Het object van mijn begeerte

In de keuken van het enige café in het Spaanse dorp waar ik een comfortabel onderkomen heb gehuurd, staat kokkin Nana.

Nana, Nana, Nana, prevel ik haar naam voor ik ga slapen in mijn eenzame, ondraaglijk warme Spaanse bed. Nana, Nana.

Het is duidelijk. Ik ben verliefd op haar. Ik ben niet goed snik, maar wel verliefd. Een man als ik die al een maand alleen in een bed ligt met uitzicht op de Middellandse Zee, een zwembad omringd door sinaasappelbomen en palmen, heeft dringend liefde nodig. Een liefdesbevestiging. Dat is heel normaal.

Abnormaal is het alleen dat ik voor het object van mijn begeerte uitgerekend een Spaanse kokkin uitzoek, even in de dertig en bloed- en bloedmooi. Zo'n mens staat heus niet achter de pannen te springen om een gloeiend hete nacht met een oude gek als ik door te brengen. Ik kan met gemak haar vader zijn. Mijn liefde is ten dode opgeschreven.

Maar toch, maar toch...je weet het nooit. Er zijn voorbeelden genoeg van jonge meiden die de warme koestering, het begrip, de tolerantie, de onbaatzuchtigheid en bovenal de liefdeservaring en de lichamelijke bescherming zoeken in de armen van een bedaagd en vooral potente man.

En dat ben ik toevallig. Zo is dat. Kom maar op.

Nana.

Net zo groot als ik met mijn een meter vierentachtig. Rood geverfd haar. Net iets te rood, maar dat staat immers lekker. Frivool kapje op die gulzige, rooie kop. Alles is gulzig aan dat mens. Gulzige mond. Gulzige tanden. Moet je die gulzige bek zien met die tong die ze uitsteekt als ze lacht. Wat denk je dat zo'n vrouw bij een man als ik niet allemaal teweeg kan brengen? Olé!

Rustig, rustig, niet zo ordinair. Maar moet je die handen zien. Twee menselijke attributen waar ik zeer op let bij een vrouw. Voor mij geen kleine handjes met goed verzorgde nageltjes. Voor mij geen schoenmaat 35 en een half. Alsjeblieft geen gedribbel om me heen. Geen slimmigheidjes, doe dat maar thuis.

Luister, ik sta hier niet een beetje op te scheppen over mijn Nana, maar het is een oervrouw. Ze is in het bezit van een oerlichaam. Precies dat is mijn Nana. Oer en nog eens oer van onder tot boven. Zie je dat ik gek aan het worden ben? Dat ik nu al spreek over mijn Nana. Niks mee te maken. Voorbarig of niet, al spreek ik geen woord Spaans en heb ik niet het minste idee hoe ik het met haar moet aanleggen, er kan nog van alles gebeuren.

Af en toe komt ze uit de keuken met de dampende schotels die ze aan de bediening doorgeeft. Alles wat ze maakt, smaakt me. Ze heeft een wat groezelig rokschort om. Er zit een stukje bloot tussen die rok en haar bovenlijfje met een randje kant. Allemaal erg krap. De kont van Nana, als ze even uit de keuken komt om uit te puffen en er haar handen aan afveegt.

Tussen de middag komen bouwvakkers die in de buurt aan het werk zijn hier ook eten. Terwijl Nana de enige vrouw in het café is, zijn ze nooit grof tegen haar. Nana beantwoordt hun duidelijk dubbelzinnig bedoelde opmerkingen, met trotse soevereiniteit. Eén man is aan de opdringerige kant vind ik. Echt een macho. Die weet niet hoe die zich moet aanstellen om aandacht te krijgen. Ik ken hem wel. Hij spreekt aardig Nederlands, want hij werkte als gastarbeider tien jaar in Rotterdam. Als ik wat bestel, is hij altijd behulpzaam om als tolk op te treden.

Nana gaat naar huis. Ze is klaar met het werk. Schort uit, kapje af. Ik zit met mijn Rotterdammer aan de bar te drinken als ze langskomt. Ze blijft even bij ons staan. Dit is mijn kans. Nu of nooit. ,,Je moet me helpen met vertalen'', zeg ik tegen mijn buurman. Nana kijkt nieuwsgierig en ik stamel als een kwajongen dat ik graag een avond met haar uit eten zou gaan. Misschien ergens dansen in de stad beneden? Ik grijp haar hand. Er komt een stortvloed van vriendelijk klinkende woorden uit Nana's rode mond. Mijn buurman vertaalt alles met een glimlach en vol geduld. Geen sprake van. Er wordt niet gegeten in de stad. Er wordt daar beneden ook niet gedanst. Zij komt bij mij. Morgenavond. Ze weet waar ik woon. Ze kent het eenzame huis met het zwembad en de palmen maar al te goed. Ze komt bij me koken en ze gaat voor mij de flamenco dansen. Ze heeft een prachtige serie cd`s. Ze viel al een hele tijd op me. Van jonge kerels moet ze sinds haar scheiding al helemaal niets meer hebben.

Ik geef haar een onhandige kus die ergens onder haar oor in haar hals belandt, ze lacht en stapt in haar auto en zoeft er vandoor.

Mijn Rotterdamse Spanjaard slaat me op mijn schouder. ,,Gefeliciteerd vriend, jij gaat een prachtige nacht met Nana tegemoet. Mijn complimenten, hoe krijg je het voor elkaar.''

Ik bestel voor ons een dubbele brandy: op de toekomst.

De hele volgende dag loop ik in een roes. Vannacht, vannacht. Was het maar zover.

De maan hangt al diep oranjerood boven de zee. Lichtjes van vissersboten. Vliegen daar een paar flamingo's voorbij? De palmen ruisen in de lauwe wind. Waar blijft dat mens. Ik ga heus niet met haar aan de slag in die bedompte slaapkamer, ik sleep straks het matras naar buiten. Onder de sterrenhemel zal het gebeuren. Ik zal die Spaanse wat voortoveren waar ze nooit weet van heeft gehad.

Ik wacht en wacht en ik wacht tevergeefs, want Nana komt niet en ik tuimel bij het ochtendgloren, met een stuk in mijn kraag van woede, in mijn bed.

Als ik de volgende dag tegen etenstijd het luidruchtige café binnenkom wordt het doodstil. Nana komt met lege handen uit de keuken tevoorschijn, glimlacht en steekt haar tongetje tussen haar heldere lach te voorschijn. Met uitgestoken armen loopt ze me voorbij en valt in de armen van mijn macho-tolk uit Rotterdam. Ze kussen elkaar en er klinkt gejuich op.

Waar is hier in vredesnaam een achterdeur!

    • Jean-Paul Franssens