Vatbaar voor processen

Iemand met aids bedreigen is strafbaar. Maar wat moet het strafrecht met de besmetting zelf? En wanneer kan een aidstest worden verplicht? Het zijn lastige juridische vragen.

AIDS IS `DE MEEST voor rechtsgeschillen vatbare ziekte in de geschiedenis' genoemd. Dat was in de Verenigde Staten waar men in het algemeen de gang naar de rechter niet schuwt. Toch is er een duidelijke aanleiding voor deze diagnose. Aids stimuleert als weinig andere aandoeningen de menselijke neiging de bron van alle kwaad bij anderen (drugsgebruikers, homoseksuelen, vreemdelingen) te zoeken: minderheidsgroepen. Discriminatie steekt al gauw de kop op waar aids verschijnt.

De Nederlandse grondwet kent een discriminatieverbod. Dit zegt dat ,,gelijke gevallen gelijk worden behandeld''. Onderscheid met een goede reden mag dus met andere woorden wél. Vooral de verplichte aids-test is inzet van strijd geweest. In het buitenland is zo'n test ingevoerd voor bijvoorbeeld gevangenen en operatiepatiënten. Ook vreemdelingen, zoals studenten uit Afrika, hebben ermee te maken gekregen.

Nederland moet daar niets van hebben. Uitgangspunt is dat alleen wordt getest bij medische indicatie en met instemming van de betrokkene. Dwang en drang kunnen zelfs contraproductief werken, waarschuwde de regering al in een vroeg stadium. Dit standpunt liet wel enige vragen open. Mogen verzekeraars informeren naar seksuele voorkeur of riskant gedrag en zo nodig een test eisen? Van de verzekeraars kan niet worden verwacht dat zij een `brandend huis verzekeren'. Het risico is niet denkbeeldig dat iemand die heeft ontdekt dat hij seropositief is, nog snel een levens- of arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluit.

Aan de andere kant zijn gegevens over seksuele voorkeur privacygevoelig en grondwettelijk extra beschermd. Het grondwettelijk recht op de onaantastbaarheid van het lichaam eist bovendien een solide wettelijke basis voor onvrijwillige tests. De assurantiebranche heeft een uitweg uit het dilemma gevonden door een moratorium af te kondigen op aids-tests (en genetisch onderzoek) bij levensverzekeringen onder een bedrag van drie ton.

Het is verder een vrij algemene stelregel dat onderzoek naar seropositiviteit niet thuishoort in een aanstellingskeuring, aangezien het besmetttingsgevaar op de gemiddelde werkplek nihil is.

Een verklaring voor het moratorium is mede dat aids van oorsprong een onbehandelbare ziekte is. Dat maakt het wreed iemand tegen zijn wil met de kennis van besmetting te belasten.

Het is vast beleid bij bloedbanken om bloeddonoren die zich niet willen laten testen, te weigeren. Personen uit risicogroepen wordt gevraagd af te zien van bloeddonatie. De overheid heeft schadevergoeding betaald aan hemofiliepatiënten die in de periode 1979-1985 besmet raakten nadat de Nationale Ombudsman had vastgesteld dat de overheid steken had laten vallen in het toezicht op donorbloed. De precieze juridische productaansprakelijkheid werd niet vastgesteld.

Een verplichte aids-test werd in 1993 wel geaccepteerd door de Hoge Raad. Het betrof de eis van een vrouw die tweemaal was verkracht onder bedreiging met een pistool, dat de dader zich zou laten testen. Zijn belang bij weigering woog niet op tegen haar belang bij uitsluitsel.

Dit was een civiel geding. Politie en justitie hebben geen bevoegdheid een aidstest op te leggen. Een commissie heeft vorig jaar de regering geadviseerd deze mogelijkheid alsnog bij wet in te voeren in gevallen waarin een verdenking bestaat van strafbare besmetting met HIV.

De strafbaarheid van aidsbesmetting vormt een juridische hamvraag. Als het gaat om ongelukken of onvoorzichtigheid is er voor het strafrecht alleen theoretisch een functie. Tot een strafvervolging zal het doorgaans niet komen. Een eis tot civiele schadevergoeding op basis van de algemene maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm ligt dan meer in de lijn.

Een praktische barrière is dat het medisch beroepsgeheim artsen verhindert partners te waarschuwen als een HIV-patiënt dat niet wil. De dokter moet natuurlijk wel aandringen bij zijn patiënt. Maar uiteindelijk weegt zijn beroepsgeheim het zwaarst wegens het algemeen maatschappelijk belang dat seropositieven niet worden afgeschrikt medische hulp te zoeken.

Het strafrecht komt in beeld als HIV-besmetting bewust wordt gebruikt als een wapen. Er zijn verschillende veroordelingen uitgesproken voor bedreiging met aids. Daadwerkelijke besmetting van een ander is daarvoor niet vereist. Voldoende is dat deze geloofwaardig een doodschrik wordt aangejaagd. Dat laat de vraag open wat het strafrecht aan moet met de besmetting zelf. De afloop staat immers niet vast.

Iemand een ernstige ziekte bezorgen geldt als zware mishandeling. Maar het risico van een dodelijke afloop leidt er volgens sommige deskundigen toe dat ook gesproken kan worden van poging tot moord. Een probleem is het bewijs van een oorzakelijk verband: het uitsluiten dat andere vrijers in het spel zijn geweest. In mei kwam een testcase voor de rechtbank te Maastricht. De zaak heeft betrekking op een vrouw uit Heerlen die haar (ex-)man beschuldigt te hebben gelogen over zijn HIV-besmetting. De afloop is nog onbekend, de zaak is aangehouden voor nader onderzoek.

    • F. Kuitenbrouwer