Hoe armer, hoe zieker, hoe armer

Aids is niet alleen een medisch vraagstuk maar zeker ook een economisch probleem – vooral in Afrika. `Aids floreert waar armoe heerst.'

DRIE JAAR GELEDEN hoorde de 32-jarige Sarah Nakazzi nog tot de `rijken' van het dorp. Met haar man, zus, moeder en zes kinderen bewoonde ze twee traditionele ronde hutten die waren opgetrokken uit baksteen, een teken van welstand in het Oegandese gehucht tussen Jinja en Kaliro. Ze bezaten vier geiten, een haan en zes kippen. Haar man had vast werk op de nabijgelegen suikerrietplantage. Zij en haar zus verbouwden bananen, maïs en koffie. 's Zondags kwam heel het dorp luisteren naar hun transistorradio.

Maar de vette jaren zijn voorbij sinds haar man en haar zus kort na elkaar begonnen te sukkelen. Aanvankelijk waren hun klachten alleen maar lastig. Blaasjes op het mondvlees. Huidirritatie. Later vermagerden ze in snel tempo. `Silimu' luidde de diagnose van de dokter. Het Oegandese woord voor `aids'.

Aids verteert niet alleen de lijven van echtgenoot en zuster. Aids vreet ook het familievermogen aan. Haar man verloor zijn baan omdat hij al te vaak verzuimde. Haar zus kon het land niet meer bewerken. Zelf heeft ze een halve dagtaak aan het zorgen voor de zieken. Meer dan de helft van de grond ligt braak.

Geiten en pluimvee heeft ze al moeten verkopen. Ook de radio heeft ze met pijn in het hart moeten verkopen. Anders had ze de medicijnen en het transport naar het streekziekenhuis niet kunnen betalen. Voor de begrafenissen van man en zus zal ze veel geld moeten lenen om de familie op royaal Afrikaanse wijze te kunnen ontvangen. Ze maakt zich nu al zorgen. Hoe lost ze die schuld in hemelsnaam ooit in?

,,Aids is niet alleen een medisch en sociaal probleem'', verklaarde de Zuid-Afrikaanse econoom Philip Clayton op een internationale conferentie in Lusaka. ,,Aids is misschien wel in de eerste plaats een economisch vraagstuk.'' Niet voor niets treft de epidemie vooral het armste continent, in het bijzonder het `zwarte' deel ten zuiden van de Sahara. Die regio met grofweg 10 procent van de wereldbevolking levert niet meer dan 1 procent van de wereldproductie. Maar van alle 33,6 miljoen mensen op de aardbol die zijn getroffen door het virus dat tot aids leidt, woont 70 procent in dit gebied. Eén op de twaalf Afrikanen tussen 15 en 49 jaar is besmet.

Een rapport van de Liverpool School of Tropical Medicine bestempelt aids als een ziekte van de armen. ,,Aids floreert waar armoe heerst.'' Honger, werkloosheid, conflicten, slechte hygiëne, allemaal dragen ze bij aan de opmars van het virus. Zoals ook falende gezondheidszorg, sociale en economische ongelijkheid, gebrek aan onderwijs.

Aids gedijt niet alleen bij armoe, aids versterkt ook de armoe, constateert het Britse onderzoeksrapport. Dat geldt voor individuele huishoudens, maar ook voor bedrijven en voor nationale economieën. Volgens UNAIDS, het aidsprogramma van de Verenigde Naties, dreigt de epidemie alle sociale en economische vooruitgang die de laatste halve eeuw in Afrika is geboekt, teniet te doen.

,,Aids berooft Kenia van zijn toekomst'', zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, vorige maand tijdens haar tournee langs een aantal Afrikaanse landen. ,,De epidemie heeft verregaande financiële gevolgen die de economie van een groot aantal landen over de hele wereld ondergraven'', verklaarde Sir Richard Sykes, de Britse topman van de farmaceutische multinational Glaxo Wellcome. En de baas van UNAIDS, Peter Piot, noemde de ziekte afgelopen dinsdag bij de presentatie van de jaarlijkse aidscijfers nog ,,een tijdbom onder de sociale en economische ontwikkeling''.

Families die door aids worden getroffen, wacht een financiële duikeling. Ze raken een deel van hun duurzame goederen kwijt, zoals hun handkar of fiets. Ze teren in op hun reserves, als ze die al hebben. Dat blijkt uit een onderzoek in het district Rakaï, in het zuidwesten van Oeganda, waar de epidemie al halverwege de jaren tachtig in alle hevigheid heeft toegeslagen. Uitkomsten die worden bevestigd door een andere studie in Ivoorkust. Eén van de conclusies: als een lid van de familie besmet raakt, daalt het gezinsinkomen met 40 tot 60 procent.

Volgens John Rwomushana, directeur-generaal van de nationale aidscommissie in Oeganda, zijn de gevolgen van de epidemie al goed te merken op de markten in de hoofdstad Kampala. De aanvoer van fruit en groente stagneert. Steeds grotere delen van het platteland blijven onbewerkt. Een steeds groter deel van de oogst wordt voor eigen consumptie gebruikt. Families schakelen ook over op de verbouwing van minder arbeidsintensieve gewassen als ze weer een arbeidskracht door aids zijn kwijtgeraakt.

Vooral in zuidelijk Afrika waar 15 tot 25 procent van de volwassenen is besmet, gaan veel bedrijven zwaar gebukt onder de lasten van aids. Als gevolg van de epidemie is het verzuim sterk gestegen, niet alleen doordat steeds meer werknemers ziek worden, maar ook doordat steeds meer personeelsleden naar begrafenissen moeten van familieleden die aan aids zijn overleden. Ook het verloop is gegroeid doordat collega's bij bosjes overlijden. De arbeidsproductiviteit neemt af, terwijl de kosten voor gezondheidsvoorzieningen en training alleen maar stijgen.

In Zimbabwe zijn de laatste jaren veel kleinere bedrijven over de kop gegaan omdat sleutelfiguren in de organisatie overleden aan aids. In Zambia heeft de epidemie het kader van Barclays Bank tot minder dan de helft gedecimeerd. Bij commerciële bedrijven in Kenia vallen meer mensen weg door aids dan door ontslag en pensionering. Premies voor begrafenisverzekeringen zijn de laatste zeven jaar in heel zuidelijk Afrika vervier- tot verzevenvoudigd.

Heel voorzichtig hebben economen de laatste jaren geprobeerd ook de macro-economische effecten van de epidemie in kaart te brengen. Ze schatten dat de groei van de Tanzaniaanse economie tot het jaar 2010 15 tot 28 procent lager zal uitvallen dan zou zijn gebeurd wanneer het land verschoond was gebleven van aids. Voor Kenia en Zambia gelden vergelijkbare cijfers. Aids in Afrika is een economische ramp.

    • Dick Wittenberg