Poldermodel als modeverschijnsel

Het poldermodel staat weer in het middelpunt van de belangstelling. Premier Kok ging het nog uitleggen aan president Clinton. Maar wat betekent het? En waar komt het vandaan?

Het poldermodel bestaat nog maar een jaar of drie – als begrip althans. Op 3 december 1996 viel het woord voor de eerste maal in deze krant, in een vraaggesprek met VVD-leider Bolkestein. ,,We moeten ons niet in de luren laten leggen'', waarschuwde Bolkestein, in reactie op de ene lofzang na de andere die in buitenlandse bladen was verschenen over wonderbaarlijke economische prestaties van het kleine Nederland. ,,Ons poldermodel scoort slechter dan wordt gesuggereerd'', dempte Bolkestein de opkomende gevoelens van `Holland spreekt een woordje mee'.

Het woord poldermodel was toen internationaal nog niet doorgebroken. Le Figaro sprak nog van `le miracle hollandais', in the Wall Street Journal heette het nog `the Dutch Model'. Maar de sleutel van het succes was voor alle buitenlandse waarnemers glashelder: het institutioneel overleg tussen de regering met bonden van werknemers en werkgevers lag aan de basis van opmerkelijke Nederlandse voorspoed. ,,Nous avons des syndicats magnifiques'', zei le ministre des Finances Gerrit Zalm op 27 november 1996 in het Franse dagblad Le Figaro.

Het poldermodel kreeg vleugels tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap, in de eerste helft van 1997, dat honderden buitenlandse journalisten naar Nederland bracht. De PvdA'er Melkert, toen minister van Sociale Zaken, wierp zich op als de ambassadeur van de Nederlandse overlegeconomie, waarbij het woord Polder Model (Poldermodell, modèle du polder) zijn weg vond naar de internationale media. Dit tot grote teleurstelling van Melkerts collega Wijers van Economische Zaken, die zich had beijverd voor het volgens hem dynamischer begrip Delta Model.

Als etiket voor buitenlands gebruik heeft het poldermodel inmiddels zijn diensten ruimschoots bewezen. Premier Kok mocht, als EU-voorzitter, in de zomer van 1997 op de G8-top in Denver, bij het jaarlijkse treffen van de grote industrielanden, een voordracht houden over het geheim van het Nederlanse succes. In april van dit jaar nam hij deel aan een brainstorm-bijeenkomst in Washington over de `derde weg', waar hij in gezelschap van president Clinton, premier Blair en Bondskanselier Schröder opnieuw het Nederlandse model mocht verkopen.

De Nederlanse premier ,,was al bezig met de derde weg vóór ons, maar hij wist niet dat dit de derde weg heette'', sprak Clinton bij die gelegenheid.

Voor de binnenlandse markt is het begrip poldermodel veel moeilijker te hanteren. Het wordt te pas en te onpas gebruikt – met verschillende lading. In een enge betekenis heeft het louter betrekking op het overleg tussen werkgevers, werknemers en het kabinet. Deze drie onderhandelingspartners sloten in november 1982 een akkoord dat door velen als de geboorte van het poldermodel wordt gezien. Het is een geboorte achteraf, wel te verstaan, want nadat dit Akkoord van Wassenaar (de woonplaats van de toenmalige werkgeversvoorzitter Chr.van Veen) was gesloten, duurde het nog tot omstreeks 1995 voordat deze overeenkomst de positieve lading kreeg die het nu heeft. Tot die tijd stond de ijzeren driehoek van regering en bonden model voor `de stroperige staat'.

Kort en goed ging het Akkoord van Wassenaar over een `uitruil' van wensen en belangen tussen werkgevers en werknemers: tijd voor geld en andersom.

Als de vakbeweging beloofde met loonmatiging genoegen te nemen, waren de werkgevers bereid kortere werkweken en deeltijdwerk te accepteren om op die manier meer banen te scheppen. De druk om tot zo'n akkoord te komen was groot. De werkloosheid steeg iedere maand met tienduizenden tegelijk. Het nieuwe eerste kabinet-Lubbers zette de sociale partners met een dreigende loonmaatregel onder zware druk om overeenstemming te bereiken. Amper een jaar later was Nederland in de greep van ambtenarenstakingen. In 1990 bracht de WAO-crisis de grootste demonstratie van werknemers aller tijden op de been. Alle polderpartijen waren in conflict met elkaar. Van de harmonie, die nu zo met het begrip poldermodel wordt geassocieerd, was bepaald geen sprake.

De Pacificatie van Wassenaar is ook niet de waterscheiding in de Nederlandse sociale verhoudingen geweest waarvoor ze nu wel wordt gehouden. Consensus-democratie, overleg-economie en verzorgingsstaat zijn de drie tandwielen van het Nederlandse raderwerk. En ze zijn dat al heel lang, met voorbeelden te over: de uitruil van kiesrecht en vrijheid van onderwijs in 1917, de (pogingen tot) rigide marktordening in de jaren dertig, de oprichting van de Stichting van de Arbeid in 1945 en van de Sociaal-Economische Raad in 1950.

In de nu gangbare, brede betekenis van het woord staat het poldermodel voor ieder overleg met wie en over wat dan ook. En elke keer als een van de gesprekspartners uit zo'n overleg stapt, staat het poldermodel weer op springen.

Nu de milieubeweging het Schiphol-overleg heeft verlaten en de sociale partners niet meer met het kabinet willen praten over de uitvoering van de sociale zekerheid zou het poldermodel zelfs zijn ontploft.

Het poldermodel is een nieuw woord voor oude tradities. En de waardering daarvoor is sterk aan mode onderhevig.

Sociale partners komen elkaar vaak tegen

    • Gijsbert van Es
    • Robert Giebels