Kansen op aanleg luchthaven in zee nemen verder af

De kansen op de aanleg van een nieuw vliegveld op een kunstmatig eiland in de Noordzee nemen snel af. Uit talrijke onderzoeken in opdracht van het kabinet blijkt dat er ernstige praktische, financiële en juridische bezwaren kleven aan een dergelijk project.

Een woordvoerder van minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) stelde echter vanmorgen dat het nog te voorbarig is te concluderen dat het kabinet nu afziet van zo'n luchthaven in zee. Ook minister Pronk (VROM) houdt deze optie nog nadrukkelijk open. Op 17 december wil het kabinet een besluit nemen.

Verkeer en Waterstaat heeft echter deze week op vertrouwelijke basis reeds een aantal betrokken instanties ingelicht over de uitkomst van de onderzoeken. Daaruit blijkt dat de kansen op een vliegveld in zee niet groot meer zijn.

Ook bij de meest aantrekkelijke variant, een vliegveld van 4.000 hectare en zes banen op meer dan 20 kilometer uit de kust ergens tussen Katwijk en Noordwijk, zou een financieel tekort ontstaan van tussen de 13 en 26 miljard gulden. In deze variant zou het vliegveld zijn verbonden met het vasteland via een hogesnelheidslijn van vijf sporen. In deze variant is uitgegaan van 100 miljoen aankomende en vertrekkende passagiers per jaar (nu ruim 31 miljoen).

De luchtvaartsector geeft intussen de voorkeur aan een variant op zo'n tien kilometer uit de kust, waarbij de luchthaven niet alleen via een spoortunnel maar ook via een brug met het land zou zijn verbonden. Hierbij is echter het bezwaar dat hierdoor het kustgebied ernstig zou worden ontsierd. Bovendien bestaat er onzekerheid of deze optie wel veilig genoeg is voor de luchthaven omdat er zo dicht onder de kust vaak grote vogelpopulaties verblijven. Deze variant zou wel twee tot drie miljard gulden goedkoper uitvallen.

Indien het vliegveld echter buiten de zogeheten twaalfmijlszone in de internationale wateren zou worden aangelegd, zou de juridische status ervan veranderen. De gebruikelijke internationale bepalingen zouden dan niet langer van toepassing zijn. Zo zouden de luchtvaartautoriteiten in dat geval niet automatisch landingsrechten mogen heffen van bezoekende toestellen. Met elk van de betrokken staten zou er vervolgens afzonderlijk moeten worden onderhandeld, hetgeen naar verwachting een zeer tijdrovende zaak zou zijn.

Bij de onderzoeken is ook gekeken naar de mogelijkheden om de verwachte aanhoudende sterke groei in de luchtvaart op Schiphol zelf op te vangen. Een van de varianten hierbij zou zijn om behalve de reeds in staat van ontwikkeling verkerende vijfde baan nog een zesde baan aan te leggen. Die zou parallel moeten lopen aan de huidige Kaagbaan. Mogelijk zou er zelfs een zevende baan komen, die tussen de vijfde baan en de huidige Zwanenburgbaan zou moeten lopen. Tegen 2010 zou het aantal starts en landingen op Schiphol in dat geval zo'n 600.000 zijn.

De woordvoerder van Netelenbos stelde vanmorgen dat tot dusverre de voors en tegens van een groot aantal varianten voor zowel uitbreiding op Schiphol zelf als een locatie in de Noordzee op een rijtje zijn gezet. Ook de mogelijkheden voor een dependence van Schiphol in Flevoland zijn onderzocht. ,,Het materiaal wordt nu allemaal geordend'', aldus de zegsman.

Het kabinet had zich eind vorige jaar ten doel gesteld om voor het einde van dit jaar een principe-keuze te maken voor uitbreiding op Schiphol zelf dan wel een nieuw vliegveld op een kunstmatig eiland in de Noordzee.

De meningen in de huidige coalitie zijn verdeeld. D66 ziet geen heil in een vliegveld in zee, terwijl ook de VVD veel bezwaren ziet. Binnen de PvdA bestaat er echter meer animo voor.