Gé Reinders

GÉ REINDERS

Sinds hij vier jaar geleden de Engelse taal verruilde voor de Limburgse, is de liedjesmaker Gé Reinders niet langer inwisselbaar. Dicht bij huis ontwikkelt hij een heel eigen genre waarin weemoed, ironie en een enkele felle uitval een mooie bedding vinden in melodietjes uit het rock-, country- en ballad-idioom. Hoewel een niet-Limburger hem niet woordelijk kan volgen, maakt Reinders zich ook op zijn nieuwe cd D'n Haof alleszins verstaanbaar. Het titellied is meteen al een kleinood, waarin hij, zonder sentimenteel te worden, het wonder bezingt van een tuin waarin alles groeit, bloeit en poept. Teer en sfeervol is ook het nummer Blaosmuziek, dat treffend et beeld oproept van een Limburgs dorpsplein op zondagochtend en zachtjes wordt begeleid door de Fanfare Eendracht Nieuwenhagerheide.

Op één stijlbreuk na – een liefdesduet met de zangeres E'velyne dat niet boven de middelmaat uitkomt – weet Reinders opnieuw gaaf vorm te geven aan wat hij in een ander nummer omschrijft als `de eeuwige omweg naar huis'. Maar hij is bepaald niet blind voor de andere kant van de medaille. In een opvallend kwaad liedje windt hij zich op over de laat-maar-waaien-mentaliteit van het soort Limburgers dat de provincie een slechte naam bezorgt. Hij wil daar niet bij horen, zingt hij, maar tegelijk ontzegt hij alle niet-Limburgers het recht om hem daarin bij te vallen.

Gé Reinders: D'n Haof. Fennek FN-CD-4 (Distr. Munich)

    • Henk van Gelder