Voor thuismachinisten en andere treinfanaten

Liefhebbers van treininterieurs moeten naar Utrecht: daar zijn tal van treinspullen te koop, van bagagerekken tot servies en van champagnekoelers tot alarmknoppen.

Eén van de bezwaren van treinreizen, voor treinliefhebbers althans, is hun eindigheid: na verloop van tijd ben je te B. Gelukkig valt daar iets aan te doen, met de nadruk op iets, en dan vooral voor de railtransportafficionados die het voorbijtrekkende landschap maar bijzaak vinden. Dat is het natuurlijk ook, want vanuit een auto zie je vaak iets soortgelijks en vanaf een fiets is het uitzicht veel ruimer.

Maar voor een met rood corduroy overtrokken eersteklas bank en een formica wandtafeltje met een gietijzeren kieperbare prullenbak eronder kun je nu eenmaal alleen terecht in een trein. Reizen per schip, vliegtuig of auto is ook zinloos als je af en toe aan een noodrem wilt trekken. Maar wie uit nostalgische of andere overwegingen een NS-prullenbak uit 1966 wil of boven de bank een touwbespannen NS-bagagerek uit 1929 of op tafel een zilveren champagnekoeler uit de Oriënt Express, kan nu zelfs in een trein niet meer terecht. De oplossing: thuis een kamer ter grootte van een treincoupé vrijmaken en volgende week naar de treinspullenbeurs in de hal van het Centraal Station van Utrecht gaan. De huiscoupé in wording kan uitstekend naast de keuken worden ingericht, want op de beurs zijn onder meer een paar 73 jaar oude eikenhouten keukendeuren met matglas en koperbeslag uit de Oriënt Express te koop. Te midden van hoge stapels kratten vol noodremmen, mosterdpotjes, seinpaalglazen en nog een paar honderd onmisbare artikelen voor treinreizigers die nooit willen arriveren, verduidelijkt organisator Thars Bennis wat hem en zijn vrouw al dertig jaar gaande houdt bij het verzamelen.

In essentie is het volgens hem een spoorvirus waarmee hij bij het uitpakken van zijn eerste speelgoedtrein besmet raakte; en omdat genezing uitbleef, ontstond het idee een museum op te richten over tachtig jaar eten, drinken en slapen in Europese treinen. Van alles heeft het Train Catering Museum i.o. maar een exemplaar of drie nodig, reservecollectie inbegrepen. Alles wat overcompleet is, gaat in de verkoop.

,,Hier, een peper- en zoutstelletje uit de Trans Europe Express. Is verder nergens te koop – wij hebben er veertien van. Voor tien gulden. Die reisden jarenlang dagelijks van Amsterdam naar Basel, het enige treintraject ter wereld waarmee je in één dag door vijf landen komt. Hier, remkranen.'' Remkranen? Wie wil die nou? Typische lekenvraag. Iedere insider weet dat sommige treinlijders aan een indoorcoupé niet genoeg hebben en thuis een complete bestuurderscabine willen inrichten. Bennis pakt een voltmetertje en legt uit dat de machinist-simulanten normaliter achter het dashboard een trafo installeren om de meter correct te laten uitslaan. De rode, ronde knop, die echte treinbestuurders moeten indrukken wanneer ze een bepaald belsignaal horen, doet het bij de thuisbestuurders ook, met als verschil dat ze de straf op verzuim facultatief mogen invullen.

Drie dagen later, kort voordat Bennis paraat zou zijn om een paar laatste vragen te beantwoorden, stuurt hij een fax: `Ben als een speer naar Zwitserland vertrokken voor zilveren bestek et cetera uit de jaren vijftig.' Dat heeft hij dus gevonden, maar hij zoekt nog een sponsor (richtbedrag: vijf ton) die wil helpen bij de inrichting van een oude trein of een deel van een dito spoorstation als laatste halteplaats voor zijn tienduizend mosterdpotjes, roomkannetjes, dekens, nachtkastjes, tafelkleden met Rheingold monogram, Oriënt Express borden met gouden rand en papieren TEE servetjes. Et cetera.

    • Michiel Hegener