Eén sneeuwstorm en duizenden zitten vast

Voor de vluchtende Tsjetsjenen is de weg naar het zuidelijke Georgië `de levensweg'. De route leidt over een pad over een 2600 meter hoge pas. Eén sneeuwstorm en duizenden Tsjetsjenen zitten in de val.

Zodra het donker was, te donker voor de aanvalsgolven van de Krokodil-gevechtshelikopters, was Tahir uit het Zuid-Tsjetsjeense dorp Sovjetskoje vertrokken. Onder dekking van de nacht had hij in een volgepropte Lada-jeep de rivier Argoen gevolgd, waar het wegdek gepokt is van de inslagkraters. Om middernacht was hij afgezet op een gure bergpas in de Kaukasus: de enige uitweg naar het neutrale Georgië.

,,Nog een sneeuwstorm en de route is onbegaanbaar'', zegt hij, luttele uren na aankomst in de Georgische hoofdstad Tbilisi. De 34-jarige politie-majoor uit de belegerde stad Oeroes-Martan komt bij met Turkse koffie en een sigaret. Hij is geen vluchteling, maar een gezant. Zijn missie: de buitenwereld vertellen wat er in Tsjetsjenië aan de hand is. Hulp mobiliseren.

Ingetogen, op het schuchtere af, beschrijft Tahir wat hij onderweg heeft gezien. Uit zijn verhaal blijkt hoezeer de Republiek Itsjkeria (ofwel: dat wat er van het niet-bezette deel van Tsjetsjenië over is) aan een rafelend draadje hangt. Deze ,,levensweg'' naar Georgië, zoals de weg in de volksmond heet, is de enig overgebleven vlucht- en aanvoerroute voor de Tsjetsjenen. De achterdeur naar gene zijde van de Kaukasus.

,,Maandag was ik in Sovjetskoje'', vertelt hij. ,,Er is gebrek aan alles. De artsen in het plaatselijke ziekenhuis vertelden me dat ze geen bloedstelpende geneesmiddelen meer hebben, geen steriele gaasjes, zelfs geen aspirine.'' Het bergdorp is overspoeld met duizenden vluchtelingen die in scholen en barakken bivakkeren, in afwachting van transport over de levensweg. ,,Het gaat om vrouwen en kinderen van strijders, die onder geen beding in Russische handen willen vallen'', zegt Tahir.

Zijn eigen vrouw en kinderen zijn bij zijn schoonouders ondergebracht in een dorp dat inmiddels door het Russische leger is bezet. Uit een plastic zak met paspoorten haalt hij een gezinsfoto tevoorschijn. ,,Omdat ik als politiecommandant in Oeroes-Martan heb gewerkt ben ik in Russische ogen automatisch een separatist en dus een terrorist'', zegt hij. Hij kan alleen maar tot Allah bidden dat zijn gezin daar niet voor hoeft te boeten. Het politiebureau is inmiddels ontmanteld, de inhoud van de dossierkasten is veilig begraven, en de agenten zijn verdeeld over de frontlinies. Tahir vertelt dat hij uitverkoren is voor deze taak op grond van zijn ervaring tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog: in 1995 en 1996 reisde hij tussen Lvov in de westelijke Oekraïne en Den Haag als assistent van de Tsjetsjeense vertegenwoordiging aldaar. ,,Ik ben chauffeur van beroep en kocht auto's in Oldenzaal, die ik dan in Lvov met winst verkocht. Dat was de enige manier om ons gezantschap te financieren.''

Tahir heeft een dringende klus: hij moet de evacuatie van de vluchtelingen uit Sovjetskoje organiseren. De uittocht naar Georgië verloopt nu nog druppelsgewijs – in totaal zijn er de afgelopen twee maanden vierduizend vluchtelingen de Kaukasus overgestoken. Knelpunt is het vervoer, want alleen vrachtwagens en jeeps met vierwielaandrijving kunnen het traject afleggen. Tot anderhalf jaar geleden was er zelfs helemaal geen weg van Itoem-Kale naar Sjatili in Georgie, maar die is versneld aangelegd. De laatste zeven kilometer zijn nog in aanbouw, daar staan de bulldozers en de keten van de Tsjetsjeense wegenbouwers.

