In de kelders van de geschiedenis

Jane en Louise Wilson, kandidaten voor de Turner-prijs, tonen de andere kant van het casino en het parlementsgebouw. ,,Kijken op plekken waar je nooit mocht komen, dat willen wij.''

Als publiciteit de maatstaf is, wint Tracey Emin maandag de Turner-prijs, de belangrijkste prijs voor moderne Britse kunst. Na Chris Ofili's schilderijen met olifantendrollen en Damien Hirsts doorgezaagde kalf op sterk water, de twee laatste winnaars, leverde Emin dit jaar de grondstof voor het relletje dat de Turner-prijs traditioneel begeleidt. Voor de kandidaten-tentoonstelling in de Londense Tate Gallery leverde ze een beslapen bed in, omspoeld door leeggedrukte pillenstrips, ongebruikte condooms en lege wodka-flessen.

Kunstcritici ruziën sindsdien over de vraag of het wrakhout van een zogenaamd mislukt leven de grenzen van de kunst verlegt. De minister van cultuur heeft zich ermee bemoeid, een ontstelde huismoeder kwam met stoffer en blik naar de Tate om de rommel op te ruimen en twee collega-artiesten hebben er op een zondagmiddag in oktober een kussengevecht gehouden `om het te verbeteren', totdat ze door bewakers werden overmeesterd.

Maar als publiciteit de maatstaf niet is en als de jury dit jaar video, film of fotografie verkiest boven schilderkunst en sculptuur, maken de andere drie kandidaten een goede kans. Steven Pippin bouwde een batterij wasmachines hilarisch-ingenieus om tot fototoestellen. Steve McQueen filmde zijn bandrecorder terwijl die tapdansmuziek spelend aan een ballon in de blauwe lucht verdwijnt. En Jane en Louise Wilson lieten hun videocamera in de ochtendschemering door een leeg casino in Las Vegas glijden, waar eenarmige bandieten en torentjes van fiches wachten op de eerste klanten.

Maken de zusjes Wilson echt een kans? ,,Zet je geld maar op een paard, dat is verstandiger'', zegt Jane op een kruk in hun Londense studio aan de zuid-oever van de Theems, terwijl Louise rumoerig in een diepe stoel ploft. ,,De uitslag is onvoorspelbaar en trouwens onbelangrijk.'' Het prijzengeld van 20.000 pond doet ze weinig. Bovendien, zeggen ze, maandenlang geëxposeerd worden in het belangrijkste Britse moderne kunstmuseum is veel belangrijker dan winnen. ,,Dat is iedereen zo weer vergeten, die tentoonstelling in de Tate niet.''

Jane draagt grote gymschoenen, Louise laarsjes. Jane heeft kort en donker haar, Louise draagt het langer met iets roods erdoorheen. Jane heeft het hart op de tong, Louise wacht graag een paar seconden voor ze een redenering opzet. En haar stem is een fractie hoger. Als Jane een poes is, is Louise een kat. Ze kunnen elkaars zinnen naadloos afmaken, maar ze onderbreken elkaar ook graag: ,,Welnee, Louise!'', ,,Come on, Jane!''.

De zusjes Wilson zijn een eeneiige tweeling (1967), maar dat zou je op het eerste gezicht niet zeggen. Toch hoeven ze zelden of nooit iets aan elkaar uit te leggen, zeggen ze. Ze discussiëren wel voortdurend, maar bij het uitvoeren van hun ideeën hoeven ze nooit een compromis te sluiten. Zo was het al toen ze als enige twee leerlingen op de middelbare school art als eindexamenvak kozen. En ook toen ze elk in een andere stad de kunstacademie deden; Jane in hun geboortestad Newcastle en Louise in het Schotse Dundee. Hun golflengtes waren zo volkomen identiek dat ze toestemming kregen om met een dubbel-expositie af te studeren. Eigenlijk zijn ze gewoon één stel hersens met twee paar ogen.

