Londen-Parijs: bestand, maar nog geen vrede

Ook al zullen de `transatlantische' Britten en de terughoudende Fransen vandaag in Londen eensgezind pleiten voor een gezamenlijke Europese defensie, de oude tegenstellingen zijn nog niet verdwenen.

De Britse premier Blair serveert zijn Franse collega Jospin en president Chirac bij de lunch geen biefstuk. Maar tijdens de jaarlijkse Frans-Britse top, die vandaag in Londen wordt gehouden, staat die wel degelijk op het menu. Hoewel Europese defensie het belangrijkste gespreksonderwerp is, willen beide landen een nieuwe eruptie voorkomen van de drie maanden oude `rundvleesoorlog', die hun imago beschadigt en hun relaties belast.

Een eerder deze week bereikt akkoord moet de Franse vrees op besmetting door gekke koeienziekte (BSE) wegnemen, en een slepende rechtszaak bij het Europese hof voorkomen. Na Brusselse arbitrage beloofde Londen extra veiligheidsgaranties in te bouwen in de keten tussen boerderij en supermarkt. En Parijs zei zijn importverbod op Brits rundvlees te zullen herzien als het officiële Franse voedselagentschap het nieuwe exportregime ook goedkeurt. Dat akkoord bespaarde beide landen verder gezichtsverlies, maar wanneer en zelfs óf Britse vriestrucks als vanouds hun grootste markt in Europa zullen binnenrollen, is onzeker. ,,We hopen dat het begin van een mogelijke oplossing er nu is'', zegt een hoge Britse ambtenaar voorzichtig. Er is geen vrede, alleen een `bestand'.

Dat was hard nodig, anders was de top niet doorgegaan. Frankrijk noch het Verenigd Koninkrijk kon zich dat permitteren in de aanloop naar de Europese top, op 10 en 11 december in Helsinki. Die moet belangrijke besluiten nemen op defensiegebied, waar premier Blair en de Franse leiders graag een voorschot op nemen.

Eén daarvan is de oprichting van een nieuw Europees legerkorps van 40.000 man, dat vanaf 2003 als snelle interventiemacht kan optreden. Het korps zou nieuwe Kosovo's of Bosnië's kunnen voorkomen, omdat het een einde zou maken aan het voorheen tande- en besluiteloze imago van Europa. Wie vrede wil, moet zich voorbereiden op de oorlog, zei Livius en Blair zegt het hem na sinds de crisis in Kosovo hem van een duif in een havik veranderde.

Maar aan zijn voorstel zitten praktische en ideologische haken en ogen. Want snel en krachtig zal het korps niet kunnen optreden zonder eigen transportvliegtuigen, ondersteunende vuurkracht en een eigen inlichtingenapparaat met satellieten. Gedaalde defensiebudgetten, ruzies over gezamenlijke aankopen en het lang uitgestelde samengaan van de Europese defensie-industrie zorgen ervoor dat die hardware er voorlopig ook niet komt. Europa blijft daarvoor dus nog jaren goeddeels afhankelijk van de Verenigde Staten. En die zien de ontwikkeling van een `Europese defensie-identiteit' met dubbele gevoelens aan.

President Clinton juicht een grotere Europese bijdrage toe, maar heeft deze week gewaarschuwd tegen een ,,concurrent voor de NAVO'', die zou kunnen ontstaan als de EU eigen militaire beslissingen zou nemen. Blair, Chirac en Jospin, en hun ministers van Buitenlandse Zaken, Cook en Védrine, moeten vandaag zowel de Amerikaanse zorg wegnemen als voorkomen dat hun eigen standpunten uiteendrijven.

Geen probleem, zegt men in hoge diplomatieke kring in Parijs, het Westelijk bondgenootschap heeft in perfecte harmonie gefunctioneerd toen het erop aan kwam, tijdens de Kosovo-crisis. Maar dat is in Franse ogen geen reden Washington via de NAVO een veto te geven op toekomstige Europese operaties. Het Brits-Franse akkoord van vandaag zal de NAVO naar verwachting dan ook niet automatisch de leiding geven bij Europese acties.

Londen is minder huiverig op dit punt en redeneert dat Europese defensie-inspanningen in het belang zijn van Washington, om taken te kunnen uitvoeren die het Congres niet steunt, zoals de Europese interventie in Albanië (1997). Van ,,ondermijning van de NAVO is geen sprake'', bezweert premier Blair, die deze week verklaarde een ,,transatlantische brug'' te willen zijn, ,,een draaipunt op het wereldtoneel''. De benoeming van zijn pragmatische landgenoot George Robertson tot secretaris-generaal van de NAVO staat daarvoor garant, net als het doorschuiven van diens voorganger Solana, tegenwoordig topdiplomaat van de Unie, naar de leiding van de Europese defensiekoepel (WEU).

Maar Blairs handen zijn wel gebonden. Zolang het verscheurde thuisfront hem verhindert toe te treden tot de gemeenschappelijke Europese munt, heeft hij Defensie hard nodig als Brits platform in Europa. En daar moet hij omzichtig manoeuvreren. ,,Blairs hele filosofie is gericht op aardig zijn tegen Europa in de hoop dat ze ook aardig zijn tegen hem'', zegt Charles Grant, directeur van het Center for European Reform, een denktank in Londen.

De Frans-Duitse fusie in de defensie-industrie, die vorige maand werd bereikt nadat een eerder voorstel tussen het Duitse DaimlerChrysler Aerospace (Dasa) en British Aerospace (BAe) mislukte, heeft Blairs positie in Europa niet versterkt. BAe is formeel nog steeds kandidaat om toe te treden tot de Europese defensiereus maar BAe-topman Weston en Dasa-chef Bisschoff zijn niet langer on speaking terms. Bovendien zou BAe intussen onderhandelen met transatlantische partners, zoals de defensietak van Boeing.

Londen en Parijs zeggen daarom ,,weinig harde resultaten'' van de top te verwachten behalve een akkoord om logistiek te poolen. ,,Er zal niet in de straten gedanst worden'', zegt de Britse top-ambtenaar. In defensiekringen gonst echter het gerucht dat Blair in ieder geval één eurocentrische daad wil stellen. Hij zou bereid zijn het transportvliegtuig voor de nieuwe Europese legermacht niet in de VS te bestellen, maar bij Airbus, waar het al een paar jaar als A400M op de tekentafel staat.

    • Hans Steketee
    • Marc Chavannes