Ook Europa heeft schuld aan Srebrenica

Niet alleen de VN maar ook de Europese regeringen hebben tijdens de val van Srebrenica geweigerd toe te geven dat er sprake was van een aanvallende en een geslachtofferde partij, meent William Pfaff.

Ze deden dat omdat partij kiezen in eigen land tot politieke problemen zou leiden.

Ambtelijke instellingen zijn gewoonlijk niet geneigd tot gewetensonderzoek. Ook verontschuldigen zij zich meestal niet bij degenen die door hen zijn misdeeld. De publicatie door de Verenigde Naties van een intern onderzoek naar hun doen en laten in het Bosnische Srebrenica in juli 1995 is dan ook een opmerkelijk feit.

Dat is het des te meer omdat Kofi Annan, de zittende secretaris-generaal van de VN, ten tijde van de Bosnische oorlog aan het hoofd stond van de Bosnische vredesoperatie en aldus een schakel was in de commando-keten die de bevolking van Srebrenica zo jammerlijk in de steek heeft gelaten.

Boutros Boutros Ghali was destijds VN-secretaris; de vredesmacht opereerde onder de uiteindelijke regie van de Veiligheidsraad. Maar de VN-vredesmissie voorzag de Veiligheidsraad en het Secretariaat van informatie en adviezen op grond waarvan die instanties hun besluiten namen. Met de publicatie van dit rapport toont Annan zijn persoonlijke moed.

Het rapport erkent dat de VN een grote verantwoordelijkheid dragen voor de grootste massamoord op burgers in Europa sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Zo'n 10.000 moslims werden vermoord of zijn tot op heden vermist als gevolg van de val van Srebrenica, een plaats waarvan de VN de veiligheid had gegarandeerd.

Het rapport geeft toe dat het VN-commando en de vredesmacht ter plaatse weigerden het gevaar voor de moslims onder ogen te zien; dat zij de Bosnisch-Servische leiders tegemoet kwamen door luchtsteun te onthouden aan het belaagde Nederlandse vredesbataljon dat geacht werd de bevolking van Srebrenica te beschermen; en dat zij hebben geweigerd in beslag genomen wapens vrij te geven zodat de Bosniërs zichzelf konden verdedigen. Het Nederlandse bataljon heeft niets gedaan om de inwoners te beschermen. De Verenigde Staten wilden de Verenigde Naties geen satellietwaarnemingen ter beschikking stellen.

Secretaris-generaal Annan wordt in het rapport als volgt aangehaald: de Verenigde Naties ,,wekten bij de Veiligheidsraad de indruk dat de situatie onder controle was. [...] De dag voordat Srebrenica viel berichtten wij dat de Serviërs niet aanvielen, terwijl ze dat wel deden. We berichtten dat de Bosniërs hadden geschoten op blokkades van UNPROFOR, terwijl het om Serviërs ging. Wij hebben dringende verzoeken om luchtsteun niet gemeld.''

De conclusie van het rapport luidt: ,,Door vergissingen en beoordelingsfouten en doordat wij niet in staat waren de omvang van het onheil dat ons bedreigde te overzien, hebben wij verzuimd het onze te doen om de bevolking van Srebrenica te beschermen tegen de massale moordcampagne van de Serviërs.'' Dat is een ruiterlijke schuldbekentenis, zij het van weinig nut voor de vermoorde moslims. Ze zal zeker aanleiding vormen voor een mentaliteitsverandering en verandering van de bureaucratische praktijk binnen het vrede-ondersteunende apparaat van de VN. Ze bevestigt wat de pers en geëngageerde waarnemers van de situatie in Bosnië destijds vol vertwijfeling betoogden.

Het rapport erkent dat het principe van de onpartijdige interventie niet deugt. Er was sprake van een aanvallende en een geslachtofferde partij. De VN hebben geweigerd dat toe te geven.

Maar dat weigerden ook de Europese regeringen. Ze deden dat omdat partij kiezen in eigen land tot politieke problemen zou leiden. En daarnaast zou een kwestie die een in wezen technisch, `neutraal' optreden vereiste, erdoor veranderen in een kwestie waarin een politiek en moreel oordeel moest worden uitgesproken, met alle praktische consequenties vandien.

Het rapport concludeert dat dat verkeerd was. ,,In de kwesties Bosnië en Kosovo heeft de internationale gemeenschap getracht tot een vergelijk te komen met een gewetenloos, moorddadig regime. In beide gevallen was geweld nodig om een eind te maken aan het planmatig, systematisch vermoorden en verdrijven van burgers.''

Dat is waar. Maar hadden de Verenigde Naties geweld kunnen gebruiken in 1992, toen Bosnië zich onafhankelijk verklaarde en de oorlog begon? Ik denk van niet. In de aanvankelijke politieke situatie was van een helder onderscheid tussen goed en fout nog geen sprake.

De internationale publieke opinie keerde zich voornamelijk tegen de Serviërs wegens de tomeloze bruutheid waarmee ze zich zoveel mogelijk van Bosnië toeëigenden en de moslimbevolking verdreven. Pas hun meedogenloze beleg van Sarajevo en de moedwillige vernieling van de culturele en religieuze infrastructuur daar heeft de internationale sympathie voor de Bosniërs gewekt.

En zelfs toen was het nog moeilijk om de Veiligheidsraad tot instemming met een VN-interventie te bewegen. Pas toen Srebrenica gevallen was en nadat de Serviërs op arrogante wijze VN-militairen in gijzeling namen, ontstond in Europa de bereidheid om op te treden. De Franse regering gaf haar troepen opdracht om tegenaanvallen op de Serviërs te doen. De Britten, Nederlanders en Fransen voorzagen de VN-vredesmacht van artillerie en zware mortieren. Eindelijk aanvaardden zij de Amerikaanse argumenten voor een luchtmachtinterventie. Maar dat gebeurde pas toen het kwaad al was geschied.

In al deze gevallen was er sprake van een nationale beslissing. En ook in Kosovo moesten nationale regeringen besluiten om, via de NAVO, te interveniëren. De Veiligheidsraad werd niet geraadpleegd omdat elke militaire interventie daar op een veto zou zijn gestuit.

Kofi Annan zei in september: ,,Tenzij de Veiligheidsraad wordt hersteld in het opperste gezag inzake het legitimeren van militair geweld, dwalen wij gevaarlijk af in de richting van de anarchie.'' Dat is onjuist. Dwalen deden wij toen de Verenigde Naties Srebrenica in de steek lieten.

Naties hebben een morele bestaansgrond, de `internationale gemeenschap' niet. Naties zijn en blijven de hoogste uitvoerende instantie van moreel besef.

William Pfaff is columnist.

© Los Angeles Times Syndicate/International Herald Tribune

een morele bestaansgrond

    • William Pfaff