Briljant en omstreden chef-econoom

Joseph Stiglitz (56), de chef-econoom van de Wereldbank, kondigde gisteren aan zijn post vroegtijdig te verlaten om zich vrij te kunnen uiten, en uit zorg over de lage onderzoeksbudgetten voor armoedebestrijding.

Als auto's telkens op dezelfde plek van een weg uit de bocht vliegen, moet er dringend iets aan de constructie van de weg veranderen. Zo redeneerde Joseph Stiglitz toen in 1997-98 het ene land na het andere in Oost- en Zuidoost-Azië in een diepe financiële crisis belandde. Dit was geen eenmalige ontsporing, maar een structureel verschijnsel. De oorzaak, meende Stiglitz, was niet gelegen in een plotselinge opwelling van financiële corruptie die het `Aziatische wonder' onderuit had gehaald, maar in het flitskapitaal dat zich dank zij de liberalisatie van de kapitaalmarkten massaal uit Azië kon terugtrekken.

Joe Stiglitz, die deze week bekendmaakte dat hij vroegtijdig vertrekt als chief economist van de Wereldbank, is een even briljante als omstreden econoom.Volgens Sweder van Wijnbergen, die deze eigenschappen met hem gemeen heeft, verdient hij de Nobelprijs voor de economie. De 56-jarige oud-hoogleraar van Stanford University en oud-voorzitter van de Raad van economische adviseurs van president Clinton heeft de afgelopen tweeënhalf jaar voornamelijk controversiële uitspraken gedaan over het beleid van de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds. Daarmee heeft hij zich bij deze instellingen niet bepaald populair gemaakt. Stiglitz wekte niet de indruk dat hem dit iets kon schelen.

Volgens de Washingtonse geruchtenmachine was het ontslag van Stiglitz een eis die de Amerikaanse minister van Financiën, Larry Summers, gesteld zou hebben aan de herbenoeming van James Wolfensohn als president van de Werelbank. Wolfensohn viel afgelopen september tijdens de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank zijn chef-econoom al openlijk af. Stiglitz werd toen nog gedoogd als een criticus, maar invloed op het beleid van de Wereldbank had hij niet meer.

De topeconoom verkondigde vrijwel uitsluitend meningen die ingingen tegen de `Washington consensus' over het gewenste economische beleid van ontwikkelingslanden. Hij had niets op met de orthodoxie van lage inflatie en lage begrotingstekorten. Stiglitz bekritiseerde de druk van het IMF op ontwikkelingslanden om het (korte) kapitaalverkeer te liberaliseren. Dat had deze landen kwetsbaar gemaakt voor de grillige bewegingen van het internationale flitskapitaal. Hij zette ook vraagtekens bij renteverhogingen als middel om de Aziatische munten te stabiliseren. Volgens hem leidden renteverhogingen in Azië juist tot verdere koersdalingen en nodeloze verscherping van de economische crisis. Ook het IMF-beleid ten aanzien van Rusland bekritiseerde hij fel. Deze zomer zei hij cynisch dat het IMF in zijn beleid ,,een overmatige nadruk op schoolboeken-economie'' had gelegd. De Wereldbank distantieerde zich steeds meer van de uitspraken van Stiglitz. Toch hebben ze hun effect niet gemist.

Achteraf bezien wordt in brede kring erkend dat er in Washington ten aanzien van Azië en vooral Rusland ernstige beleidsfouten zijn gemaakt. Stiglitz gaat terug naar Stanford, en de Wereldbank moet het doen zonder een lastige, maar briljante luis in de pels. Stiglitz verlangde naar vrijheid om zijn mening te kunnen geven en maakte zich zorgen over de lage onderzoeksbegrotingen voor ontwikkeling en armoedebestrijding.

    • Roel Janssen