Europa heeft Amerika nodig

Frankrijk heeft kritiek op de neiging van de VS om tegelijkertijd wereldleider te willen zijn en zich uit die wereld terug te trekken. Dominique Moïsi meent dat die kritiek gerechtvaardigd is, maar dat de Fransen zich niet te arrogant moeten opstellen. Een multipolaire wereld kan alleen totstandkomen als Europa en de VS de handen ineenslaan.

Het Congres laat zich maar al te vaak verleiden tot unilateralisme en isolationisme. [...] Frankrijk kan en zal niet accepteren dat een regionale defensie-organisatie [nl. de NAVO] de rol van wereld-politieagent gaat spelen, een rol die in het VN-handvest is toevertrouwd aan de Veiligheidsraad.''Deze ferme taal sprak president Chirac drie weken geleden in Parijs, tijdens een toespraak bij het vierde lustrum van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen.

Het is nog te vroeg om te zeggen of zijn woorden een nieuwe ronde inluiden in de periodieke spanningen tussen Parijs en Washington. Maar in elk geval behelsden ze een onmiskenbare combinatie van irritatie en wederzijds onbegrip tussen de Verenigde Staten en Frankrijk. Al luisterend naar president Chirac voelde ik me opeens jaren jonger. Zijn uitspraak, die deed denken aan de toon waarop meer dan 25 jaar geleden de toenmalige Franse minister van Buitenlandse Zaken Michel Jobert zijn verbeten debatten met Henry Kissinger voerde, zweemde naar een déjà vu. Wie de actuele Frans-Amerikaanse betrekkingen analyseert mag zich niet tot sensatiezucht laten verleiden, want de huidige crisis kan wel enige relativering velen, maar mag de `irritaties' evenmin bagatelliseren.

Onder De Gaulle en zijn opvolgers, tijdens de Koude Oorlog, waren de Frans-Amerikaanse spanningen grotendeels van strategische en diplomatieke aard. Frankrijk wilde eenvoudigweg `bestaan' en trachtte, beschermd door de nucleaire paraplu van de Verenigde Staten, zijn onafhankelijke manoeuvreerruimte te vergroten. Dit streven naar onafhankelijkheid kwam ten dele voort uit het verleden. Frankrijk, een voormalige grote mogendheid, brenger en belichaming van een universele boodschap, die van de Franse Revolutie, kon slechts wedijveren met een andere incarnatie van een universeel model, namelijk de Verenigde Staten. De pijlsnelle opmars van Amerika naar de status van `supermacht' zo niet `hypermacht' kon dit besef van rivaliteit alleen maar doen toenemen.

Tijdens de Vietnamoorlog stonden jonge Fransen – zoals jonge Grieken nu – in aanzienlijke aantallen klaar om te betogen tegen het Amerikaanse imperialisme. Thans, waarschijnlijk omdat de Amerikaanse culturele invloed in Frankrijk nooit zo zichtbaar aanwezig is geweest, leggen de Fransen een ambivalente zo niet innerlijk tegenstrijdige houding tegenover de VS aan de dag. Hoe meer zij zich voor Amerika openstellen, hoe sterker hun ressentiment. Amerika belichaamt voor de Fransen tegelijk hun vrees en hun hoop – de vrees op te gaan in een gehomogeniseerde wereld en de hoop een grote slag te slaan in Silicon Valley. Wie de Franse bladen leest, krijgt het gevoel dat de `beschavingsijver' van de 19de-eeuwse koloniale officier is vervangen door het meer egoïstische verlangen om voor het dertigste levensjaar miljardair te worden. De spanningen van vandaag zijn ernstig omdat ze niet beperkt blijven tot de politieke en bestuurlijke sfeer. In ons mondiale tijdperk zijn agrarische productie en cultuur hoofdzaken van het buitenlands beleid, omdat ze niet slechts commerciële rivaliteiten tot uiting brengen maar ook een dieper liggende emotionele wil tot behoud van identiteit.

De doelstellingen van de Franse diplomatie zoals gepresenteerd door minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine, zijn drieledig: Frankrijk streeft naar een meer multipolaire, gediversifieerde en multilaterale wereld.