Stasi City

Dit is het grote jaar voor de Wilson-twins. Hun nominatie voor de Turner-prijs viel samen met hun eerste solo-tentoonstelling in Londen. De Serpentine Gallery, de toonaangevende moderne kunstzaal in Kensington Gardens, liet de afgelopen maand drie van hun video-installaties zien. Stasi City (1997), gemaakt tijdens een studiejaar in Berlijn, is een bizarre en soms beklemmende tocht door de verhoorkamers en langs lege archiefkasten in het verlaten hoofdkwartier van de voormalige Oostduitse geheime dienst. In het gebouw, waar na de val van de Muur is gevochten om dossiers, wordt de stilte nu alleen door het zoemen van een lift en dichtvallende deuren doorbroken.

Voor Gamma (1999) bezochten ze een andere `ruïne' uit de Koude Oorlog, de in 1992 ontmantelde basis Greenham Common, waar Britse vrouwen jarenlang voor de poort kampeerden uit protest tegen de Amerikaanse kruisraketten die er lagen opgeslagen. En ook was in de Serpentine Parliament te zien, opnames uit het Britse Lager- en Hogerhuis, die ze afgelopen zomer maakten, toen de Right Honoroubles en My Lords met reces waren.

In de Tate zijn twee andere, goeddeels uitgestorven ruimtes te zien: het gokwalhalla Caesar's Palace in Las Vegas en de gewelven onder de Hooverdam, de stuw in de Colorado-rivier die de elektriciteit voor de woestijnstad levert.

Las Vegas, Graveyard Time, heet het werk, naar de slang-term voor de kleine uurtjes. Dat was de tijd die ze wilden filmen. Want ook al houden de casino's met ontelbare camera's permanent hun klandizie in de gaten, er was geen denken aan om twee onbescheiden Britse meisjes het publiek te laten filmen. Zelfs nu moest elke take met de pr-afdeling van Ceasar's Palace worden afgestemd.

,,Kijken op plekken waar je nooit mocht komen, dat willen wij'', zegt Jane. ,,Recente geschiedenis filmen, nee, de ruimtes van de recente geschiedenis'', verbetert Louise. ,,In Las Vegas mochten we aanvankelijk een trappenhuis uit de jaren tachtig niet filmen. Want dat paste niet bij hun moderne, tacky imago. De jaren tachtig waren daar al een verleden waar ze niets van wilden weten.'' En het geldt ook voor het Britse parlement, dat het volk vertegenwoordigt en dagelijks op televisie is, maar waar niemand ooit een blik krijgt achter de voorzittersstoel, of in de kelder.

Zijn Jane en Louise voyeurs, indringers of gewoon aartsnieuwsgierig? ,,Wij sturen alleen een camera door een gebouw en proberen de ruimte in een kader te vangen. Door de mensen zoveel mogelijk weg te laten en de ruimtes in hun naakte essentie te tonen, dwing je kijkers na te denken over de rituelen die daar worden uitgevoerd.''

Kijken, ruimte en dwingen zijn hun drie sleutelwoorden. Met smaak vertelt Louise over de Britse humanist Jeremy Bentham, die in 1791 een gevangenis ontwierp waarin alle cellen stervormig rond een centraal oog waren gebouwd. In dat Panopticum (1791), bedoeld om het gevangenisklimaat te verbeteren, was de wetenschap altijd en overal bekeken te kunnen worden net zo belangrijk als de tralies. En Jane wijst op de `imaginaire gevangenissen', waarin de Italiaanse etser Piranesi ,,het oog bedriegt met gewelfde ruimtes die zowel beklemmen als eindeloos lijken''.

Iets van die beklemming moet de kijker ook voelen, zeggen de zusjes. En dat lukt gegarandeerd. Hun installaties worden steeds op twee grote dubbele schermen geprojecteerd in de twee tegenoverliggende hoeken van een pikzwarte ruimte. Steeds glijdt een camera door gangen, de hoek om, langs buizen, scheert omhoog of omlaag, gaat een lift in, kijkt door een raam of door een deurkier. Mensen zijn er alleen glimpsgewijs te zien: twee blote voeten, twee vrouwenbenen in dikgeweven panty's, handen die kaarten delen. Omdat je beide schermen nooit tegelijk kunt zien, en ook voor het scherm dat je wel ziet ogen tekort komt, lijkt er voortdurends iets te dreigen. Het geluid van voetstappen of vallende druppels maken dat gevoel niet minder.

