nederlands elftal in 1953. Nederland-Denemarken 1-2; Nederland-Zwitserland 1-2; Nederland-België 0-2; Noorwegen-Nederland 4-0; Nederland-België 1-0; Nederland-Engeland (amateurs) 1-0; België-Nederland 4-0.

Onze belangrijkste spelers waren, op Lenstra na, voor het grote geld naar het buitenland uitgeweken – ja, ook toen al – en wij bleven achter met Louis Biesbrouck, Frans Tebak, Jan Klaassens en Hans Boskamp, die later in Potasch en Perlemoer grotere triomfen zou vieren.

Ze speelden wedstrijden waarbij je je vanaf het begin angstig afvroeg: zullen ze `de nul' vasthouden? Precies dezelfde vraag welde al na twee minuten Chelsea-Feyenoord bij me op. Het was een ontmoeting tussen talent en goede wil, en de Schepper is wreed genoeg om in zulke gevallen de voorkeur te geven aan het talent – daar heeft Hij niet voor niets Zijn best op gedaan.

Ik heb er niet lang naar kunnen kijken. Het was te gênant. Verdedigers die in dolle paniek de bal wegramden, aanvallers die geen bal onder controle kregen. De beste speler van Feyenoord was een Pool. Het verhaal van Ajax is eigenlijk nog wranger, want de pretenties zijn er groter. Ze doen alsof ze veel verstand van voetbal hebben – en wee je gebeente als je hen tegenspreekt – maar welke vergelijkbare club in het buitenland heeft zoveel geld in zo weinig toptalent geïnvesteerd?

Ik krijg bijna heimwee naar Rinus Terlouw.

    • Frits Abrahams