Multipolariteit betekent een meer evenwichtige en in beginsel stabielere wereld. Maar wie de wereldheerschappij als denkbeeld afwijst, moet in het geval van de Verenigde Staten zo eerlijk zijn zich een aantal vragen te stellen. Zou enige andere mogendheid ter wereld haar enorme relatieve superioriteit met dezelfde terughoudendheid tot gelding brengen als de Verenigde Staten, met dezelfde mate van democratische controle gecombineerd met dezelfde apathie, zo niet onverschilligheid in sommige gevallen? Parijs kan Washington wel kritiseren, maar gezien ons eigen historische en diplomatieke verleden is het vrijwel zeker dat Frankrijk, verkeerde het thans in de positie van de Verenigde Staten, zijn macht niet zo zuinig zou gebruiken, laat staan een niet-democratisch land als China.

Ook diversiteit is een hoogst legitieme doelstelling. We moeten proberen respect en begrip op te brengen voor niet-westerse culturen met hun andere besef van tijd en prioriteit, hun gevoel dat zij worden gediscrimineerd en dat hun een uitheems politiek model wordt opgelegd. Maar verdediging van diversiteit en onderling respect dreigen al gauw te ontaarden in cultureel relativisme, puur cynisme en het najagen van politiek en commercieel korte-termijnbelang. Multilateralisme is eveneens een sleutelbegrip voor een meer rechtvaardige internationale orde, waar de spelregels totstandkomen door onderhandelingen tussen de diverse partijen en dus een ware consensus weerspiegelen. Echter, als zelfs de VN op instigatie van hun inspirerende, moedige secretaris-generaal Kofi Annan de oorzaken van hun dikwijls teleurstellende staat van dienst onderzoeken, dan zijn unilaterale humanitaire impulsen wellicht toch een beter alternatief voor de betrokken volkeren dan multilaterale passiviteit.

Het nastreven door Frankrijk van deze drie politiek en intellectueel legitieme oogmerken – multipolariteit, diversiteit en mulilateralisme – kan in de ogen van de Amerikanen slechts een poging zijn hun unieke internationale status te trotseren. Ten tijde van de Koude Oorlog kon Frankrijk, hoewel onmiskenbaar behorend tot het Westen, zich toch voordoen als een brug tussen Oost en West, zo niet tussen Noord en Zuid. Thans wil Frankrijk die overbruggende rol nog steeds spelen, maar dan tussen het Westen, onder leiding van de VS, en `de rest van de wereld'. Het unilateralisme van het Amerkaanse Congres, dat weigert het universele kernstopverdrag te ratificeren, noopt tot verzet. Kan Amerika met Hollywood en Silicon Valley het monopolie over 's werelds dromen uitoefenen en zich tegelijkertijd onttrekken aan 's werelds nucleaire nachtmerries? Kan de technologische vooruitgang straks doen wat de geografie voorheen deed, namelijk het Amerikaanse continent onkwetsbaar maken? Amerika mag zich niet onttrekken aan het gemeenschappelijk lot van de mensheid en risico's voor de eigen bevolking als indecent bestempelen – de Amerikaan is geneigd de dood als obsceen te beschouwen. Men kan niet tegelijkertijd wereldleider zijn en zich uit de wereld terugtrekken, regels opleggen en er zichzelf niet aan houden, scheidsrechter en speler zijn, terugkeren naar het internationalisme van Woodrow Wilson en de Verenigde Naties negeren!

Frankrijk stelt de juiste vragen, zij het wellicht op de verkeerde manier. Wie zijn wij om ons met zoveel zelfovertuiging tot de wereld te richten? Frankrijk kan zich alleen doen gelden via Europa. Een multipolaire wereld met Europa als een der polen kan niet tot stand worden gebracht tegen Amerika in, maar alleen samen met Amerika, zij het wellicht niet binnen de NAVO waar de veiligheid in het geding is. Uitgesproken denkbeelden kunnen ook op zachtere toon worden uitgesproken. Minder is soms meer.

Dominique Moïsi is directeur van het Franse instituut voor internationale betrekkingen IFRI en hoofdredacteur van Politique étrangère.

    • Dominique Moïsi