Zwaar werk voor idealisten

De overspannen arbeidsmarkt veroorzaakt overal problemen. Wie lost ze op? Deel twee van een serie: de school.

Directeur R. Rom van basisschool De Ploegschaar in Purmerend is ,,al lang blij'' dat hij dit schooljaar voor elke klas één leraar heeft gevonden. Sinds september zoekt hij nog een leerkracht voor 2,5 dagen per week. Verder heeft hij iemand nodig die twee dagen per week met de laagste klassen werkt. In de ontruimde lerarenkamer. Want hij heeft wel geld gekregen om personeel in te zetten voor kleinere klassen, maar geen lokalen.

Alle scholen in de Randstad voelen al een jaar of twee de gevolgen van het lerarentekort. Vacatures vullen is lastig, invallers organiseren voor adv-dagen is lastiger en vervangers zoeken als een leraar ziek wordt, is ,,helemaal een crime'', volgens Rom. Dat geldt voor zijn ,,zeer gemiddelde, zeer gemêleerde, zeer gezonde school'' en nog sterker voor speciale scholen en scholen in grote steden.

Beter zal het niet worden. De komende vier jaar zijn volgens de IVA in Tilburg zo'n 19.370 nieuwe leraren nodig op basisscholen en ongeveer 13.500 op middelbare scholen. In die periode zullen de Pabo's maar 20 procent van het nodige aantal leraren leveren, verwacht het IVA, en vanaf 2002 nog maar tien procent. De overige leraren moeten komen uit de groep die nu een uitkering heeft of de `herintreders', die hun onderwijsdiploma nu niet gebruiken. De lerarenopleiding voor middelbare scholen zal 21.000 studenten afleveren, maar volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau koos 60 procent van hen de afgelopen paar jaar niet voor het leraarsvak.

Het lerarentekort leidt niet alleen tot te weinig lessen en overwerkte collega's. Het ondermijnt elke vernieuwing die Den Haag de afgelopen vijf jaar heeft willen invoeren op scholen: de basisvorming, het studiehuis, de fusie van mavo en vbo, de klassenverkleining op basisscholen en de integratie van minder begaafde leerlingen. Die vernieuwingen staan of vallen bij de inzet van leraren. Voor elke eis die de inspectie stelt – veel individuele aandacht en oog voor verschillen in leertempo – zijn voldoende goedgeschoolde leraren ook een voorwaarde.

De oorzaken voor het tekort zijn divers. Zo'n 87.000 leraren gaan de komende tien jaar met pensioen of verlaten het beroep omdat ze ergens anders met minder inspanningen meer kunnen verdienen. Te weinig studenten en schoolverlaters willen hen opvolgen. Twee oorzaken liggen niet bij de arbeidsmarkt: er is een hausse in het aantal leerlingen en de klassen op basisscholen worden verkleind. Bovendien kregen leraren in het verleden in plaats van een hoger salaris adv-dagen toebedeeld. Voor een voltijdsleraar loopt dat op tot 15 dagen per jaar. Op die dagen moet iemand anders voor de klas staan.

Het onderwijs is beland in een vicieuze cirkel: alle aandacht die wordt besteed aan de oorzaken voor het tekort, zoals de grote werkdruk, tast het imago van het beroep aan. De kans dat mensen dan opeens wel voor het vak kiezen, lijkt gering. Reden voor het ministerie van Onderwijs om sinds kort wervingsspotjes uitte zenden. De meeste leraren herkennen weinig in de campagne. Er is één lichtpunt: overal in het land keren gepensioneerde leraren terug voor de klas, uit idealisme. Dit geldt met name voor klassieke talen en technische praktijkvakken.

Toch gaat het niet alleen om imago. Een leraar op een basisschool verdient na tien jaar voor de klas 4.656 gulden bruto per maand, op een middelbare school ontvangt hij na die periode 5.039 gulden per maand met een HBO-opleiding en maandelijks 6.484 gulden als hij een universitair diploma heeft. Werknemers met een vergelijkbaar diploma verdienen in een bedrijf veel meer.

Daarnaast is het werk zwaar. Een voltijds leraar staat ruim vijf uur per dag voor de klas, vaak met ruim 25 leerlingen. Die eisen meer aandacht dan de leerling van vroeger, vervelen zich snel en zijn gewend om te onderhandelen over regels en cijfers. Vaak kijken veeleisende ouders mee over hun schouder. En dan zijn er de inhoudelijke vernieuwingen die de leraar moet invoeren.

Op scholen waar de meerderheid van de leerlingen allochtoon is, staat het werk te boek als nog zwaarder. De klassen zijn kleiner, maar veel kinderen spreken geen Nederlands als ze op hun vierde de klas in wandelen. Die taalachterstand achtervolgt hen jarenlang, ook bij andere schoolvakken. Op sommige scholen zijn de leraren bang voor geweld.

Ilse Hendrikse werkte tweeënhalf jaar op een `zwarte' basisschool in Amsterdam-Oost, met plezier. Toch greep ze dit jaar de kans om over te stappen op een baan in haar woonplaats Uitgeest, dankzij de krappe arbeidsmarkt. De bewindslieden voor onderwijs trokken onlangs 30 miljoen gulden uit om leraren te trekken naar `zwarte scholen'. Hendrikse denkt niet dat een hoger salaris haar in Amsterdam-Oost had gehouden. Ze vindt dat álle leraren meer moeten verdienen. ,,Maar ook hier in Uitgeest is het werk zwaar. Ik heb een klas van 30 leerlingen en de ouders stellen meer eisen dan die op mijn vorige school.''

Het moet uit de lengte of de breedte. Reden voor steeds meer basisscholen om een vierdaagse week in te voeren. Om de week hebben de laagste klassen een dag vrij.

    • Frederiek Weeda