Zo verbeten als de Tsjetsjenen de levensweg proberen open te houden, zo fanatiek poogt de Russische luchtmacht hem af te snijden. Tahir en talloze vluchtelingen die Georgië hebben bereikt vertellen van bombardementen op alles wat beweegt. De route schijnt bezaaid te liggen met autowrakken, en op 18 november verschenen er drie Russische helikopters boven het grensdorp Sjatili, dat op Georgisch grondgebied ligt. Ze vuurden ongeleide projectielen af in de buurt van de grenspost, hetgeen tot blinde paniek leidde onder de vluchtelingen. De grootste barrière ligt zuidwaarts, bij de Berenpas. Volgens de kaart is deze doorgang op 2676 meter van november tot april ontoegankelijk, maar de winter is dit jaar laat. Georgië heeft begroot dat er voor 150 miljoen dollar een weg voor alle seizoenen kan worden gebouwd, maar dat geld is er niet.

Tahir heeft haast: voordat de levensweg door sneeuw wordt afgesneden wil hij de vluchtelingen van Sovjetskoje eruit hebben. Bij voorkeur in een colonne vrachtwagens, onder de cameralampen van de wereldpers, in de hoop dat de Russische luchtmacht zich dan weet in te houden.

De semi-officiële Tsjetsjeense `ambassadeur' in Georgië, de gezette Hizir Aldamov, bevestigt zijn verhaal. ,,Voor de winter invalt verwacht ik nog zo'n 15.000 extra vluchtelingen in Georgië'', zegt hij, gezeten achter de Tsjetsjeense vlag in een achterafkantoortje in Tbilisi. Aan de muur hangt een portret van de eerste president van Tsjetsjenië, de in 1995 door de Russen gedode Dzjochar Doedajev, geflankeerd door een wolfshond. ,,De levensweg was voor Tsjetsjenië de enige handelsroute, de enige uitweg naar zee'', zegt Aldamov. ,,Maar sinds twee maanden is hij letterlijk van levensbelang; er komen vrouwen en kinderen over die het vege lijf proberen te redden.''

De gang voor de `ambassade' staat vol wachtenden, onder wie de Tsjetsjeense vertegenwoordiger in Denemarken. Want behalve vluchtelingen reizen ook de officiële gezanten van Grozny over het bergpad. Hoesmana Maschadova, de vrouw van president Maschadov, is via deze honderd kilometer lange sluipweg naar Georgië gereisd, net als de Tsjetsjeense delegatie bij de OVSE-top in Istanbul, vorige week. Evenzo heeft Movladi Oedoegov, oud-minister en media-adviseur van krijgsheer-terrorist Sjamil Basajev, via deze weg een bliksembezoek aan Tbilisi afgelegd.

Moskou beschouwt de levensweg als een hinderlijke smokkelroute, waarlangs grote partijen wapens, munitie en uniformen hun weg vinden. Maar Georgië ontkent dat. ,,Hooguit dat er misschien wat handwapens over de Kaukasus worden aangevoerd'', zegt een Georgisch parlementslid, belast met de Tsjetsjeens-Georgische relatie. ,,De rest is propaganda.''

In ieder geval doet de Tsjetsjeense `ambassadeur' in Tbilisi het voorkomen of alle Tsjetsjenen engelen zijn. Hij rijdt een fonkelnieuwe Mercedes met geblindeerde ramen, maar praat intussen over vrouwen die in de vriesnacht op een bergpas miskramen krijgen. Op zijn bureau ligt een met bloedspatten – van rode inkt – besmeurde oproep aan het Westen: ,,Wij huilen om uw onverschilligheid! Wij huilen met ons bloed.''

Dan klinkt het verhaal van Tahir overtuigender. ,,Mevrouw Sadako Ogata van de VN heeft gezegd dat er geen sprake is van een humanitaire catastrofe. Daartegen wil ik protesteren. Ze is niet in het zuiden van Tsjetsjenië geweest. Ik zou haar de kliniek van Sovjetskoje willen laten zien en de duizenden vluchtelingen die daar zijn samengedreven. Als ze de komende weken niet kunnen doorreizen, zitten ze de rest van de winter in de val.''

    • Frank Westerman