Sporen op grote hoogten

Bergmeren, watervallen, koeien en besneeuwde toppen: wie van driedimensionale natuurfilms houdt, dient een treinreis door Zwitserland in overweging te nemen. Aan boord van de Rhône-Express, de Glacier Express en de Golden Express ontdek je waar al die kalenders en legpuzzels met chalet en bergwei worden gemaakt. Een reisverslag.

Als ik superrijk was of gepensioneerd zou ik een eeuwigdurend treinkaartje eerste klas kopen en de wereld per spoor gaan verkennen. Te beginnen bij Zwitserland, modelspoorlandschap op ware grootte. Ik zou bergen beklimmen per tandradbaan en per Express de diepste kloven oversteken. Ik zou overnachten in een veelsterren-hotel aan de voet van de Matterhorn, verrekijker binnen handbereik. Of een kamer met balkon boeken aan het meer van Genève, flaneren langs de quai du Mont Blanc en tegen borreltijd een assiette anglaise nuttigen in hotel Beaurivage.

Gemiddeld bedeeld en nog lang niet met pensioen zal ik me in een paar dagen moeten uitleven. Als ik vier lange dagen in de trein ga zitten, zo reken ik uit, kan ik met de Rhône-Express van Genève naar Zermatt, met de Glacier Express naar St. Moritz en met de Crystal Panoramic Express terug naar het westen. De Wilhelm Tell Express, de Bernina Express en de Lago Maggiore/ Centovalli Express zullen moeten wachten tot na mijn pensionering.

De tocht van Genève naar Visp - langs het gelijknamige meer en de Rhône - is mooi, maar je kúnt er een boek bij lezen. Na Visp, vanwaar een tandradbaantje zich piepend en knarsend richting Zermatt begeeft, wordt de wereld zo adembenemend dat alleen natuurbarbaren nog tot lezen in staat zijn. Onder een krakendblauwe hemel klimt het treintje langs kloven en bergrivieren, langs groentetuintjes en geraniums, naar het duizend meter hoger gelegen Zermatt. We komen langs Visperterminen, waar de hoogste wijngaarden van Europa gelegen zijn; langs Randa, waar een gigantische berg stenen herinnert aan de lawines die hier in het voorjaar van 1991 naar beneden kwamen; Empt, het steilste dorp van het kanton Wallis en alleen per kabelbaan bereikbaar. We passeren stationnetjes die qua omvang en rentabiliteit beter op hun plaats zouden zijn in een modelspoorlandschap.

Wie hogerop wil, kan vanaf Zermatt (1.605m) met 15 km/u naar de Gornergrat (3.135m). Binnen een kwartier wordt de trein - in 1898 de eerste elektrische tandradbaan van Zwitserland - omsloten door besneeuwde toppen en doodse stilte. Bij Riffelalp (2.210m) ligt de eerste voorzichtige sneeuw. Hier lag tot 1961 een van de hoogste spoorlijntjes van Europa, speciaal aangelegd voor de gasten van het sjieke hotel Riffelalp. Het hotel brandde in dat jaar af en wordt nu herbouwd.

Stap even uit in Rotenboden (2.815m), ga op een bankje zitten en laat je verpletteren door het uitzicht: vanaf hier zijn 29 van de 34 toppen te zien die hoger zijn dan 4.000m, zoals de Monte Rosa, de Weisshorn, de Rimpfischhorn, de Breithorn en de Dufourspitze. Neem het volgende treintje naar de Gornergrat en aanschouw de Matterhorn in volle glorie. Nooit hebben natuurrampen mooiere gevolgen gehad dan de gigantische aardverschuivingen waaruit hooggebergten tevoorschijn kwamen.

Het dorpje Oberwald is zoiets als Sloterdijk: onooglijk, maar geografisch van het grootste belang. Oberwald vormt de grens tussen Noord- en Zuid-Europa, zo vertelt de metalen damesstem uit het plafond van de Glacier Express richting St. Moritz in het Engels, Frans, Duits en Japans. Wat betekent dat een regendruppel hier evenveel kans heeft om via de nog prille Rhône in de Middellandse Zee te belanden als om door de Rijn naar de Noordzee te worden meegenomen.

Voor het overige valt er weinig te rapporteren uit dit deel van de Alpen. Of het moest zijn dat Cesar Ritz, grondlegger van de gelijknamige hotels, werd geboren in Niederwald, een gehucht waar hij, gezien de opperste soberheid, onmogelijk kan hebben geleerd wat luxe was. Koeien, bergbeken, een kerkje en onafzienbare hoeveelheden naaldbomen vullen hier de ruimte. Men zaagt hout, houdt schapen - die tegen de bergwand aangeplakt lijken omdat ze er anders volgens de wetten van de zwaartekracht vanaf zouden moeten vallen - en tracht met behulp van gigantische houten hekken sneeuwlawines tegen te houden.

Na Andermatt gaat de Glacier Express de Oberalppas over. Besneeuwde toppen onder een blauwe hemel, een stationnetje aan een bergmeer waarin de spiegelbeelden van de omringende bergen zich verdringen, de gorges du Rhin - vanaf hier kan het traject van Zwitserlands beroemdste trein met gemak tien natuurkalenders vullen.

