Rinus

De rechtszaak waarvoor ik gekomen was viel tegen, maar als verslaggever moet je binnen de muren van de rechtbank nooit wanhopen. Er kan elk moment een goudader worden aangeboord die je even de rijkste man van de wereld maakt.

Wat deed bijvoorbeeld die oudere man met dat opvallend paarse gezicht daar? Hij was volledig kaal en droeg niet zonder trots een grijze knevel met opgedraaide punten. Zijn pak was donker en zijn sokken spierwit. Hij was de spil van een wat slonzig uitziend gezelschap: twee andere mannen en een vrouw.

Blakend van zelfvertrouwen nam de paarse man plaats voor de Amsterdamse politierechter.

,,Ze noemen u Rinus?'' vroeg de rechter.

,,Ja'', zei de man, ,,het is eigenlijk de naam van mijn vader. Blauwe Rinus, zeiden ze altijd. Mijn vader hield ook van een borreltje.''

Rinus junior bleek met overtuiging in de voetsporen van zijn vader getreden. Vijfenzestig was hij nu, en zijn korte levensschets walmde als één groot bacchanaal. Op zijn veertiende was hij met drinken begonnen. In zijn goede jaren had hij twee kratten bier per dag gedronken, daarna was hij overgestapt op de jenever, maar die had hem te agressief gemaakt. Tegenwoordig stond hij op een rantsoen van acht halve liters bier per dag – wat hem wel beviel. De getallen zijn uit de justitiële rapportage afkomstig, dus als ik overdrijf, wijs ik elke verantwoordelijkheid af.

Rinus had niet alleen een bloeiende carrière als alcoholist gemaakt, hij had ook nog vijfendertig jaar als kok op de grote vaart gewerkt. Sommige mensen zijn nu eenmaal uit ijzer vervaardigd.

Nu hij in ruste was, waren er grote problemen rond Rinus gerezen. Een buurvrouw had een klacht tegen hem ingediend. Ze was de jarenlange pesterijen en scheldpartijen beu. Rinus schold in zijn dronken buien haar bezoek uit, deponeerde condooms in haar bus en gaf vilein `seksueel getint commentaar' als zij zich buiten vertoonde.

Ze had het allemaal gelaten geïncasseerd, maar hij had onlangs in haar ogen een grens overschreden. Dreigend had hij haar vanaf zijn stoel voor het huis toegegrauwd: ,,Je kop gaat eraf. Ik bind een blok aan je been en ik gooi je overboord. En ik zal lachen als je crepeert.''

De rechter informeerde of Rinus niet voor een behandeling van zijn drankverslaving voelde. Rinus keek hem aan alsof er aan zijn mannelijkheid werd getwijfeld. ,,Ik denk er niet aan'', zei hij. ,,Ik ben niet gestopt toen ik nog vrouw en kinderen had, dus waarom zou ik nu wél stoppen?''

Het was geen tactisch antwoord en de officier dreigde dan ook met gevangenisstraf: drie weken voorwaardelijk. De rechter nam de eis over. ,,Het zwaard van Damocles hangt boven uw hoofd'', zei hij.

Rinus keek hem onbewogen aan. ,,Ouwe gabber, de mazzel'' zei hij, en hij stond op. De rechter kon er wel om glimlachen. Hij was oud genoeg om het begrip `zeebonk' nog te kennen.

    • Frits Abrahams