Schikking over collectie Chardzjiëv

De verkoop van vijf topstukken uit de collectie Chardzjiëv zal niet ongedaan worden gemaakt. Het huidige bestuur van de stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga heeft met de erfgenaam van de collectie, Boris Abarov, een overeenkomst bereikt.

P. Nicolai, de advocaat van Abarov, bevestigt dit. In 1993 emigreerde de Russische verzamelaar Nikolaj Chardzjiëv met zijn omvangrijke collectie schilderijen en documenten van Russische avant-gardekunstenaars naar Nederland. Drie jaar later overleed hij, nadat hij voor het beheer van zijn collectie de stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga had opgericht en Abarov tot zijn erfgenaam had benoemd.

Na de dood van Chardzjiëv werd M. Privé, toen nog notaris, het enige bestuurslid van de stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga. Hij veranderde de statuten zodanig dat het mogelijk werd werken uit de collectie Chardzjiëv te verkopen, hoewel Chardzjiëv de stichting juist had opgericht om de verzameling bijeen te houden. Vervolgens verkocht Privé ongeveer dertig werken van onder anderen El Lissitzky. Dit was in 1997 reden voor de Nederlandse overheid om Privé te dwingen het bestuur van de stichting over te dragen aan ex-minister van Justitie J. de Ruiter, de advocaat mr. Th. Bremer en R. de Haas.

Volgens advocaat Nicolai heeft het huidige bestuur van de stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga nu erkend dat Abarov als erfgenaam van Chardzjiëv recht heeft op onder meer vijf topwerken uit de verzameling en het archief met documenten. Hieruit volgt dat de stichting niet de mogelijkheid heeft de verkoop terug te draaien, aldus Nicolai. Vier van de werken zijn inmiddels via de Keulse galerie Gmurzynska verkocht. Het vijfde, Wit vierkant op zwart kruis, wil Abarov gebruiken om de successierechten in natura te betalen, aldus Nicolai. Voorwaarde is wel dat het schilderij in bruikleen wordt gegeven aan de stichting. Hierover is met de fiscus nog geen akkoord bereikt. ,,De fiscus maakt op aandrang van het ministerie van OCW ook aanspraak op het archief'', aldus advocaat P. Nicolai. ,,Vervolgens wil OCW dit archief in kortdurende bruikleen geven aan de stichting. OCW wil het ieder moment terug kunnen eisen om het in te zetten als ruilmiddel voor de collectie Koenigs die zich nu in Rusland bevindt en waarop de Nederlandse staat aanspraak maakt. Mijn cliënt wenst dat de stichting het onbeperkt eigendom krijgt over het archief en wil het niet gebruiken als betaling aan de fiscus.''

Een regeling met M. Privé, ex-voorzitter van de stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga en tevens executeur testamentair van Charzjiëvs nalatenschap, heeft het huidige bestuur van de stichting nog niet getroffen, aldus advocaat P. Nicolai. De leden van het bestuur van de stichting Cultureel Centrum Chardzjiëv-Tschaga waren niet bereikbaar voor commentaar op Nicolai's beweringen.

    • Bernard Hulsman