Kruisraketten

Het is een mysterieuze filmtaal, ergens halverwege een thriller en een documentaire. Soms valt er iets te lezen, zoals de surrealistische opschriften in de garages van de kruisraketten – ,,Two Man Policy, No Lone Zone'' – maar het gesproken woord ontbreekt nadrukkelijk, zodat het hoofd van de toeschouwer zijn eigen voice over geeft, hopen Jane en Louise. ,,Dat is de enige ruimte die er toe doet: de ruimte in je hoofd.''

Behalve aan de ruimte knutselen de zusjes Wilson ook aan de tijd. Om de paar minuten keren dezelfde beelden terug, in wisselende combinaties en op beide schermen niet steeds op hetzelfde moment. In de griezelfilms en de journalistieke televisie waarnaar hun beelden lijken te verwijzen verstrijkt tijd. Bij de Wilsons niet, of in elk geval ,,niet lineair'', zeggen ze. ,,Wij vertellen geen chronologisch verhaal.''

Lineair of niet, het is zelfs de vraag óf ze wel een verhaal vertellen. Louise: ,,Ik wil als toeschouwer niet dat mij wordt verteld wát ik moet denken. Het is meer het ondergaan van een ruimte, een fysieke ervaring.'' Niettemin willen ze ,,vragen stellen'' en ,,suggesties doen'', zeggen ze. Maar concreet worden die nergens. Zo volgt de steadycam van de Wilsons minutenlang de lijn op het tapijt voor de bankjes aan weerszijden in het Lagerhuis. De politicus die opstaat om het woord te voeren mag die lijn traditioneel niet voorbij, om te voorkomen dat een woordenwisseling in een vechtpartij met de `overkant' zou ontaarden. Maar als je dat al wist voegen die beelden weinig kennis toe en als je het niet wist, kom je het door de video niet te weten.

,,Dat klopt'', zegt Louise. ,,Wij maken geen televisie. En wij geven geen uitleg. En toch komt de betekenis van die lijn onbewust over. En ik geloof ook dat de symmetrie van het parlement, met een Hogerhuis en een Lagerhuis die aan twee kanten van een gang liggen, wordt weerspiegeld in de structuur van onze film. De bouw van de film en het gebouw zelf zeggen allebei hoe het parlement werkt.''

En toch is het werk van de Wilsons niet helemaal woordeloos meer. In de Tate hebben ze voor het eerst ook een edit board opgehangen, waarop de timing van beeldovergangen en de effecten op het geluidsspoor staan aangegeven. Is dat alleen een soort `kladblok' van de video-artiest, of maakt het ook deel uit van het kunstwerk?

,,Vegas heeft 92 beeldwisselingen'', zegt Jane. ,,Dat is drie keer zoveel als in ons eerdere werk. Er is geluid van de locatie zelf en geluid van buiten. Ik vond dat de toeschouwer een ruggesteuntje nodig had, want al die informatie kun je niet opnemen door alleen in de installatie te staan. Om geen didactische toon aan te slaan leek me dat edit board geschikt. En ja, het hoort bij het werk.'' Aan elkaar hoeven de zusjes Wilson nog steeds niets uit te leggen, maar voor het publiek gelden andere wetten.

The Turner Prize 1999: werk van Tracey Emin, Steven Pippin, Steve McQueen en Jane & Louise Wilson. T/m 6 febr in de Tate Gallery, Millbank, Londen SW1Open ma t/m zo 10-17.50; inl. +44 (0)20 7887-8000; internet: www.tate.org.uk. Uitreiking Turner-prijs: maandag 30 november vanaf 20u; live via internet: www.channel4.com

    • Hans Steketee