`De 20ste eeuw maakt mij niet somber'

Schrijver Jorge Semprun, oud-communist, is blij dat de tijd van de grote ideologieën voorbij is.

Dat schept intellectuele vrijheid. Zijn Huizinga-lezing geeft hij op 17 december.

Uit zijn laatste boek zou anders kunnen blijken, maar de herinneringen aan Nederland van de schrijver Jorge Semprun (75) zijn niet alleen maar slecht, verzekert hij. ,,Ze zijn juist goed, mijn verblijf in Nederland was een belangrijke periode in mijn adolescentie.'' In Adieu vive clarté (Vaarwel, heldere glans) vertelt Semprun hoe zijn vader, ambassadeur van de Spaanse republiek in Den Haag, op een dag in 1939 verslagen, de bolhoed in de hand, terugkeert naar huis nadat hem op het ministerie van buitenlandse zaken is meegedeeld dat Nederland voortaan het fascistische bewind van Franco erkent. En hoe hij kort daarvoor met zijn vader in de katholieke kerk in de Parkstraat moet aanhoren hoe de priester fulmineert tegen de `goddeloze roden' in Spanje, die nu gelukkig door Franco uit het zadel zijn gelicht.

,,Ik bezocht in Den Haag het gymnasium'', vertelt Semprun, gezeten in de ontvangstsalon van de Parijse uitgeverij Gallimard. Het heeft even geduurd, voordat we in het gebouw een rustig vertrek vonden om te praten. Tijdens de wandeling door de kantoren viel op dat vooral redactrices van de uitgeverij hem opgetogen begroetten: duidelijk een leuke man voor vrouwen. ,,In de tweede was ik zelfs de beste van de klas'', gaat Semprun verder. ,,Ik sprak destijds ook goed Nederlands, al is die kennis later door het Duits verdrongen. U bent van de `NRC'. Staat dat niet voor Nieuwe Rotterdamsche Courant?''

Semprun is nog bezig met het schrijven van de Huizinga-lezing, die hij op 17 december in de Leidse Pieterskerk zal uitspreken. ,,Het moet, al klinkt dat misschien wat pretentieus, een soort balans van de Twintigste Eeuw worden. Ik ben over die eeuw wat minder somber dan sommige anderen. Zeker, hij werd gekenmerkt door talrijke oorlogen en genocide. Maar ook door overwinningen van de democratie en door de emancipatie van de vrouw.''

Een eeuw van vooruitgang dus?

,,Vooruitgang is een moreel begrip, het suggereert dat alles beter is geworden. Maar dat lijkt me niet helemaal zeker. Zeker is alleen dat sommige dingen onomkeerbaar zijn, de industriële revolutie bijvoorbeeld. Misschien hadden de revolutionaire arbeiders die in de vorige eeuw opzettelijk machines kapot maakten wel gelijk, het is mogelijk. Zelf betwijfel ik of de pre-industriële samenleving zo'n idylle was. De kindersterfte was hoog, de vrouwen leefden in slavernij. De meeste mensen kennen nu levensomstandigheden en mogelijkheden tot ontspanning die vroeger waren voorbehouden aan een kleine elite.

,,Maar betekent dat alles nu vooruitgang in moreel opzicht? Is er minder kwaad in de wereld dan voorheen? Zijn de mensen gelukkiger? In ieder geval zijn alle pogingen om het kwaad bij de wortel aan te pakken – de hervormingspogingen van het menselijk ras door fascisme en communisme – in een mislukking geëindigd, en hebben democratie en markteconomie gezegevierd.

,,Aan het einde van de eeuw staan we voor een merkwaardige paradox. Zullen we, na het échec van een revolutionaire verandering van de maatschappij, nu in staat zijn de menselijke soort langs de weg van de bio-technologie radicaal te veranderen? Voor het eerst kan voortplanting buiten de context van de seksualiteit plaatsvinden, en kunnen we bepalen wie het recht heeft zich voort te planten, en wie niet. Maar willen we echt voort met de mensheid op deze basis?''

