Mooi is iets anders dan oppervlakkig

Inez van Lamsweerde maakt haar modefoto's in opdracht en haar kunstfoto's voor zichzelf: ,,Door mijn vrije werk worden mijn modefoto's subversiever''. In Hamburg is een overzicht van haar werk te zien.

Een fles Pellegrino, een aspergesalade met croutons en gepocheerd ei en patat met mayonaise. De ober in de brasserie van het Amstel Hotel in Amsterdam geeft geen krimp als Inez van Lamsweerde haar bestelling voor de lunch opgeeft. Als hij even later een schaaltje frites op tafel zet met een aardappelroosje gevuld met mayonaise, tast de fotografe meteen toe. ,,Dat kan je in New York niet krijgen.''

In gezelschap van haar man Vinoodh Matadin, met wie ze nauw samenwerkt, bezocht Van Lamsweerde vorige maand haar geboortestad om op het stadhuis de Maria Austriaprijs voor fotografie in ontvangst te nemen. De prijsuitreiking paste precies tussen een modereportage in haar woonplaats New York en een klus in Parijs. Daarna moest ze naar Hamburg om een overzichtstentoonstelling van haar werk in te richten, naar Parijs, voor een nieuwe opdracht, en terug naar New York. ,,Maak je over onze airmiles maar geen zorgen'', lacht Van Lamsweerde.

Van Lamsweerde (1963) is een van de meest gevraagde modefotografen ter wereld. Met vaste regelmaat pendelt ze met Matadin (1961) tussen New York, Parijs en Tokio voor de seizoenscatalogi van couturiers als Yoshi Yamamoto en Wolfgang Joop. Ze werkt met topmodellen als Kate Moss en Claudia Schiffer en is kind aan huis bij glossy's als Vogue en Harper's Bazaar. Met vaste galeries in Keulen, Parijs en New York en een waslijst aan exposities in musea is zij ook in de kunstwereld een gevestigde naam.

Wat maakt haar werk zo bijzonder? Een zes jaar oude pin-up met een kers in haar mond, een man met vrouwenhanden, modellen die met behulp van de computer een smallere taille en een groter hoofd krijgen – de foto's van Inez van Lamsweerde zitten vol dubbelzinnigheden en tegenstellingen. Ze zijn tegelijk origineel en klassiek, geil en sereen, fascinerend en shockerend. Hoe vaak brengt een foto je zo in verwarring dat je bijna tegen een tramhuisje oploopt? Acht jaar geleden was het mogelijk, toen aan de gevel van de voormalige Canon Photo Gallery in Amsterdam plotseling een enorme foto hing van een koele blondine in een haute-couturejurk die op haar knieën de vloer likte.

Haar confronterende stijl van fotograferen heeft school gemaakt. Van Lamsweerde is al lang niet meer de enige fotografe die schoonheidsclichés een draai geeft en met digitale beeldmanipulatie voor verontrustende effecdten zorgt. Ze verwierf zich een plaats in de Mode Top Honderd van het trendsettende Engelse modeblad The Face. Nog meer lof kreeg ze toegezwaaid van de Duitse Vogue, die haar vier jaar geleden al uitriep tot `kunstenares van het jaar 2000, toonaangevend voor een nieuwe generatie'.

Dat was anders in 1992, toen Van Lamsweerde en Matadin met een reisbeurs van het Fonds voor Beeldende Kunsten naar New York vertrokken. Als `artist in residence' kreeg Van Lamsweerde een atelier op de kunstacademie PS1. ,,Het was afschuwelijk'', zegt de oud-studente van de Rietveldacademie. ,,Je krijgt een huis, een heleboel geld en een atelier. Verder word je aan je lot overgelaten. We voelden ons eenzaam, we kenden niemand. Als je in New York niet werkt, heb je geen identiteit. Je bestáát gewoon niet.''

