Op kantoor

Max en Vera hadden een brief uit China gekregen. Het was een rood papier met vreemde tekens erop. Die tekens leken op huizen en lampionnen en mannetjes met vierkante hoofden die grappig lachten vanonder puntmutsen.

Het was geen taal die Max en Vera konden lezen.

Toch hadden ze zich op zolder in hun kantoortje teruggetrokken. Het kantoortje was een hoek van de zolder waar ze een oude schoolbank hadden staan waar ze naast elkaar in kon zitten en dat deden ze als het kantoor hun schooltje was. Maar vandaag was het schoolbord opgeruimd en hing een grote landkaart aan de muur.

Het was stil in het kantoortje.

Max was de directeur. Dat betekende dat hij in de schoolbank mocht zitten. Hij rookte een sigaar, maar eigenlijk was dat een timmermanspotlood. Af en toe pufte hij er aan en leunde hij tevreden achterover. Dat viel nog niet mee in een schoolbank. Eigenlijk kon je er alleen rechtop in zitten.

De rode brief uit China lag voor hem.

Vera zat verderop in een stoel. Ze had haar benen over elkaar geslagen. Dat zag er chique uit. Af en toe veegde ze een pluisje van haar jurk. Ze wachtte tot de directeur zou zeggen wat ze moest doen. Ondertussen keek ze naar de landkaart waar ze Nederland en China op hadden aangekruist.

De landen lagen heel ver uit elkaar. Alleen als je ze niet op de kaart zag, maar op een wereldbol, lagen ze onder elkaar en kon je als je een gat in de tuin groef in de buurt van Peking uitkomen.

Max staarde naar de rode brief met de vreemde tekens. Hij pufte aan zijn timmermanspotlood. Er vormde zich langzaam een gedachte.

,,Ik denk'', begon hij toen, ,,ik denk dat deze brief uit China ons vertelt hoe het is om in China te wonen.''

Vera had een klein opklapspiegeltje te voorschijn gehaald en poederde met een watje haar neus. ,,Ooh ja meneer directeur?''

,,Jazeker'', vervolgde Max plechtig, ,,kijk, deze tekens...'' Hij tikte met zijn sigaar op de puntmutsen. ,,Deze tekens vertellen dat er twee Chinezen zijn die ons schrijven. Het zijn jongens. Ze wonen op een boerderij. Ze...''

,,Hoe weet je dat?''

,,Dat zie je aan deze kriebels'', sprak Max officieel, ,,dit is duidelijk een Chinese boerderij.'' Hij hield de brief omhoog en wees aan wat hij bedoelde. Vera had geen idee hoe boerderijen eruit zagen in China, dus Max kon best gelijk hebben.

,,Het zijn twee broers'', vervolgde Max, ,,ze lijken erg op elkaar. Misschien is het een tweeling. Ze willen graag een keer bij ons op visite komen.''

Vera veerde overeind. Ze liep naar Max die weer aan zijn sigaar zat te puffen.

,,Hoe kom je daar nou bij?'' vroeg ze. Ze boog zich over de brief en keek naar de vreemde werveling van tekens. Ze begreep er niets van. Als je goed keek, kon je wel twee gezichtjes zien - maar het hoefden geen broers te zijn, het konden net zo goed zusjes wezen, of vriendinnen, of opa's en oma's.

Toch was Max heel beslist. ,,Dat is toch ook leuk Vera? Twee Chinese broers die op visite komen?''

Vera vroeg zich af wat ze tegen de broers zou moeten zeggen, en in welke taal, maar ze zei het maar niet tegen Max. Die zat zo tevreden aan zijn timmermanssigaar te lurken, helemaal blij met de visite die kennelijk op komst was.

    • Martin Bril