`Een schrijver schudt wakker'

De Nigeriaans-Britse schrijver Ben Okri, wiens `Infinite Riches' onlangs vertaald werd, zet zich in voor het spirituele en is een graag geziene gast bij Koningin Beatrix. ``Europeanen'', zegt Okri over het vervolg op zijn succesroman `De hongerende weg', ``denken altijd dat de Afrikaanse geest emotioneel is, sensueel. Maar een groot deel is abstract.''

``Are you interested in reincarnation in art?'' vraagt Ben Okri bars. Onwillig legt hij uit: ``Met reïncarnatie bedoel ik: een kunstwerk dat terugkwam. Haast alle grote werken in de canon van een kunstenaar hebben al eerder geleefd, hetzij in zijn eigen oeuvre, hetzij in dat van een ander. Het is niet mogelijk een groot werk te schrijven dat geen eerder leven geleid heeft.''

We zitten in een Amsterdams hotel en vóór ons ligt een boek met een roodgouden kaft. Het is de Nederlandse editie van Okri's nieuwste roman. Die je inderdaad een reïncarnatie kunt noemen. Want Onmetelijke rijkdom (Infinite Riches, 1998) zou niet bestaan zonder dat andere boek van Ben Okri, het droevige, woedende, knotsgekke, acht jaren oude epos De hongerende weg.

Okri, een Brit met Nigeriaanse roots, verbond hierin het onrecht en het dagelijks lijden in een naamloze derdewereldstad met visoenen van hoop en schoonheid. De liefdevolle observatie van mensen, het zinnelijke vertelplezier en een fabelachtige fantasie maakten van De hongerende weg niet alleen een serieus maar ook een vrolijk boek, een boek om in te wonen. Okri kreeg er in 1991 terecht de Booker Prize voor en het is begrijpelijk dat hij zijn succes wil vasthouden.

Net als in zijn eerste roman na het winnen van de Booker Prize Toverzangen (Songs of Enchantment, 1993) draven in Onmetelijke rijkdom precies dezelfde personages op als in De hongerende weg. De bizarre verteller Azaro, half geest en half mens, is er weer, en Pa, de vechtersbaas en vermetele dromer, en de blinde accordeonist met zijn afschuwelijke muziek, en de hekserige politica Madame Koto in wier bar zich als vanouds de doden en de griezels verzamelen. Alles gaat zijn gruwelijke gangetje maar wat is er met Ben Okri gebeurd? Wat doet hij met zijn zinnelijkheid en zijn waarnemingsgave? Met zijn plastische schildering van sociale nood? Hij maakt ze klein, die kwaliteiten, zo klein dat de zichtbare wereld nog maar amper te zien is. Het zinnelijke verdwijnt achter het bovenzinnelijke, het symbolische vervangt het concrete en woorden als `transformatie' en `mysterie' zweven groot en abstract door het boek.

``Europeanen,'' zegt Okri in het Amerikaans aandoende hotel, ``denken altijd dat de Afrikaanse geest emotioneel is, sensueel. Je weet wel: dansen, drums. Maar een groot deel van de Afrikaanse geest is abstract. Kijk naar de geometrische vormen in de Afrikaanse beeldhouwkunst. Mijn nieuwe roman gaat over dat abstracte aspect van de Afrikaanse geest.''

Ben Okri, veertig, straalt de autoriteit uit van een geestelijk leider, een leraar. Zijn jongste poëziebundel heet Mental Fight en ook de titel van zijn roman klinkt programmatisch. Alsof hij de lezers wil leren hoe ze moeten vechten voor onmetelijke geestelijke rijkdom. Maar Okri meent docerend: ``Ik bèn geen leraar! Een schrijver doceert niet, een schrijver schudt wakker. Een schrijver stimuleert. Openbaart. Helpt. Hij helpt de mensen helder te zien. Onze politici kunnen niet helder zien. Wij zien de politici op wie wij stemmen niet helder. Zo verknoeien wij onze toekomst.''

Snel vraag ik iets concreets. Of Okri een toekomst ziet voor het Nigeria van de nieuwe president Obasanjo? ``Een mens onthult zichzelf na vier, vijf jaar. Laten we zolang wachten. De democratie moet worden aangemoedigd maar laten we voorzichtig zijn. Voorzichtig optimistisch.'' Ik lees een krantenbericht aan hem voor. De kop: `Avondklok in wijk van Lagos'. De uitleg: noodtoestand afgekondigd, wegens etnisch geweld, in de achterbuurt Ajegunle. Okri woonde in Ajegunle; hij schreef er expliciet over in zijn roman Gevaarlijke liefde en impliciet in de rest van zijn werk. Maar hij reageert koel. ``Een avondklok? Dat verbaast mij niets.''

