Pronk wil meer greep op bestemmingsplan

Minister Pronk (VROM) wil zijn greep op de ruimtelijke ordening in Nederland versterken. Hij wil daartoe in een nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening meer mogelijkheden scheppen om zelf instructies aan lagere overheden te kunnen opleggen. Zo nodig moet de minister ook sancties kunnen opleggen aan gemeenten en ondernemingen die zich niet aan de geldende bestemmingsplannen houden.

Dit heeft de bewindsman vanmorgen in een rede op de jaarvergadering van de Vereniging voor Bouwrecht in Utrecht verklaard. Pronk wees erop dat hij de wet in deze geest hoopt aan te passen omdat gemeenten steeds vaker een loopje nemen met bestemmingsplannen. De huidige wet is bovendien volgens hem ,,een lappendeken'' geworden, die rijp is om door een meer samenhangende nieuwe wet te worden vervangen.

Dat de huidige wet niet voldoet blijkt uit het feit dat er in het Groene Hart, tegen het beleid van de rijksoverheid in, nog steeds op grote schaal nieuwe woningen en bedrijfsgebouwen worden gebouwd.

In de nieuwe wet, die Pronk nog deze kabinetsperiode hoopt aangenomen te krijgen, zou hij graag een versteviging van de functie van het bestemmingsplan zien. Ook streeft hij naar eenvoudiger procedures, die een slagvaardiger beleid mogelijk maken. Cruciaal is volgens Pronk duidelijkheid te scheppen in de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de verschillende bestuursniveaus. Daarbij zou het rijk een krachtiger stem moeten krijgen. Zo zou het moeten kunnen afdwingen dat er in een bepaalde provincie 100 windmolens komen. Ook zou het rijk grenzen moeten kunnen bepalen voor de bebouwing, om te voorkomen dat het Groene Hart wordt volgebouwd of dat er woningen verrijzen in het winterbed van rivieren.