Verder oostwaarts ligt Chur, de oudste stad van Zwitserland en in 451 na Chr het eerste bisdom ten noorden van de Alpen. Hier buigt de Glacier Express af richting het mondaine St Moritz en begint het land van de burchten en donjons. Op de schijnbaar onbereikbaarste rotspunten staan ze, op de uitkijk voor vijandelijke legers, mooi en nutteloos te wezen.

We passeren de Solisbrug, 98 meter boven de grond. Wat de Hollanders met water kunnen, kunnen de Zwitsers met bergen. Wie hoogtevrees heeft, houde zich ver van het raampje. Het traject van de Glacier Express bevat hier meer technische hoogstandjes, zoals de spectaculaire lussen en keertunnels tussen Bergün en Preda om het hoogteverschil van vierhonderd meter over een afstand van vijf kilometer te overbruggen.

Langs dampende koeien, nevelige meren en rokende schoorstenen gaat het de volgende morgen vroeg per postbus - voor de verandering - in tweeëneenhalf uur van St. Moritz terug naar Chur. De bus voert door kleine dorpen, want overal moet post afgegeven en meegenomen worden: brieven, boeken, gedroogde vleeswaren, pakjes voor een galerie in Bazel. De tocht voert over de Julierpas; ruig, bezaaid met groen uitgeslagen rotsblokken en bloedmooi in de ochtendzon. Het licht besneeuwde landschap met zijn grillige vormen doet denken aan een schaal oliebollen met poedersuiker. Voor de zoveelste keer passeren we een groep militairen op oefening in een alpenwei. Alsof het ook maar iemand zou lukken om deze contreien te bezetten, waar bovendien niets dan schoonheid te halen valt.

Reizend door de dorpen zou je willen dat Nederlanders nieuwbouwden als Zwitsers: onzichtbaar. Hier geen nieuwbouw die de aanblik van het oude verstoort. De kans op saaiheid mag groter zijn, op lelijkheid niet.

Ten noorden van Chur, op weg naar Zürich, beginnen de brede dalen waar de Zwitserse treinen Hollandse snelheden kunnen maken. Hier komt het oog tot rust: niet langer dient zich om de paar meter een bergbeek, waterval of vergezicht aan dat in het hoofd dient te worden opgeslagen ten behoeve van dit verhaal. Alleen de Walensee, de Obersee en de Zürcher See vragen nog even aandacht. Voor het overige is hier volop tijd om vraagstukken te verzinnen voor het thuisfront. Bijvoorbeeld: waarom lopen Nederlandse treinen niet over mooiere trajecten? Een lijntje rond het IJsselmeer, langs de kust, over de Afsluitdijk, langs de Deltawerken. Plak er wat leuke namen op - Delta-express, Hanze-express - en je hebt er een trekpleister bij. En: kan iemand van de afdeling rijtuigen van de NS even een kijkje gaan nemen op het traject Zürich-Luzern hoe een klantvriendelijke dubbeldekker eruit ziet? Handige automatische schuifdeuren die niet in jouw gezicht of dat van degene achter je knalt, een brede trap waar je riant kunt zitten in geval van een overdosis passagiers, een privé-lampje dat aan- en uit kan en in de eerste klas `vergader-units'. En last but not least een privé-prullenbakje dat niet meteen uit zijn voegen valt als je het opentrekt.

Wie van Zürich naar Grindelwald wil, moet alleen in geval van extreme haast via het platte Bern reizen. Funreizigers dienen de route via Luzern te nemen, langs de Vierwaldstättersee, langs de Sarnersee, langs het kerkje van Lungern met het friedhof, wat ik als kind een raar woord vond, alsof doodgaan iets met patat te maken had. Voor het eerst in mijn leven zag ik er graven met fotootjes van de overledenen, wat ik een beetje eng vond. Net of de dode je nog aankeek.

Ga bij het raampje zitten als de trein de Brünigpas over gaat, langs authentieke boerderijen en glooiende weiden. In het vroege najaar zijn de voorbereidingen voor de winter in deze noordelijke Alpendalen al in volle gang: de koeien worden naar beneden gehaald, het laatste hooi wordt binnengehaald, de luiken gaan dicht tegen kou en vroege sneeuw.

Zoals je Bern dient te vermijden als je van Zürich naar Grindelwald wilt, zo dient Bern opnieuw vermeden te worden op het traject Grindelwald-Genève. De ware reiziger neemt de route van de Golden Express via Spiez, Zweisimmen en Montreux en neemt daarbij anderhalf uur extra reistijd en 42 stations graag voor lief. Niet nodig om de dure express te nemen, de reguliere boemel van de Lötschbergbahn loopt over hetzelfde traject en kost minder.

De trein lijkt bij elk tuinhek halt te houden, wat niet onwaarschijnlijk is als je bedenkt dat er elke 4,3 minuten een station moet worden aangedaan om in drie uur tijd aan 42 stuks te komen.

Voor de zoveelste keer deze dagen passeren we klingelende koeien, verbaasde geiten, donkerbruine chalets en herfstige berghellingen. Hier ergens moeten de natuurpuzzels van de firma Ravensburger gemaakt worden.

    • Friederike de Raat