Ze leurden met hun map bij modetijdschriften en agenten. Niemand zag wat in Van Lamsweerdes glanzende, op de computer bewerkte foto's. De toen gangbare grunge-stijl eiste zwart-wit-fotografie. Op gebruik van make-up en kleur rustte een taboe. `You're crazy, it will never work', zeiden redacteuren bij het bekijken van haar portfolio. Alleen een agent van een bekende modefotograaf bekommerde zich om het jonge Nederlandse stel. Hij legde hen uit dat je als Europeaan Amerika niet vanaf nul kunt veroveren. Word een ster in Nederland en probeer het dan nog eens, adviseerde de agent.

Wereldfaam

Die raad namen Van Lamsweerde en Matadin ter harte. Terug in Amsterdam maakten zij elke maand een modereportage voor het trendy jongerenblad Blvd. Bij een reportage over de kleren van de Franse ontwerpster Veronique Leroy vergat de redactie hun namen te vermelden. Uit ergernis over die nalatigheid stuurde Van Lamsweerde de fotoserie naar The Face in Engeland en naar Interview in New York. Het Amerikaanse tijdschrift stuurde de envelop ongeopend retour. Maar het Britse blad plaatste de serie in april 1995. Die publicatie opende de deur naar wereldfaam.

,,Het was of er een bom afging'', vertelt Matadin. De telefoon bleef maar rinkelen. Alle internationale bladen die zij goed vonden, boden plotseling opdrachten aan. Blvd moest op zoek naar nieuwe medewerkers, want Van Lamsweerde en Matadin werkten de rest van het jaar zoveel voor de Amerikaanse Vogue dat zij besloten zich opnieuw in New York te vestigen. Het geleur met portfolio's was voorbij. In twee jaar tijd waren de rollen omgedraaid: de opdrachtgevers stonden nu bij hen op de stoep.

De agenda van Van Lamsweerde Matadin Ltd is voortdurend volgeboekt. Het is een klein circus dat zijn tenten steeds ergens anders opzet. De vaste lichtman en de paintbox-operator reizen vaak in hun kielzog mee. Ook proberen ze zoveel mogelijk met dezelfde haar- en make-up-specialisten te werken en met dezelfde artdirectors. Tien grote campagnes per jaar en vijftien tijdschriftreportages, meer werk nemen ze niet aan. ,,Dat is heel weinig vergeleken met andere bekende modefotografen'', zegt Van Lamsweerde. ,,Je hebt ze die 's morgens de studio binnenstappen en vragen wat er die dag gaat gebeuren. Wij werken anders. Wij willen nauw betrokken zijn bij het nadenken over hoe iets er gaat uitzien. Wij willen het ook over een mentaliteit hebben, en niet alleen maar over de kleren. Dat gebeurt in de modewereld veel te weinig.''

Voor een advertentie van het Amerikaanse schoenenmerk Adams Boots lieten ze een meisje gedienstig aan een schoen likken. Clichés een subtiele wending geven, grenzen aftasten, een `patatje met' bestellen in het Amstel Hotel, dat is wat de fotografe graag doet. Van Lamsweerde: ,,Onlangs werkten we voor Harper's Bazaar met Kate Moss. Dat is zo'n supermodel waar je al 180.000 beelden van hebt gezien. Voor ons is het spannend op zo'n bekend model onze eigen interpretatie los te laten. Projectie, daar komt het altijd weer op neer. Als ik een model fotografeer, wil ik iets van mezelf terugkrijgen. Er is altijd wel iets in een ander waarvan je denkt: zo zou ik willen zijn. Dat is ook het principe van modefotografie: iemand vastleggen zoals een ander graag wil zijn. De lezer wil de vrouw op de foto zijn, daarom koopt ze die jurk. Zo eenvoudig werkt het.''

