Het spook van de loongolf

FNV Bondgenoten heeft gisteren de looneis voor 2000 verhoogd naar 4 procent. De vakcentrale neemt die eis maandag waarschijnlijk over. Is het einde van de loonmatiging in zicht? CPB-directeur Henk Don waarschuwt.

De vakcentrale FNV heeft haar centrale looneis sinds mei al twee keer naar boven bijgesteld. Een van de pijlers onder het poldermodel, de loonmatiging, komt daarmee in gevaar.

Een half jaar geleden waren de FNV-bonden nog tevreden met 1,75 tot 2,25 procent meer loon. De hoerastemming over de aantrekkende economie en de furie over zichzelf verrijkende topmanagers noopte de vakcentrale op Prinsjesdag echter tot een verhoging van de maximale looneis tot 3 procent.

Maar de aangesloten bonden waren niet tevreden. Nadat vier van de twaalf FNV-bonden aangaven meer dan drie procent te zullen eisen, liet de vakcentrale op 26 oktober die bovengrens los. Gisteren stelde ook FNV Bondgenoten, de grootste bond binnen de vakcentrale, zijn looneis op 4 procent en het is onwaarschijnlijk dat de centrale deze eis maandag niet overneemt.

De FNV pleegt zich bij het stellen van looneisen mede te baseren op de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). Maar hebben die prognoses nu nog enige relatie met de jongste FNV-eisen?

Het Centraal Planbureau (CPB) berekende bij de opstelling van het regeerakkoord van het tweede paarse kabinet, nu anderhalf jaar gelden, dat door de aangekondigde lastenverlichting een loonstijging van gemiddeld 1,5 procent, in het behoedzame scenario, het afgelopen jaar toch nog een reële inkomensverbetering van 1,25 procent zou hebben opgeleverd.

De werkelijke contractloonstijging lag daar sindsdien ruim boven. Vindt u die raming van 1,5 procent nog steeds verantwoord?

CPB-directeur Henk Don: ,,Verantwoord zeker. Maar het is natuurlijk de vraag of dat nog aannemelijk is nu de economische groei meevalt en de arbeidsmarkt krapper is geworden dan we bij de opstelling van het regeerakkoord voorzagen.

We hebben daarom in onze macro-economische verkenning voor 2000 de contractloonstijging op 3 procent geraamd. Sommige eisen gaan daar alweer boven uit, al zijn eisen natuurlijk nog geen onderhandelingsresultaten.

Onze boodschap blijft: houd serieus rekening met de risico's die bij economische vooruitzichten horen.''

Wat zou het loslaten van de loonmatiging betekenen?

,,Een eenmalige extra loonsverhoging van 1 procent bovenop onze ramingen leidt volgens onze berekening na vier jaar tot een verlies van 20.000 à 25.000 arbeidsplaatsen in de marktsector.

Als die 1 procent structureel wordt, zit je na acht jaar op een verlies van 120.000 banen in de marktsector. En als je de gevolgen daarvan voor de collectieve sector meerekent, kan het effect oplopen tot het verlies van 200.000 banen. De belangrijkste oorzaak daarvan is natuurlijk de schade voor je concurrentiepositie.''

Wat zijn macro-economisch gezien de voordelen van blijvende loonmatiging?

,,Die is goed voor onze concurrentiepositie, voor de export, voor de winstgevendheid van de productie in Nederland, voor ons vestigingsklimaat, voor de bereidheid om hier te investeren, en dus voor de werkgelegenheid.

Je zag hoe de zaak in Duitsland ontspoorde. Met als gevolgen afnemende investeringen, wegtrekkende bedrijven en grotere werkloosheid. Het loslaten van loonmatiging roept dat soort spookbeelden op. Die richting moeten we vooral niet inslaan.''

Kan dat door de huidige hosanna-stemming over de economie en de woede over beloningsexplosies in de top van het bedrijfsleven toch gebeuren?

,,Ik heb vertrouwen in de realiteitszin van de betrokkenen. Ik maakte me daar bij de vorige hoogconjuctuur in 1989 wel wat zorgen om. Zou een jubelstemming niet tot verlies van de succesformule leiden? Dat is toen niet gebeurd, al was het kantje boord. Van 1991 tot 1993 groeide de arbeidsinkomensquote, het deel van het nationaal inkomen dat naar de factor arbeid gaat, van 81,2 naar 86,4 procent, terwijl 80 procent het streven is. Tegelijk groeide de werkloosheid scherp.

Toch wisten we direct daarop de loonafspraken weer in lijn te brengen met de reële economische ontwikkeling. In 1994 was er op dit punt zelfs sprake van een inhaalslag met alle gunstige gevolgen vandien. Nu gaat de arbeidsinkomensquote weer van 81 procent in 1998 richting 84 procent in 2000. Op zich is dat niet vreemd, als je net de top van een hoogconjunctuur gepasseerd bent. Dan nog blijft de vraag: Houden we de zaak deze keer in de hand?''

Klopt het dat Sociale Zaken u heeft gevraagd na te gaan of de arbeidsinkomensquote nog voldoende de realiteit weerspiegelt?

,,Ja, maar niet omdat die niet meer zou deugen. We willen nagaan of een arbeidsinkomensquote van 80 nog steeds een goed oriëntatiepunt is. We onderzoeken dat nu en het resultaat melden we in het voorjaar. Maar ik verwacht geen spectaculaire bijstellingen.''

    • Ferry Versteeg