Incest misbruikt

``Incest is een les. Je moet de zin ervan inzien. Je moet het invoelen, accepteren en vervolgens overstijgen, net als de Culturele Revolutie', zei de Chinees-Maastrichtse schrijver Lulu Wang twee jaar geleden in een gesprek met deze krant. Haar tweede roman, Het tedere kind, gaat over een vrouw in China die als baby door haar vader wordt verkracht. Buiten heerst het schrikbewind van dictator Mao Tse Toeng, net als in haar eerste roman Het lelietheater (1997), maar dit keer is dat slechts decor. In haar latere leven gaat de vrouw door verschillende seksuele en relationele crises heen, om na een poging tot zelfverbranding uit de as te herrijzen als een succesvolle vertaalster in Nederland.

Nu is incest een gevoelig en zwaar thema dat de gemoederen in Nederland de laatste jaren flink bezighoudt, en dat een omzichtige benadering behoeft. Dat is aan deze schrijfster niet besteed. Wang schrijft `littekenproza': smartlappen vol grote gevoelens, diepe ellende, ziektes, zelfmoordpogingen, waar de hoofdpersoon uiteindelijk gelouterd uit tevoorschijn komt. Alles wat ze beschrijft, is hevig en zwaar, voor nuancering is weinig ruimte. Het gaat om het sterke verhaal dat zij zo dik mogelijk aangezet vertelt.

Die benadering blijkt het beste in de eerste fase van Wangs Louterende Weg van de Incest: het `invoelen'. Op plastische wijze beschrijft ze hoe het misbruik van de baby in zijn werk gaat. Handig daarbij is dat de zuigeling al het verstand en geheugen van een volwassene heeft, zodat ze zich ook jaren later alles haarscherp kan herinneren. `Ze kreeg een zure, zoutige en naar tenenkaas stinkende vleesboom in haar mond. Ze kokhalsde.' `Nadat hij gierde van pikgrondig genot als hij de pus uit zijn opgezwollen apparaat had geperst en in haar prille potje had gegoten, haar lichaam als een leeggevochten slagveld en een opgevreten banket achterlatend.'

Hier bekruipt de lezer het onbehaaglijke gevoel dat het incestthema wordt gebruikt om een onsmakelijk, pornografisch getint verhaal te vertellen. De opgewekte boodschap dat incest `een les' is, waardoor je net als in dit boek de ellende van het leven kunt `ontstijgen', is New Age-onzin en beledigend voor de slachtoffers. Zo gaat Het tedere kind inderdaad over misbruik: misbruik van het gevoelige incestthema.

Het feit dat zij haar publiek een positieve moraal wil voorhouden, is voor Wang niets verwonderlijks. Tijdens eindeloze signeer- en lezingentournees heeft ze zich ontplooid als een Lieve Lita die de ellende van haar fans verzacht. Haar lezers bewonderen haar omdat ze veel tegenslag heeft gekend en desondanks succesvol en beroemd is geworden. Ze weet in interviews fictie en werkelijkheid behendig te vermengen en zegt de ellende in haar werk zoniet aan den lijve te hebben meegemaakt, dan toch in elk geval gevoelsmatig te hebben doorleefd. Zo zegt ze, net als de vrouwelijke hoofdpersoon in Het tedere kind, waarschijnlijk incestslachtoffer te zijn geweest.

Net als de boodschap, is de stijl van dit boek onverteerbaar slecht en smakeloos. De emigrante heeft zich woorddronken en verliefd op de Nederlandse taal gestort. Elke zin wordt door Wang rijkelijk aangekleed met koddige zegswijzen en kromme beeldspraak. Ze schrijft niet: `Het werd nacht, ik ging slapen', maar: `De koolzwarte nachtgordijnen die over het landschap waren gedrapeerd, dempten de drukte en het kabaal tot een slaapverwekkend niveau.' Zinnen als: `Ook deze kristalvormige schoonheden konden het zomerse daglicht niet verdragen van de onverbiddelijke realiteit, die de tere hunkering van de mens niet in dank afnam', doen denken aan de quasi-diepzinnige beginnersgedichten van een zestienjarige.

Wangs zinnen worden verder ontsierd door de vele taalfouten. De schrijfster, die sinds 1986 in Nederland woont, beheerst de Nederlandse taal slecht. Vooral het idioom wordt ernstig mishandeld. Soms is dat expres en grappig bedoeld, zoals `praten als Brugvrouw'. Meestal is het onkunde: `Naar alle lagen van de hel waren ze afgedaald om Lilan's vertrek over de streep te halen.' En wat is in godsnaam een boer `met een plak die gewichtiger was dan de netto toestand van zijn tanden'? De zegswijzen die ze wel correct gebruikt, zijn vaak gemeenplaatsen. Ze schrijft niet `eindelijk', maar `ten langen leste'. Ze geeft een lied `ten beste' en heeft `niets in de melk te brokkelen.'

Haar debuut Het lelietheater werd ook ontsierd door lelijke zinnen, maar dit tweede boek is veel erger. Mogelijk werd ze bij het schrijven van de vorige roman nog in toom gehouden, dit keer kreeg de bestseller-schrijfster klaarblijkelijk de vrije hand en wordt haar proza een onleesbare en onbedoeld hilarische brij. Het tedere kind gaat zo ook op een andere manier over misbruik: een brute verkrachting van de Nederlandse taal.

Lulu Wang: Het tedere kind. Vassallucci, 400 blz. ƒ42,50.

    • Wilfred Takken