De vliegende schaar

De nieuwe James Bond is uit. Dat brengt de kenners in opwinding, zoals het bericht dat de nieuwe haring binnen is en de nieuwe Beaujolais in de winkels ligt. De critici en de kenners gaan niet naar een willekeurige film kijken, ze gaan de nieuwe 007 proeven, en melden: mals, ronde smaak, ligt niet lekker onder het gehemelte, enz. Voor mij is Bond opgehouden toen Sean Connery door Roger Moore werd vervangen. Ik vertel het om duidelijk te maken dat dit stukje geschreven is door een leek in de Bond-kunde.

The World Is Not Enough heeft een ingewikkeld plot. Het gaat over de aanleg van een oliepijpleiding waarvan de eigenares, wier vader is vermoord, het kapitalistische Westen in moeilijkheden wil brengen. Dezelfde bedoeling wordt gekoesterd door een fanatieke anarchist die er meer uitziet als een communist uit de Koude Oorlog, ontworpen in Hollywood. Hij wil uit een onderzeeboot een plutoniumbom op het kapitalisme lanceren. Het drama begint met een achtervolging op de Thames, waarbij geavanceerde speedboten over, of desnoods dwars door andere schepen varen en pieren en steigers als brandhout achterlaten.De wedstrijd eindigt in een luchtballon met de dood van de achtervolgster. Ik vond het jammer dat ze na een kwartier al uit de film was. Het toneel verplaatst zich dan naar Azerbeidzjan, Kazachstan en Istanboel. Bond komt nog even in een garotte (worgijzer) terecht, maar het loopt goed af. Hij eindigt in bed met een jonge atoomgeleerde die overdag in minirok en tanktopje door de laboratoria gaat.

Bond wordt gespeeld door Pierce Brosnan. Een Sean Connery zal hij nooit worden maar na Roger Moore vond ik hem een grote vooruitgang. Moore had iets van een turnkampioen die pas later aan de dry martini's was gegaan en zo met meer geluk dan wijsheid in de spionage was gerold. Bij Brosnan ziet het eruit alsof het hem is aangewaaid. Als hij bij de achtervolging in de speedboten even onder water moet varen, trekt hij zijn das recht, achteloos. Dat verwacht je van een Bond. Met zijn nek in de garotte raakt hij de kluts kwijt, maar in dit geval, des te beter. En passant leert het publiek hoe dat gruwelijke apparaat werkt.

Het mooie van 007 is, zoals ook niet-kenners weten, een combinatie: van zijn onkwetsbaarheid en de beproevingen waarvoor in iedere film weer nieuwe variaties worden verzonnen. Met zijn onkwetsbaarheid staat hij in dienst van het goede doel en als dat bereikt is, krijgt hij de prinses. Daarvoor hoeft hij niet met haar te trouwen. Iedereen begrijpt dat Bond nooit koning zal worden, want dan is het gedaan met de raceboten, de vliegtuigen en de gevechten met haaien. Mannen die na hun huwelijk met de prinses dit mooie leven niet vaarwel kunnen zeggen, komen in heel andere moeilijkheden. James Bond niet.

De andere attractie van de 007-sage wordt veroorzaakt door de vernuftige apparatuur die erbij tepas komt. Uit Goldfinger herinner ik me de schurk die altijd wint bij het pokeren. Hij doet alsof hij doof is, heeft daarom een dopje in zijn oor, en hij speelt zijn spel alleen aan de rand van zijn zwembad. Op een gaanderij zit zijn handlanger die met een verrekijker in de kaarten van zijn tegenstander kijkt en zijn informatie draadloos aan Goldfinger doorgeeft. En trad niet in dezelfde film een Koreaan met een bolhoed op? Die hoed was zijn wapen. De rand was van vlijmscherp staal. In geval van nood slingerde hij de hoed naar zijn tegenstander die bij een voltreffer onthoofd werd. Van dit soort gadgets heb ik in The World Is Not Enough maar één gezien: een armbandhorloge waarin opgerold een dun, onbreekbaar kabeltje zit. Dat kan, zoals Bond bewijst, goed van pas komen. De vijand bedient zich in een besneeuwd gebied – waarschijnlijk Kazachstan – van een soort ultra lichte vliegtuigjes, gemotoriseerde deltavliegers, die tegelijkertijd motorsleden zijn. Zo'n ding had ik een jaar of vijftig geleden graag willen hebben.

Terwijl ik naar zijn verrichtingen zat te kijken, en naast me een kenner goedkeurend hoorde mompelen, dacht ik plotseling: 007 heeft een Nederlandse voorloper: Dick Bos, de held van Alfred Mazure's stripboekjes. Ik zal met deze ontdekking niet de eerste zijn. Maar het gaat nu om het kennerschap. Je leert onderscheid te maken. De ene bovenmenselijke prestatie is de andere niet. Ieder volgend avontuur wordt door de schare der kenners getoetst op puurheid en de geheimzinnige eigenschap die bij de wijn de afdronk wordt genoemd. Je begrijpt het meteen, of je begrijpt het nooit. Heeft Bos, vroegen we elkaar, deze keer de vliegende schaar nog gebruikt? Nog een nekslag uitgedeeld? En wat zei hij toen? Na zo'n nekslag zeggen ze gewoonlijk niet veel meer. En wat zei Li Hang op het ogenblik dat hij aan commissaris Bruins werd overgedragen? Bos, ik heb je onderschat! Ongeveer hetzelfde zegt de anarchist van de plutoniumbom in het Russisch tegen 007. Je hoeft geen kenner te zijn om te weten dat het in orde is.

    • H.J.A. Hofland