Jorge Semprun is misschien een aangewezen figuur voor een oordeel over de afgelopen eeuw, omdat zijn leven als weinig andere in het licht heeft gestaan van wat hij de twee voornaamste `drogbeelden' van de eeuw noemt: fascisme en communisme. Bijna al zijn boeken, zowel de meer autobiografische herinneringen als de romans, zijn geënt op zijn persoonlijke geschiedenis.

In 1939, na de definitieve militaire en diplomatieke nederlaag van de wettige republikeinse regering in Spanje, had verder in Den Haag blijven geen zin meer. Dus ging deze telg van de Madrileense haute bourgeoisie met de rest van zijn familie in Franse ballingschap. Daar zou hij de rest van zijn leven blijven wonen, afgezien van een kortstondige carrière als Spaans minister van cultuur rond 1990. Daarna keerde hij terug naar Parijs. Bijna al zijn boeken heeft hij in het Frans geschreven.

Na de Franse nederlaag in 1940 ging Semprun bij het gewapende verzet tegen de Duitsers. In 1943 werd hij door de Duitsers gearresteerd en overgebracht naar kamp Buchenwald – een episode die hij zelf ziet als de sleutel voor zijn denken en zijn werk. Na de bevrijding in 1945 koos hij voor een bestaan als man van de daad: hij werd lid van de Spaanse communistische partij in ballingschap en reisde vanuit Frankrijk talrijke malen onder valse naam naar het franquistische Spanje om daar in het geniep contact te houden met de ondergrondse communistische beweging, en nieuwe partijcellen op te bouwen en te ontwikkelen, onder andere in de kring der studenten.

Semprun bracht het tot lid van het presidium van de Spaanse communistische partij (PCE) maar kreeg een steeds grotere hekel aan de door Moskou gedicteerde richtlijnen voor de Spaanse communisten, die over het algemeen met de werkelijke omstandigheden in Spanje geen verband hielden. Het was Dolores Ibbaruri zelf, de grande dame van de PCE die beter bekend stond als La Passionaria, die in haar ballingsoord Boekarest in 1964 Semprun de uitsluiting uit de partij aanzegde.

Anders dan voor veel andere partijcommunisten was dit voor Jorge Semprun geenszins het einde van de wereld. Al in 1963 had hij zijn eerste roman het licht doen zien, Le grand voyage (De grote reis), over de deportatie naar Buchenwald. De meeste van zijn latere werken staan in het teken van een hartgrondige afkeer van partijdiscipline en ideologieën die de zaligheid beloven – een afkeer die zich menigmaal openbaart als venijnige ironie.

Voor iemand wiens leven intiem verweven is met grote ideologieën en geschiedenis moet het een merkwaardige ervaring zijn, dat – nu die grote ideologieën met de Val van de Muur definitief zijn uitgestorven – het publieke debat plotseling gedomineerd wordt door vraagstukken als de kwaliteit van het uit Engeland geïmporteerde rundvlees.

,,Het lukt me niet altijd om voor zulke vraagstukken passie op te brengen, dat is waar. Toch erken ik dat zulke dingen belangrijk zijn. Ik ben er niet rouwig om dat de grote ideologieën en illusies van het toneel zijn verdwenen. Voor het individu is dat een geluk. Heel lang is het intellectueel engagement gemonopoliseerd en gebruikt door het communisme. De Italiaanse marxist Antonio Gramsci heeft gezegd dat intellectuelen `organisch' moesten zijn, organisch verbonden met de arbeidersklasse was dan de bedoeling. Welnu, intellectuelen kunnen nu met een gerust hart anorganisch zijn, hun eigen weg gaan. Ik kan de standpunten innemen die ik wil, soms heb ik tienduizenden medestanders en soms één. Het maakt niet uit: er is geen ideologie of partij meer die intellectuelen discipline oplegt. Dat is een hele bevrijding.''

Toen u communist was, schreef u niet. Toen u ging schrijven, heeft de PCE U geroyeerd. Was dat toeval?