Script

Het fotograferen van een modecampagne kost twee maanden. ,,Het is alsof we een film maken'', zegt Matadin. ,,Eerst bedenk je een verhaal en schrijf je een script. Daarna worden de modellen uitgezocht, afspraken over de make-up gemaakt, decors gebouwd en het licht geregeld. Het fotograferen zelf duurt maar drie dagen. Omdat zoveel van tevoren al vastligt, kan je bij de opnames alles laten gaan.''

De rolverdeling op de set ligt vast. ,,Ik druk op de knop, Vinoodh is mijn extra paar ogen'', zegt Van Lamsweerde. ,,Omdat ik zo gefocust ben op het model, verlies ik soms het overzicht. Vinoodh houdt het uitgangspunt in de gaten.'' Matadin, voormalig mode-ontwerper: ,,Inez is de cameraman, ik ben de regisseur.''

De druk is groot in de modewereld. Haar vrije werk is de uitlaatklep voor Van Lamsweerde. Zo eens in de twee jaar maakt zij een serie foto's waarin ze de onvervulde ambities uit haar modewerk realiseert. In de serie `Thank you Thighmaster' (1993) verbouwde ze vier modellen met behulp van de computer tot griezelig echte etalagepoppen, maar wel met behaarde armen en kloppende aders. In de fotoserie `The Forest' (1995) werden vier mannen digitaal voorzien van vrouwenhanden. Een soortgelijke ingreep werd toegepast in `The Final Fantasy' (1997), waarin een paar vals kijkende baby's monden kregen van volwassen kerels. Prachtige, gelikte foto's die een onbehaaglijk gevoel opriepen, enpas als je goed keek zag je wat daar de oorzaak van was. Ze riepen heftige reacties op. Feministes stoorden zich aan het `pornografische karakter' van haar werk. De fotografe kreeg dreigbrieven en een foto van twee wijdbeens zittende pin-ups aan de onderkant van de Hortusbrug in Amsterdam, bedoeld om wachtende automobilisten te vermaken, werd met verf besmeurd.

De mode en het vrije werk zijn met elkaar verweven, zegt Van Lamsweerde. ,,Het vrije werk is extremer en emotioneler. Het is puur persoonlijk en van mij alleen. Er komt pas iets nieuws als ik wat te zeggen heb. Omdat ik sommige elementen van het vrije werk naar het modewerk haal, wordt dat veel subversiever. Wat ik interessant vind, is te onderzoeken hoe dingen in een andere context een nieuwe betekenis krijgen, welke taal in welke omgeving wordt gebruikt.'' Met het verwachtingspatroon van haar opdrachtgevers speelt ze. Het glamour-damesblad Harper's Bazaar krijgt een reportage in de stijl van een hippe glossy als The Face, en omgekeerd.

Tussen mode en beeldende kunst bestaat voor Van Lamsweerde geen echte scheiding. Maar een modefoto kan alleen aan een galerie- of museummuur eindigen als de kleren een niet te prominente rol spelen. In schoonheid schuilt de waarheid, zegt de fotografe. Niets kan haar zo fascineren als een mooi gezicht. In de studio wordt ze soms zo getroffen door wat ze ziet, dat ze vergeet de sluiterknop in te drukken. ,,Pure schoonheid is een overweldigende ervaring'', zegt ze. Neem de films van Visconti, of het werk van de Amerikaanse schilder Ellsworth Kelly. Als ze voor een van zijn effengekleurde, geometrische schilderijen staat, is er volgens Van Lamsweerde geen discussie meer mogelijk. ,,Dan voel je gewoon, dit is zo puur, zo minimaal, zo bijna honderd procent de essentie. Dan wil ik wel huilen.''

Familie

In haar laatste vrije werk is Inez van Lamsweerde op zoek naar het geheim van Ellsworth Kelly, `op zoek naar kleine stille dingen'. Het perspectief is verschoven. De fotografe, die de Dalai Lama als een van haar helden noemt, spreekt van warmte, liefde, compassie en persoonlijkheid. Voorbij is de tijd dat ze baby's mannenmonden gaf en een discussie wilde losmaken over `het maakbare lichaam'. Voor haar recente serie zelfportretten, getiteld Me, maakte ze zelfs geen gebruik meer van de computer. Op twee van de twaalf meer dan levensgroot uitvergrote polaroids staat de fotografe zelf, op de overige foto's familie en vrienden. Toch zijn het zelfportretten.

