Het nieuws van 26 november 1999

HET AIDSVIRUS

Aids (acquired immune deficiency syndrome) wordt veroorzaakt door een virus, het kleinst bekende organisme, dat niet meer is dan een pakketje genetisch materiaal. Het HIV (human immunodeficiency virus) is een zogeheten retrovirus. Zulke virussen hebben hun genetisch materiaal gevat in een enkelvoudige streng RNA (ribonucleïnezuur). Als HIV een menselijke cel besmet, wordt dit enkelstrengs-RNA omgezet in een dubbelstrengs-DNA (deoxyribonucleïnezuur). Dit wordt vervolgens ingebracht in het DNA van de menselijke cel, waarna de cel duizenden nieuwe virussen gaat produceren.

Binding Als HIV in de bloedbaan is gekomen, bindt het zich aan een bepaalde soort T-lymphocyten (witte bloedlichaampjes): de CD4-lymfocyten. Witte bloedlichaampjes maken deel uit van het afweersysteem, en als deze besmet raken ontstaat een defect in dit systeem. De manteleiwitten van het virus binden zich aan receptoren van de cel.

Binnenkomst Als het virus is binnengedrongen in de cel wordt het virale RNA door het enzym DNA-polymerase omgezet in een DNA-streng. Het enzym reverse transcriptase maakt daarna de tweede DNA-streng, zodat een zogeheten dubbele helix ontstaat: twee in elkaargedraaide DNA-strengen. Het RNA wordt vervolgens afgebroken door RNAse-H.

DNA-integratie Het enzym integrase `knipt' daarna het menselijk DNA in de celkern open. Het virale DNA wordt dan geïntegreerd in het menselijk DNA.

Replicatie De besmette cel maakt nu zogeheten boodschapper-RNA's (mRNA, kopieën van het eigen erfelijk materiaal) en ook viraal RNA aan. De mRNA's verlaten vervolgens de celkern. De cel maakt op basis van de mRNA-codes eiwitten aan, waaronder virale eiwitten. De menselijke cel is een `fabriekje' dat nieuwe virussen maakt.

Samenvoeging De virale eiwitten en het virale RNA worden samengevoegd en maken zich aan de rand van de celwand klaar de cel te verlaten.

Nieuw virus De celwand barst open en een nieuw virusdeeltje verlaat de cel. Het virus kan nu nog geen andere cellen besmetten; eerst moeten de virale eiwitten gestructureerd worden door het enzym protease. Pas daarna is het virus `volwassen'.

ONDERZOEKEN

Behandelende artsen onderstrepen zonder uitzondering dat meer onderzoek naar kinderen met aids nodig is. Nederland loopt internationaal gezien voorop, onder meer bij het onderzoek naar farmacokinetiek, de studie naar de opname van medicatie in het bloed. Tot nog toe is weinig bekend over de dosering van medicijnen voor kinderen; duidelijk is echter wél dat de opname in het bloed wezenlijk anders verloopt dan bij volwassenen en dat onjuiste dosering kan leiden tot resistentie voor het toegediende geneesmiddel. Financiering van onderzoek naar kinderen met aids komt echter moeizaam tot stand. Het ministerie van VWS stelt minder geld beschikbaar dan voorheen en het geld dat er is, gaat vooral naar onderzoek naar volwassen aidspatiënten, klagen de kinderartsen. Annemarie van Rossum, die vanaf 1997 landelijk onderzoek op onder meer farmacokinetisch gebied verricht, vat het dilemma als volgt samen: ,,Instanties als het Aidsfonds beschouwen mijn onderzoek als een medicijnstudie, die betaald zou moeten worden door de farmaceutische industrie. Maar voor de farmaceuten is de doelgroep te klein en de dosering te laag om mijn onderzoek economisch interessant te maken.'' Onderzoek naar de behandeling van aidskinderen in Afrika is economisch helemaal onrealiseerbaar. Een mogelijke uitweg uit de financiële impasse zou een ambassadeur van buitenaf kunnen bieden, denkt kinderarts Ronald de Groot. Een persoon van nationaal aanzien uit het bedrijfsleven of de politiek zou de vier betrokken partijen op één lijn moeten brengen; wie weet wat er mogelijk is op onderzoeksgebied naar aidskinderen als de nationale en internationale overheden, de wetenschap en de farmaceutische industrie de handen ineenslaan.