,,Nee, daarin schuilt logica. In 1945, toen ik uit Buchenwald in Frankrijk terugkeerde, had ik al geprobeerd mijn ervaringen uit het kamp op te schrijven. Ik wilde langs de weg van het schrijversschap tot het leven terugkeren, zoals Robert Antelme of Primo Levi dat hebben gedaan. Maar ik merkte al spoedig dat schrijven voor mij een omgekeerd effect had. Schrijven bracht mij niet tot het leven terug, het verhevigde daarentegen bij mij de herinnering aan de dood.

,,Ik heb toen het schrijversschap verruild voor de politiek, en dáár mijn therapie van gemaakt. In 1962 logeerde ik onder valse naam in Madrid bij iemand, die niet wist wie ik werkelijk was en dat ik in Buchenwald had gezeten, en die mij zijn herinneringen aan Mauthausen vertelde. Toen is het boek dat ik zeventien jaar eerder in de zin had (Le grand voyage, red.) opeens, als vanzelf bij mij opgekomen. Spoedig daarna wilde de partij niet meer van me weten, en ik niet meer van de partij.

,,Wat ik hier zelf mysterieus aan vind, is dat de tijd die het mij gekost heeft om te kunnen gaan schrijven, grofweg gelijk is aan de tijd die het de mensen gekost heeft om naar de herinneringen uit de kampen te willen luisteren. Want kort na '47 werden Levi en Antelme nauwelijks gelezen, vergis u niet.''

U hebt uw kampervaringen voor het laatst in 1964, in l'Écriture ou la vie (Schrijven of leven) te boek gesteld, in autobiografische vorm. Uw enige boek daarna, het eveneens autobiografische Adieu vive clarté draagt een veel luchtiger karakter, met jeugdherinneringen en erotische ervaringen. Is de herinnering aan Buchenwald afgesloten?

,,Ik heb een tijdje gedacht dat l'Écriture ou la vie mijn laatste boek was. Maar sindsdien is de wil tot schrijven teruggekomen, op een andere manier. Inmiddels ben ik aan een nieuw boek met herinneringen begonnen, en ik sluit niet uit dat daarin toch weer de kampervaringen voorkomen.

,,Er komt spoedig een tijd dat er geen directe getuigen van de kampen meer over zullen zijn. Dan zal de herinnering aan de kampen voorgoed plaatsmaken voor de geschiedenis van de kampen. Maar er zijn dingen die alleen de getuigen kunnen vertellen of begrijpen: de geur van de verbrandingsovens bijvoorbeeld. Ik stoor mij vaak aan geschiedenisboeken over dit onderwerp, vooral wanneer ze in het algemeen praten over de kampen zonder acht te slaan op de onderlinge verschillen. Auschwitz en Buchenwald, dat waren werelden van verschil.

,,Ik bewonder Primo Levi zeer, maar ik ben het niet eens met zijn opmerking – die je wel eens meer hoort – dat de echte getuigen allemaal dood zijn en de overlevenden geen goede getuigen zijn. `De echte getuigen hebben in de kampen de dood gevonden, wij die er over kunnen vertellen zijn slechts degenen die hebben overleefd, omdat we geluk hebben gehad, of omdat we ons oneerlijk hebben gedragen' - zoiets heeft Levi geschreven.

,,Een dergelijke opvatting komt gevaarlijk dicht in de buurt van de redeneringen der negationisten (lieden die het bestaan van de Nazi-vernietigingskampen ontkennen, red.). Ik vind dat een soort historische deconstructie, om een moderne term te gebruiken.''

Misschien wordt die redenering, bij Levi bijvoorbeeld, ingegeven door schuldgevoel, als een van weinigen te hebben overleefd.

,,Schuldgevoel heb ik nooit gehad, maar dat komt misschien omdat ik geen jood ben. Dat is nog iets merkwaardigs aan de herinnering aan de kampen: terwijl er na de oorlog lange tijd weinig aandacht is besteed aan de joden in de kampen, lijkt het nu soms alsof daar alleen maar joden zaten. Ik was een van de tienduizenden politieke gevangenen. Velen van ons zijn gestorven, door dwangarbeid of ondervoeding enz. Maar wij hoefden niet naar de gaskamers.