,,Elke foto toont een aspect van mezelf, je ziet een heel scala aan Van Lamsweerdes. Het ging me in die serie om het vasthouden van een moment met iemand die me heel dierbaar is. Iedereen is liggend op bed gefotografeerd met een bruin gemaakt gezicht. Niets leidt meer af, alle aandacht is gericht op de gelaatsuitdrukking. In het tonen van de alledaagse realiteit ben ik niet geïnteresseerd, alleen in een verhoogde vorm van de werkelijkheid. Ik hoop daarom dat deze beelden het persoonlijke overstijgen en een soort archetypen worden. Dat ze voor iedereen een bepaalde gevoelswaarde hebben en iets vertellen over de kracht van de geest. Kijk naar die foto van mijn moeder. Zoals zij is, zo wil ik ook graag zijn als ik zo oud ben.''

Op de vraag in welk zelfportret hij zijn vrouw het meest herkent, wijst Matadin op de foto van Inez met het haar voor haar gezicht. ,,De meeste mensen kennen Inez niet zo goed. Vaak denken ze dat ze heel erg stoer is.''

Met de serie zelfportretten geeft Van Lamsweerde aan dat ze het cynisme in de kunst beu is. Ze heeft nog steeds bewondering voor de bravoure van de Britse kunstenaar Damien Hirst, die koeien doorzaagde en op sterk water zette. Maar veel moderne kunst is haar te ongevoelig en te onpersoonlijk. ,,Als het maar cynisch is, dan is het wel goed. Schoonheid daarentegen wordt vaak afgedaan als decoratief. Ik vraag me af of dat wel zo erg is. Het lijkt wel alsof er op mooi een taboe rust. Wat ik wil, is iets moois maken dat niet alleen maar oppervlakkigheid overbrengt.''

Van Lamsweerde wordt vaak verweten dat haar werk te glad en te machinaal is. Boos zegt ze: ,,Als je foto's met vier punaises in de muur prikt is het zeker wel goed? Veel critici menen dat kunst er een beetje ambachtelijk moet uitzien, anders is het meteen verdacht. Maar de aantrekkingskracht van iets dat perfect is, is zoveel groter. Ik verkoop zo'n werk voor 10.000 dollar. Dan spreekt het toch vanzelf dat ik zorg voor een afdruk zonder stof en een perfecte lijst?''

Van Lamsweerde was zeer verrast toen ze van het Amsterdams Fonds voor de Kunst de prijs kreeg. Het Groninger Museum is al jaren bezig haar werk te collectioneren, maar de recensies in de Nederlandse kranten waren vaak zuur. ,,Ik had het idee dat ik vergeten was in Nederland. Ik woon al vijf jaar in New York. Ik heb geen Nederlandse galerie meer, en ik zit hier niet in het kunstcircuit. Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft slechts één minuscuul werkje van mij. Ik had het al opgegeven. Er is een bepaalde scene hier en daar hoor ik niet bij. Dat komt denk ik ook, omdat Vinoodh en ik zo succesvol zijn in de mode. Je hebt kunstenaars die 's avonds in een restaurant werken om bij te verdienen. Dat wordt wel oké gevonden.''

Voor het prijzengeld wist Van Lamsweerde meteen een bestemming. De 42 foto's voor de grote overzichtstentoonstelling van haar werk in de Deichtorhallen in Hamburg liet ze opnieuw afdrukken en inlijsten. Nóg gladder, en nóg mooier.

,,Inez is een controlfreak'', zegt Matadin.

    • Arjen Ribbens