Ben Okri, die ter wereld kwam in de Midden-Nigeriaanse stad Minna en zijn peuterjaren doorbracht in Londen, keerde op schooljongensleeftijd naar zijn geboorteland terug. Net toen de Biafraanse oorlog uitbrak. Zijn vader was lid van een minderheidsstam; hij kon zijn werk in de advocatuur niet meer doen en belandde met zijn gezin in de sloppen van Lagos. Sinds 1980 woont Ben Okri weer in Engeland, waar hij na een periode van honger en letterlijke dakloosheid doorbrak als schrijver. Hoe overleefde hij het getto van Lagos?

Een schamper lachje: ``Langzaamaan accepteer je de omstandigheden. Langzaamaan stel je je verwachtingen bij. En daarom blijven veel mensen arm. Omdat ze niet veel dingen hebben die hen helpen hun verwachtingen naar boven toe bij te stellen. Je verwachtingen naar beneden toe bijstellen is makkelijker. Zo gaan we denken dat we onze ware bestemming niet waard zijn. Onze ware bestemming? Uitzonderlijk zijn! We zijn allemaal mirakels. We kunnen abstract denken, uit onszelf treden, ervan dromen koning te zijn. En we hebben recht op die droom. We hebben de potentie om andere ikken, andere mogelijkheden voor onszelf te scheppen. Alleen gebruiken we die potentie te weinig. We geloven niet in onze fantasie, we geloven niet in de werkelijkheid van onze dromen.''

Vertelt hij deze dingen ook aan de mensen in de getto's? ``Mijn boeken zijn gericht aan iedereen. Want de rijken zijn even arm als de armen rijk zijn. Ik ken veel rijke mensen die mij erg arm lijken.'' Níet erg arm leek hem koningin Beatrix, bij wie hij pas op bezoek was. ``She's an extraordinary lady. We hebben met elkaar gepraat over ons geheime continent. Een continent waar je affiniteit mee hebt maar waar je niet bent geboren. Het geheime continent van de Koningin was Afrika.''

Onmetelijke Rijkdom is opgedragen aan Okri's moeder. Wat voor een vrouw was zij? ``Wil je mij aan het huilen krijgen? Zij was als haar naam: Grace. Zij hield ook tijdens de oorlog het leven in ere. Alles leerde ze mij in de vorm van verhalen. Ik had een droom over mijn mum, niet lang nadat ze heen was gegaan. En zij was erg gelukkig. Ze zei: `Het is hier fijn.' Een andere droom schiet hem te binnen. ``Goethe verscheen aan mij en zei dat ik zijn boeken moest lezen. Ik dacht: `Misschien voelt hij zich eenzaam omdat hij niet meer genoeg wordt gelezen.' Dus beloofde ik hem zijn boeken te lezen. Hij nodigde me uit voor zijn verjaardag in Weimar.'' Analoog aan Goethe zegt Okri: ``Mijn moeder gaf me verbeeldingskracht, mijn vader schonk me het woord.'' De oude heer Okri schonk zijn zoon tevens `logica, filosofie, vrijheid, moed'. ``Veel vaders vertellen hun kinderen dat hun leven verdoemd is. Mìjn vader zei tegen me: `Wees wie je bent. Verras me.''

Een verrassend, nog niet in De hongerende weg voorkomend personage van Onmetelijke rijkdom is een oude vrouw in het bos. Zij legt de verborgen geschiedenis van Afrika vast, `de wiskundige ontdekkingen, de taal van de geesten, het epische dialect van de bomen'. Tegenover de oude vrouw in het bos staat de gouverneur-generaal, die kort voor de onafhankelijkheid van zijn kolonie de officiële, denigrerende geschiedenis van Afrika schrijft. Maar ook hij heeft een moment van verlichting. `Zwevend en in gedachten verzonken,' lezen wij, `schreef hij dat de schepper in den beginne de grote legpuzzel van het mensdom en de menselijke genialiteit onder alle volkeren op aarde had verspreid en dat niet één volk het complete beeld voor zich kon opeisen. Hij schreef: `Pas als alle volkeren van de aarde elkaar ontmoeten, van elkaar leren en elkaar liefhebben, pas dan krijgen we enig idee van dat ontzagwekkende beeld.''

``Later schrapt hij die zinnen,'' zegt Okri, ``maar hij heeft ze tenminste gedacht. En dàt is nou mijn werk: het verzamelen van de goede verworpen gedachten.''

Ben Okri: Onmetelijke rijkdom. Uit het Engels vertaald door Annelies Eulen. Van Gennep, 408 blz. ƒ 49,90. Ook de andere hierboven genoemde Nederlandstalige titels zijn door Van Gennep uitgegeven. De recente gedichtenbundel Mental Fight (68 blz.) verscheen bij Phoenix. ƒ 30,-.

    • Anneriek de Jong