Brussel wil harmonisatie spoorsystemen in de EU

Internationale goederentreinen halen in Europa slechts een gemiddelde snelheid van tegen de zeventien kilometer per uur.

Die traagheid is het gevolg van de lappendeken van spoorsystemen in Europa. Bovendien bestaat de Europese Unie van de interne markt niet voor het goederenvervoer per trein: aan iedere Europese binnengrens moeten de treinwagons ongeveer een uur wachten op afhandeling van allerlei formaliteiten.

Deze gegevens staan in een werkdocument dat Europees commissaris Loyola de Palacio heeft opgesteld op verzoek van de ministers van Transport van de EU. Zij vindt dat het hoog tijd is dat de spoorwegen binnen de EU gaan harmoniseren.

Daardoor kan het goederenvervoer per spoor sneller en aantrekkelijker worden. Het aandeel van de Europese spoorwegen in het goederenvervoer is teruggelopen van 32 procent in 1970 tot minder dan 13 procent op dit ogenblik.

De Palacio wil dat er een trans-Europees netwerk voor goederenvervoer per spoor komt. Tot dat netwerk waarop goederentreinen minder last van hindernissen zouden moeten hebben, moeten alle belangrijke Europese spoorlijnen behoren.

Alle ondernemingen voor spoorvervoer zouden ,,niet-disciminerende'' kosten voor het gebruik van deze infrastructuur in rekening gebracht moeten worden.

Het passeren van een Europese grens met een goederentrein kost op het ogenblik een uur omdat het volgende moet gebeuren:

het wisselen van locomotief

het schrijven van een document over het remsysteem

het wisselen van het treinpersoneel

het technisch controleren van de wagons

het controleren van gevaarlijke stoffen

het controleren van de vervoersdocumenten

het veranderen van de samenstelling van een trein

het van etiketten voorzien van de wagons

het opstellen van een zogenoemd RIV-document

het wisselen van de achterlichten

het wisselen van de assen (bij sommige grensposten, zoals tussen Frankrijk en Spanje)

Volgens Eurocommissaris De Palacio zijn de kosten van het goederenvervoer per trein onnodig hoog omdat de spoorwegen in de Europese landen vele uiteenlopende systemen gebruiken. Zo zijn er in Europa :

vijf verschillende afstanden tussen de rails, die variëren van 1435 tot 1668 millimeter

vijf verschillende maximale belastingen van de assen, variërend van 18,8 tot 25,5 ton

zeventien verschillende beveiligingssystemen, waarbij sommige landen (o.a. Frankrijk) meerdere systemen tegelijk hebben

vijf verschillende electrificatiesystemen

vier verschillende maximum-hoogtes van de goederenwagons.

Bovendien rijden de treinen in sommige landen links, in andere rechts en in weer andere zowel links als rechts.

Ook het gebruik van de noodrem loopt uiteen, de betekenis van beveiligingssignalen is niet in ieder land hetzelfde, de wetgeving over zaken als veiligheid en toegestane geluidshinder verschillen per land, terwijl ook de eisen die aan het spoorwegpersoneel worden gesteld, uiteenlopen.

    • Ben van der Velden