,,En wat voor onze emoties achteraf misschien bepalend is, is dat wij niet massaal naar het kamp waren gedeporteerd. Ik kan wel begrijpen dat als je met je hele gezin, of zelfs – zoals joden in Centraal-Europa overkwam – met je hele dorp was gedeporteerd en aan de ingang stond een man die besliste dat iedereen naar de gaskamer moest, maar dat jij nog sterk genoeg was om te werken, je je achteraf afvraagt `waarom ik?'''

U hebt in uw leven het genoegen gesmaakt dat Spanje, na de dood van Franco in 1975, van een fascistische dictatuur weer een democratisch land werd. De vredige en constructieve wijze waarop die overgang is verlopen is achteraf des te opmerkelijker, als je ziet hoeveel moeite de ex-communistische landen sinds 1989 hebben, de weg naar de democratie te hervinden – Joegoslavië voorop. Hoe valt dit verschil te verklaren?

,,Het is makkelijker om van een fascistisch systeem als in Spanje over te gaan naar democratie, dan van een communistisch systeem. Dat komt omdat de communistische systemen radicaal een eind probeerden te maken aan de civiele samenleving. Die komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de markteconomie, een complex systeem dat ook een zekere vrije keuze voor het individu impliceert.

,,Franco heeft die markteconomie goeddeels intact gelaten. Daarom hadden wij het in Spanje makkelijker om terug te keren tot democratische verhoudingen: er zijn landen met een markteconomie die onder een dictatuur hebben gezucht. Maar er is nog nooit een democratie ontstaan, zonder dat aan de basis daarvan de markteconomie lag.''

Semprun is buitengewoon positief gestemd over het hedendaagse Spanje, ,,een jong en levendig land, waar voor het eerst in deze eeuw de politieke confrontatie zich afspeelt waar hij hoort: in krantenkolommen, in het parlement''. Ten aanzien van de Nazi-kampen moge hij een pleitbezorger van de herinnering zijn, in de Spaanse context vindt hij het niet zonder meer nodig alles maar steeds op te rakelen: ,,De basis voor het succes van Spanje is ook gelegen in collectief geheugenverlies en in algemene amnestie. Niemand is in Spanje vervolgd omdat hij onder Franco gezagsdrager, rechter of smeris was.''

Hoe staat u tegenover pogingen uit Spanje om de voormalige Chileense dictator Pinochet voor de rechter te brengen?

,,Ik twijfel. Het stemt natuurlijk tot vreugde dat er geen immuniteit bestaat voor misdaden tegen de mensheid, ook niet voor ex-dictators. Maar aan de andere kant stel ik me voor: als Franco – wat volkomen ondenkbaar was – nu eens zelf de overgang van de dictatuur naar de democratie in gang had gezet? En als er dan jaren later tegen hem een strafrechtelijke procedure was ingezet die tot een herleving van de burgeroorlog had kunnen leiden? Had dat dan de moeite geloond?''

Wie uw boeken achter elkaar leest, kan steeds moeilijker onthouden welke herinnering in welk boek te vinden is. U springt als auteur heen en weer in de tijd, en associeert soms heel ongelijksoortige ervaringen. Dat wekt de indruk van grote continuïteit en geleidelijkheid in uw ervaringen, terwijl uw leven op het eerste gezicht toch door allerlei snijdende gebeurtenissen gekenmerkt lijkt: ballingschap, deportatie, royement uit de partij, etc.

,,Ik weet zelf soms ook niet meer in welk boek ik wat heb verteld, vooral voor wat betreft de autobiografische boeken. Ik herneem ook soms herinneringen en vertel ze dan weer op een andere manier. Ik zie mijn leven als een geleidelijke rijping, waarbinnen ik keuzes heb gemaakt. Mijn bestaan is bepaald geweest door een soort historisch noodlot, waarin ik geprobeerd heb mijn persoonlijke handtekening achter te laten.''

In Nederlandse vertaling zijn van Jorge Semprun beschikbaar de roman De grote reis, en Vaarwel heldere glans (beide uitgegeven bij Meulenhoff), alsmede de roman Wat een mooie zondag (bij de Geus).

In het Frans is al zijn werk beschikbaar in de pocketreeksen Folio en Pockets du Seuil.

    • Raymond van den Boogaard